vrijdag 27 januari 2012

Papiertje (of: hoe Apple u en mij bedondert)


Een vriendelijke oud-leerling met een halve studie in computertechnologie repareerde gisteren mijn Apple Powerbook. Die was namelijk stuk. Al heel lang. Ik heb ook allang een nieuwe. Maar de jongen had er schik in, toonde enige kennis van zaken, dus ik dacht ‘ach, laat die knul.’ Hij kwam, hij zag. ‘Ik heb een stukje papier nodig’ zei hij. Hij overwon. De operatie duurde drie minuten. Toen was mijn computer gemaakt. Met een stukje papier. 'Alle modellen uit 2007 hebben dit mankement' zei hij.

Vorig jaar ben ik met die computer naar de Apple Store gegaan. De hippe priester achter de toonbank keek naar het apparaat alsof het van de duivel bezeten was. ‘Tja,’ zei hij. Hij draaide het ding wat rond. Ik voelde me alsof ik bij Van Kunst tot Kitsch zat met een waardeloos prul van een gehate tante. Hij vertelde met een citroengezicht dat ik sowieso €200 kwijt was ‘als wij ernaar kijken.’ Ik schrok geweldig, al begreep ik het ook wel, zo’n man stond daar niet voor niets met mij mee te leven. Ik wilde de portefeuille al trekken. 

Gelukkig had ik het niet helemaal goed begrepen. Hij bedoelde, als ik het ding achterliet en iemand ging hem openschroeven, dan kostte mij dat €200. Hij noemde het entreekosten, of drempeltarief, iets dat klonk als een goede besteding van je geld. Als het ding niet te redden zou zijn, zouden ze hem meteen weer dichtnaaien en bleef het bij een kijkoperatie van €200. Als de duivel wel uitgedreven kon worden kwamen er natuurlijk extra kosten bij. ‘Natuurlijk’ zei ik. Het klonk heel redelijk. ‘Het kan oplopen tot €500.’ ‘Ja’ zei ik, ‘natuurlijk,’ niet geheel op de hoogte van de gangbare tarieven voor exorcisme.

Wij, de priester en ik, kwamen tot de conclusie dat ik misschien beter een nieuwe laptop kon kopen. Er was net een nieuw model uit, en ze vlogen over de toonbank. Hij had er nog één in de doos. Nieuw model, doos. Dat liet ik mij geen twee keer zeggen.
Ik kocht een nagelnieuwe MacBook Pro, in een mooie gladde doos met een handvat. Het oude stuk schroot nam ik onder de arm en knikkerde ik in de fietstas. Die kon nog wel als onderzetter dienst doen, voor hete ovenschotels.

Nu is-ie dus gemaakt. Voor nop. Met een papiertje. Daar draait-ie weer een paar jaar op. Over drie jaar moet er misschien een nieuw kabeltje in. Kosten €25. ‘Heb je ‘m daarvoor afgedankt en een nieuwe gekocht?’ lachte de jongen. ‘Haha’ zei ik. Voor een computer die weer werkt laat ik mij graag een beetje kleineren.

Apple maakte afgelopen kwartaal een winst van 10 miljard dollar. Apple verkoopt mooie spullen. Ze willen die spullen alleen liever niet repareren, ze willen ze alleen verkopen. Over twee jaar weten we wat er met de eerste generaties iPads loos is. Van de 50 miljoen gaan er, zeg, 10 miljoen stuk. Een jaar later weer 10 miljoen. Het is met een stukje duct-tape te repareren, maar dat zeggen ze niet bij Apple. Ze kijken moeilijk, noemen het ‘drempeltarief’ voor een reparatie, en verkopen je een nieuwe. 

maandag 23 januari 2012

Een ongeluk


Ik ging lopen in de richting van Voorschoten. Bij de Lammebrug zag ik dit: een dik mannetje op een fiets reed over zijn eigen hondje heen. Het hondje was aangelijnd, was geschrokken van een gans, sprong opzij en kwam onder het achterwiel. De man remde, denk ik, het achterwiel kwam los, de man viel. Dat is wat ik zag. Daar lagen ze, man, hond, en fiets. De gans stond in de berm te kijken. Verder was er niemand. Het tafereel was in mijn handen
De hond maakte een raar piepgeluid. Hij probeerde te gaan staan, maar het lukte niet goed. Ik bleef staan, in dubio of ik de dierenambulance of de mensenambulance moest bellen. Toen bedacht ik dat ik geen telefoon bij mij had. Eerst zette ik de fiets overeind. Je moet altijd met de eenvoudige taken beginnen, weet ik. De man kwam zelf al een eindje overeind. Ik hielp hem verder. Het hondje krabbelde met zijn poten over het asfalt. Ik zei: ‘heeft u pijn?' Er kleefden kleine steentjes aan zijn handpalmen. Hij zei dat het wel ging. De hond begon alweer een beetje te lopen. De man keek eerder verstoord dan bezorgd naar het dier. Hij pakte de hond op, nam hem in de armen. Het beest begon weer te piepen. Het mannetje keek mij nu met paniekogen aan, ogen die de oorlog kennen.
‘Ze weten niet dat ik hem op de fiets uitlaat. Mijn vrouw en dochter. Wat moet ik nu zeggen?’‘U moet met hem naar de dierenarts, hij kan interne bloedingen hebben,’ zei ik. Ik weet niks van dieren, noch van interne bloedingen, toch klonk het mijzelf aannemelijk in de oren. ‘Gak’ zei de gans. ‘Ksssst!’ siste ik. Het beest ging te water.‘Dank u,’ zei het mannetje. ‘Dat u even hielp. Dank u heel vriendelijk.’ Zonder de fiets op slot te zetten liep hij met het hondje in zijn armen de brug over – naar huis, denk ik. 
Ik vond het erg, vooral voor het mannetje, omdat hij thuis moest vertellen wat er gebeurd was. Thuis moeten vertellen wat er gebeurd is is zelden leuk. Met dieren identificeer ik mij moeilijker, misschien omdat ze nooit thuis iets hoeven te vertellen. Lang hield ik het niet vol, het erg vinden. Een kilometer of wat verderop vond ik het erger dat ik de duur van het oponthoud niet had geklokt, zodat ik mijn tijd op de 10 km niet meer zuiver kon bepalen, en ik dus voor niemendal aan het hardlopen was. Ik fantaseerde dat het mannetje mij zo dankbaar was dat hij mij zijn 18-jarige dochter aanbood. Beiden wilden van geen weigering weten. Op een goed moment wond dit mij zo op dat ik omkeerde en naar huis liep, met lange, stoere passen. Toen ik bij de brug kwam zag ik dat de fiets weg was.
Dit artikel verscheen eerder op Torpedo Magazine

Ruisend Zwart


Tegen de avond komen de kraaien. Ze komen uit het park en willen voor donker in de stad zijn. Dat vermoed ik tenminste. Dat zou ik willen. Zelfs als ik een kraai was. Ze strijken met z’n honderden neer op de takken van de grote esdoorn voor mijn huis. 
Tientallen andere schurken tegen elkaar aan op het dak van de overburen. Netjes op een rijtje. Misschien zitten ze ook op mijn nok, maar dat kan ik niet zien. Soms vliegt er een stel op, zonder zichtbare aanleiding, en dan gaan ze allemaal. Een geluid alsof er een tentdoek klappert. De hemel lijkt tegelijk te verduisteren en te bewegen. Het is een onheilspellende aanblik. Dan dalen ze weer en een seconde of wat later ziet het er precies zo uit als voor de korte vlucht. Zo gaat dat de hele tijd door. 
Het rare is, soms vliegt er één kraai op, en volgen er twee of drie, maar verder gebeurt er niets. Dat is de verkeerde kraai, denk ik, die drie sukkels hebben op de verkeerde kraai gewed. Ze zien hun vergissing snel in en nemen weer plaats, in de boom of op de nok van het dak. Ze doen alsof er niets is gebeurd. En dan, hup, daar gaan ze allemaal weer, de hemel zwaait met een zwarte banier, ik voel de wind in huis, en knip het is weer voorbij. 
’s Avonds vertelde ik dit aan een goede vriend in het café. Hij zei dat mensen dit kraaiengedrag ook vertonen. Ik vroeg er niet om, het ging mij om de observatie, maar hij ging er eens goed voor zitten, voor zijn analyse. ‘Het is een overlevingsstrategie,’ zei hij. ‘We gaan naar het strand als iedereen dat doet, we kijken de tv-programma’s die iedereen kijkt, we kopen cd’s die in de top 10 staan, kijken YouTube filmpjes die 30 miljoen keer bekeken zijn en we lezen Bonita Avenue omdat het een bestseller is’. ‘Dat is niet per se een slecht boek,’ zei ik. ‘Nee, maar goed of slecht dondert niet. En als het oorlog wordt rennen we allemaal de zee in.’ Ik hield wijselijk mijn mond over mijn nieuwjaarsduik. 
Hij ging verder. ‘Een take-off heet dat, een zichzelf versterkende reactie. Het is een term uit de nucleaire wetenschap die is overgenomen door de evolutiebiologen. Kijk man, wij lezen boeken die niemand leest. Wij zijn voor ADO Den Haag. Wij vliegen achter de verkeerde kraaien aan...’ Ik wilde zeggen: ik schrijf ook boeken die niemand leest, en ik ben eigenlijk voor Feyenoord – maar ik was bang dat hij daarmee zijn punt bevestigd zou zien. Bovendien was ik het niet met hem eens. Het liefst namelijk, het allerliefst, stijg ik op en vlieg ik mee in zo’n tornado van ruisend zwart.

vrijdag 30 december 2011

Closing Time

Als ik Closing Time van Tom Waits draai in deze tijd van het jaar, kruipt de weemoedigheid als een oud wijf tegen mij aan. Als het gaat om weemoed ben ik zelf een hunkerend kreng, dus zo’n kans laat ik niet lopen. ‘Never had no destination, could not get across...’ gromt hij in Grapefruit Moon. Rond sluitingstijd kan je niet meer vooruit denken. Je kijkt terug, en mijmert over je mislukkingen. Succes leent zich slecht voor reflectie. Succes is in beginsel oninteressant.

Dit jaar schreef ik 68 stukjes voor mijn weblog. Samen met de bijdragen aan Torpedo Magazine kom ik ruim over de 100 teksten die ik voor niemendal schreef. Over succes hoor je mij niet. Een leuke schnabbel bij een dag- of weekblad, of iets anders in klinkende munt, heeft het vooralsnog niet opgeleverd. Ik heb ook geen benul hoe je zoiets aanpakt. Een schrijver moet voortdurend zichtbaar zijn these days, roepen de profeten. Yeah right. Ik vind het wel even gescheten.

In januari van dit jaar schreef ik het laatste hoofdstuk van Wild. Daarna schreef ik nauwelijks nog iets anders dan die 100 stukkies. Het met afstand best gelezen artikel is ‘Wat je kan doen op de Veluwe’ (3.500 views) – niet bezocht, vermoed ik, door fans van Wild die interesse hebben in mijn research, maar door argeloze Henk en Ingrids die een stacaravan type 6MH-2 hebben gehuurd op Landal-park Voorthuizen. Rond oudjaar is het stuk ‘het afsteken van astronauten’ populair – ik vermoed onder runderen- en ook ‘Tuigdorp Telegraaf’ trekt nog dagelijks Telegraaflezers die verkeerd verbonden zijn. Ik heb overwogen een reeks sonnetten te publiceren onder de titel ‘Sonja Bakker Nude Sexy Bitch’. Maar nee, ik wil geen dingen meer doen ‘gewoon omdat het kan’, zoals ik bepaalde cynische types vaak hoor zeggen.... (eh, heeft u de link aangeklikt?).

Het is allemaal wel leuk, dat schrijven voor de verkeerde mensen, maar mijn werk lijdt eronder. Met ‘werk’ bedoel ik niet mijn inkomsten uit regelmatige arbeid, maar datgene wat ik het liefste doe: verdwijnen in mijn verhalen, knoeien met taal, met stokken op gedeukte ketels slaan en proberen de sterren tot tranen toe te roeren, zoals Flaubert het ongeveer zei. Hard falen, verder prutsen, hopen dat er dan een levende ziel is die het mooi vindt. Dat dus. Niet bedelen om aandacht, niet stug en met de kiezen op elkaar geklemd menen recht te hebben op de erkenning van hen die er toe lijken te doen in het spiegelpaleis der Letteren.

Het is genoeg geweest, voor een mooi poosje. Closing time. Het stemt mij passend weemoedig, maar het schenkt mij ook de illusie dat ik een daad stel, zo tegen sluitingstijd. Wij zijn voorlopig even dicht. Daarna zien we wel.

zaterdag 24 december 2011

Glazen Huis #6 - ik verkondig u grote blijdschap

Vandaag hadden ze me serieus bij de kladden, die 3FM jongens. Vroeg in de avond stond ik met Emma op mijn nek naar onze gladiatoren achter het glas te loeren.  ‘Ik zie Gerard’ riep mijn dochter van boven, ‘hij heeft een camera op zijn schouder!’ ‘Dat is de cameraman’ zei ik, mij afvragend of zo’n camera op je nek misschien zwaarder was dan een meisje van zeven. ‘Gerard is moeilijk te zien’ verdedigde zij zichzelf, ‘want hij is de kleinste.’ Daarna wandelden we naar de Lammermarkt, waar wij korte tijd keken naar het optreden van Di-rect – een bandje dat onder normale omstandigheden niet hoeft te rekenen op enig enthousiasme van mijn kant. En dan zeg ik het netjes. Maar nu, ach, nu... het donderde niet. Bedrieg me, dacht ik, roer mij tot tranen, laat me weer geloven dat mijn stad en mijn land het waard zijn om nog even niet door de zee te worden opgevreten – het is zo lang geleden dat ik het kon geloven.

Ik ben deze week al zo vaak fijn en knusjes opgelicht (cupcakes die toch weer niet zelf gebakken bleken, dat werk) dat ik best wil geloven dat het mogelijk is om in een paar uur van 5 komma nog wat tot 8,6 miljoen door te groeien, terwijl we na dag 1 al blij waren met twee ton. God mag weten hoeveel spindoctors er achter de schermen bezig zijn geweest om ervoor te zorgen dat er een scenario lag waarbij wij op het allerlaatste moment met zijn allen nog eens de portemonnee zouden trekken – uit angst een mislukking van minder dan 7 miljoen te moeten accepteren. Alle mystificaties en smooth & cunning plans ten spijt was ik diep ontroerd toen Coen, Timur, en die kleine naar buiten kwamen, ik proefde de lucht die zij proefden, ik voelde de honger die zij voelden. Ik kneep mijn handen tot vuisten toen zij op de grote rode knop drukten die het bedrag zou onthullen. Ik vreesde met grote vreze. En de engel sprak ‘Wees niet bevreesd, want zie ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen’ Lucas 2 gedeeld door 11. En het geschiedde. Acht miljoen zeshonderdduizend. Het is Kerst, een ouderwetse, want ik heb geweend en ik ben blij. 

Glazen Huis (#7 slot): Borden


Ten slotte is er nog iets dat ik kwijt wil. Een kwestie die mij de hele week al bezighoudt. Ja, heus niet de hele tijd, maar toch - eh, vaak. Is er misschien iemand die weet hoe iedereen toch aan die mooie borden komt? Ik bedoel, ik heb deze week honderden van die bedrukte borden langs zien komen met het gedoneerde bedrag erop. In alle kleuren, van alle materialen vervaardigd, maar altijd strak en stevig, duidelijk bedrukt met logo’s van het bedrijf, school of weet ik veel, en op een of andere manier getuigend van groot organisatietalent. Maar waar komen die borden vandaan? Wie maakt ze? Zelf kwam ik met een lullig geplastificeerd A3’tje aanzetten, ‘Rijnlands Lyceum Open Podium €1800’, inderhaast in elkaar geflanst. Maar ja, dat ben ik. Ik wil ook borden kunnen maken. Wie helpt me? Nederland bordenland, mijn bewondering is groot.

O ja, ik heb €125 gedoneerd aan Serious Request: €0,10 voor iedere klik op een Glazen Huis blogbericht. Dit is gedaan in de verwachting dat u nog wel even doorklikt...

vrijdag 23 december 2011

Glazen Huis #5

De schoolklas waar ik mentor van ben heeft meer dan €500 opgehaald voor het Glazen Huis met zelfgebakken koekjes en andere beperkt houdbare rommel, en nu moet ik als tegenprestatie een Nieuwjaarsduik nemen. Dat heb ik namelijk beloofd. Kijk, je hebt mensen met ordelijke levens die door vasthoudendheid en precisie dingen voor elkaar krijgen, je hebt artiesten die er een rommel van maken en min of meer toevallig toch ook dingen voor elkaar krijgen. Ten slotte heb je lui die daar zo’n beetje tussenin hangen en daarom nooit iets voor elkaar krijgen, en uit pure wanhoop dan maar gaan roepen dat ze rond het vriespunt in zee gaan liggen voor de aardigheid - en voor het goede doel. 

Deze groep noem ik de Sjaalmannen van deze wereld. Ze willen wel iets, ze proberen aandacht te trekken door wild met hun armen in het rond te maaien, maar zelfs de vliegen rond hun kop krijgen ze er niet mee weg en ze eindigen op een zolderkamer met een riem papier. Of in zee, op 1 januari, met een Unox muts en keiharde, kleine tepeltjes. Helaas zal ik rekening moeten houden met de mogelijkheid dat ik er ook weer uit kom - daar moet ik nog even niet aan denken. Er zal geen oorlogsmoeder mee geholpen zijn, maar een man een man, een woord een woord. De leerlingen van die klas noemen mij keurig ‘Sir’, ze gedogen mijn plaggenhuttenengels, en trappen geen rotzooi - dit wil ik graag zo houden, dus neem ik die duik, en als mijn gezin het wil kruip ik ook weer uit het sop, dat ruim zal zijn, en diep, en dat zal lonken.

Na vijf dagen Glazen Huis is er 3,5 miljoen opgehaald – de helft van het streefbedrag. De helft! Mijn hemel, hoe moet dat nu? Alle hens aan dek, wat hamer! Alle verkeersboetes naar Serious Request! De via internet vooruitbetaalde partijen illegaal vuurwerk niet leveren! Zouden we het bij elkaar krijgen als Maxime Verhagen toezegt de Noordzee in te lopen en niet meer terug te komen? Of.... of zou ook die opbrengst, en de logaritmisch lijkende groei ervan, netjes geregisseerd zijn, zoals alles rond het Glazen Huis? Mijn bewondering voor de hele organisatie kent geen grenzen. Daar is geen spoor ironie bij. Er lopen honderden lui rond die alles netjes voor elkaar hebben, en die alle dwaze artiesten die met hun kop voor de camera staan keurig poppenkast laten spelen op de momenten dat het moet. Het zijn lui aan wie je wel iets kan overlaten. Ik vertrouw ze blind. Dit zijn de vormgevers van het moderne Nederland. Die gaan niet in zee met 500 ballen. Het eindbedrag wordt 7,6 miljoen. Het staat in het draaiboek. 

donderdag 22 december 2011

Het Glazen Huis (#4)


Hitchcock schijnt gezegd te hebben dat film net is als het leven, maar dan zonder alle saaie stukken. Nu ken ik heel wat films waar saaie stukken in zitten, en soms vind ik dat de beste stukken. Films die alle saaiheid proberen uit te bannen vind ik meestal niet te harden. In de televisieregistratie van Serious Request die rond acht uur wordt uitgezonden krijg je het beeld voorgeschoteld dat het een flitsende, razendsnelle, van energie en plezier overkokende pan is de hele dag daar op de Beestenmarkt. Nu sta ik daar elke dag wel een tijdje en ik kan u zeggen: het is er aangenaam saai. 

Soms is het bomvol, meestal is het – tja, gezellig druk. Maar saai. Men brengt zijn offers, als in oude tijden, aan de voeten van de koning. Men wil opvallen, bij de vorst in de gunst komen. Het moeten in die oude tijden ook langdradige bijeenkomsten zijn geweest. 

Dinsdagavond stond er ineens een koor van 700 man op het plein. Ze brachten €20.000 en gingen een stuk zingen uit The Armed Man, a Mass for Peace van Carl Jenkins. Je merkte er eigenlijk niets van. Ik had niet in de gaten dat ik ertussen stond. Iemand vroeg of ik sopraan was. Ik knikte maar. Ze moesten lang wachten, al die zangers en toen ze eindelijk moesten zingen was het niet te horen. Zevenhonderd man, en niet te horen. En het kwam ook niet op televisie. Te saai? Ik vond het heerlijk, en ik heb sopraan gezongen.

Vanmorgen stond ik er weer, met vijftig musicerende leerlingen van mijn school, om geld in de brievenbus te gooien dat wij hadden opgehaald met het Open Podium. Drie trompettisten, vijf saxofonisten en nog zo wat spul toeterden ‘All you need is love’ over de Beestenmarkt. De aandacht van Gerard Ekdom trokken we niet, maar wie aandacht wil van Koning Ekdom moet denk ik iets anders aantrekken of met meer geld komen. Iemand die niet eet en slaapt mag je niets verwijten, vind ik. We moesten lang wachten, omdat een farmaceutisch bedrijf met €60.000 in kruiwagens aan kwam rijden. Die pillendraaiers kunnen het wel missen, maar dat hoor je niemand zeggen. Ze werden geïnterviewd met een camera op hun knikker, maar op tv kwamen ze niet. Saaie lui.

Verder wordt er bier gedronken, de hele dag en nacht door, uit enge aluminium flesjes. Vooral door studenten. ‘Een biertje voor het goeie deal’ hoorde ik er één met dubbele tong zeggen. Ze staren de hele tijd wat naar het licht. Het is net als het echte leven, daar op de Beestenmarkt, inclusief de lange, saaie stukken. 

dinsdag 20 december 2011

Glazen Huis #3 (fuck de Postcodeloterij!)

Er zijn Leidenaren die het Glazen Huis maar een sta-in-de-weg vinden. En niet alleen vanwege de verkeersomleidingen. Het is, denk ik, het soort mensen dat bijvoorbeeld meedoet met de Postcodeloterij. Zij vinden het vervelend dat alle scholieren momenteel op hun centen uit zijn ten bate van Serious Request. Je moet wel een hart van arctisch ijs hebben om je portemonnee op zak te houden als die bloedjes aan je deur komen met cakejes, koekjes, hyacintbollen, kerstballen, kaarten, tweedehands Donald Ducks, sponsorlopen, biermarathons, pizza-estafettes. Een slim kind uit groep 4 had het plan opgevat deurstickers te verkopen met de tekst ‘ik heb gedoneerd aan het Glazen Huis.’

De beroepsscepticus weet dat wij hypocriet zijn, en naar de portemonnee grijpen om ons geweten in slaap sussen. Rond de kerstdagen is dat extra dringend, dat is bekend. De cynicus gaat nog een stap verder: het is puur eigenbelang. Wij grijpen de kans ons smoezelige zelf uit een kwaad daglicht te halen. Het is een instinct.

Ik bekijk het liever vanuit praktisch oogpunt: je moet iedere mogelijkheid aangrijpen mensen geld uit de zak te kloppen voor een beter doel dan hun eigen vette pensen. Als dat met Kerst beter gaat dan rond Pasen, dan moet het maar met Kerst. Punt.

Serious Request gaat waarschijnlijk tussen de 7 en de 8 miljoen opleveren. Ik vind zeven miljoen veel geld. Veel geld. Maar..... Er is altijd een maar. Er is iets dat mij dwarszit. Overal in de stad hangen billboards met de mededeling dat de postcodekanjer 48 miljoen bedraagt. Zelfs rond de Beestenmarkt  hangen ze. Het is zogenaamd ook voor een goed doel, die loterij - een wel heel slecht verhulde cosmetische ingreep. De boodschap van de Postcodeloterij is een aartspessimistisch: de mens is nooit zo vrijgevig als dat hij hebzuchtig is. Vergeet niet: we leven in een land waar een kwart van de bevolking de ontwikkelingshulp die nog over is wil schrappen.

Ineens vind ik zeven miljoen voor Serious Request helemaal niet veel. Die 48 miljoen komt namelijk ook uit onze eigen zakken. Wat zeg ik: een veelvoud ervan! Want er zijn immers veel meer prijzen en Martijn Krabbé en zijn kornuiten moeten er ook iets aan overhouden.

Ik ben niet cynisch, zelfs niet sceptisch. Ik draag alle kinderen en jongeren die acties verzinnen om ons het geld uit de zak te kloppen een warm hart toe. Kom op kinderen, schud het geld uit onze zakken, tot de laatste cent, zodat we geen geld meer over hebben voor loten – ik ben pas tevreden als we 50 miljoen halen en de Postcodeloterij zo naar de kloten gaat dat ze het salaris van Martijn Krabbé niet meer kunnen betalen. This one’s for mama!

maandag 19 december 2011

Glazen Huis #2

Gerwin doet vanuit Leiden 'op geheel eigen wijze' verslag van Serious Request 2011. Voor iedere pageview doneert hij tien cent aan het Rode Kruis.

Het Glazen Huis is gesloten. Gisteren was de eerste live-uitzending vanuit Leiden. Het regende. Sophie Hilbrand was anchorwoman. Voorafgaand aan de opsluiting van de 3FM dj's zat zij samen met hen op een leren bank in een gebouwtje dat ik dacht te herkennen als de bloemenstal op de Beestenmarkt. De uitzending ging over van alles, maar toch vooral over het bijbelse offer dat de dj’s zouden gaan brengen. Drie Jezussen die zes dagen met elkaar in een glazen graf moesten zitten. Het ging over vruchtensapjes, en de man-met-de-hamer die langs zou komen op dag drie. Ze leken helemaal niet bang.

Het was gezellige tv, zonder beelden van hongernegers of verminkte kindsoldaten. Sophie Hilbrand stipte nog wel even aan wat het doel van de actie was: het helpen van moeders in oorlogsgebieden. Moeders die hun huis en bezittingen kwijt waren. Die hun man waren verloren. Veel moeders waren zelfs hun kinderen kwijt. Die opmerking bracht de dj’s zichtbaar in verwarring. Zijn het dan nog wel moeders? hoorde je ze denken, zijn het dan niet gewoon zielige vrouwen? Deejay Timur leek het toch te begrijpen: ‘ik kan wel een beetje meevoelen met die moeders in oorlog. Mijn moeder zit nu ook een hele week zonder mij.’

Toen kwam zangeres Do aanschuiven om bekend te maken dat zij 30.000 exclusieve ‘verwenpakketten’ (met doucheschuim en een nieuwe kerst-cd van haarzelf), wilde verkopen voor €50 per stuk. Van die €50 ging maar liefst €5 naar het Glazen Huis. Iedereen riep oe en aa en lang zal ze leven. Niemand die zei: wattefuk 5 euro, maak daar effe 25 euro van! Dan verdienen jij en je platenbaas er nog op! Ze ging nog zingen ook, en de dj's deden braaf of ze het mooi vonden. Iedereen was lief voor elkaar.

Daarna was het mooi geweest en werden de jongens van 3FM in hun glazen container opgesloten door de sympathieke Snow Patrol zanger Gary Lightbody, die het allemaal onderging met de verbazing van een misdienaar die voor het eerst in functie is. ‘Are all of these guys locked up with you?’ vroeg hij, wijzend op de haag van cameramannen. Niemand die de sukkelaar verklapt had dat er een achterdeur is die niemand kan zien.

trailer "Een Onbarmhartig Pad"