woensdag 3 juli 2013

Wiens jaar wordt dit? (column Trouw 3 juli)


Nog even en alles hier is leeg. Heerlijk. Een leeg schoolgebouw nodigt uit tot reflectie. Pas in de leegte die de kinderen achterlaten ontvouwt zich de ruimte om van ze te houden. Ineens vind ik ze allemaal reuzeleuk, want ze zijn weg. 

Welke kinderen zullen mij bijblijven? Aan wie van hen zal ik mij dit jaar blijven herinneren? Aan Isaura? In de schoolmusical Chicago speelde deze 13-jarige een Hongaarse moordenares die niets anders zegt dan ‘Unskuldig!’ en aan het einde wordt opgehangen aan een lichtgevend touw. In mijn klas zingt ze fantastisch en op de talentenshow deed ze een moderne danssolo. Ze leek twintig. Iemand vertelde me dat ze ook uitstekend kan biljarten, beter nog dan de elfjarige Olya die in klederdracht het Russische volksliedje ‘Gul’ ayu ya’ (Ik ben mooi, maar lui’) zong.

Ach, al dat talent. Soms wordt de schittering me teveel. Mijn sympathie gaat gewoonlijk uit naar de ploeteraars, zoals Maarten, onze lieve gothic. ‘Deze is voor oma’ hoor ik hem nog zeggen in de microfoon, voor een volle zaal. Daarna begon hij te grunten en op zijn gitaar te hengsten. Bij de uitgang vroeg ik oma wat ze ervan vond. ‘Heel goed,’ zei het oude dametje. ‘Ik houd wel van een beetje stevig.’

Mijn besluit staat vast. Dit was het jaar is van Mark uit Katwijk. Mark zit in 4 havo en heeft ADHD in de meest stormachtige vorm. De eerste les begon hij bij binnenkomst ongevraagd het irritante deuntje van ‘Levels’ te spelen, met één vinger op een keyboard. ‘Muziek is mijn leven!’ kraaide hij. ‘Mag ik naar de WC?’ Een half jaar later speelde hij nog steeds ‘Levels’, inmiddels met drie vingers. Een maand geleden duwde hij mij vier vellen bladmuziek onder de neus: De filmmuziek van Les Intouchables. ‘Dit ga ik spelen op de muziekavond,’ zei hij. Het papier zag zwart van de zestiende noten. ‘Mooi‘ zei ik. Faal, dacht ik. 

Maar Mark uit Katwijk ging aan de slag. Maat voor maat leerde hij uit zijn hoofd, in een Katwijkse kerk, want thuis hadden ze geen piano. Toen kwam de uitvoering – een wonderbaarlijk moment: Hij speelde feilloos, met gevoel, en vol nuance. Allemaal woorden die in het geheel niet op Mark van toepassing lijken, maar zo was het. Tijdens het spelen zag hij kans even in het rond te kijken. ‘Ha, zie je wel,’ zei zijn blik. ‘Ik speel dit gewoon, dudes.’ Hij oogstte het grootste applaus van de avond.

Nu moet Mark van school, hij heeft allemaal onvoldoendes, behalve voor muziek. Na de vakantie, als de school weer volloopt, zal hij toch een beetje leger zijn, want Mark uit Katwijk is er niet. Desondanks verklaar ik dit zijn jaar. Daar ga je Mark.

woensdag 19 juni 2013

Jarig


Zo’n veertig keer per jaar speel ik Lang-zal-ze-leven op de piano, meestal op verzoek van klasgenoten van de jarige. Ik doe het graag, weigeren gaat niet (want dan denken ze dat ik zoiets simpels als lang-zal-ze-leven niet eens kan spelen), maar of ik die jarigen er een plezier mee doe? Er is wel eens een jarige mijn lokaal uit gerend, recht naar huis. Verjaardag en middelbare school – dat wordt nooit wat. 

Stel je ook voor, je bent veertien en je moet omdat het ritueel het voorschrijft op tafel staan met een puntmuts (het elastiekje knelt onder je kin) je wordt halfhartig toegezongen door kinderen van wie je er minstens tien haat, en vlak voor je neus staat een in de handen klappende leraar Duits die jou over vijf minuten op een proefwerk gaat trakteren. Dat wil je niet.

Maar als leraar jarig zijn valt ook niet mee. Honderdtwintig collega’s. Boterkoek bakken voor die menigte, daar heb je geen tijd, voor slagroomtaart geen geld. Het gevolg is dat er jaarlijks verbijsterende hoeveelheden fabriekskoek de koffiekamer binnen gesjouwd worden door jarige leraren. Meestal zit de boel nog in de plastic verpakking (behalve als de rommel van het merk Euroshopper is). Wat een feest! Droge cakejes, bokkenpootjes, nog drogere cakejes, mini-mergpijpjes, en tenslotte zulke droge cakejes dat de hele koffiekamer zwijgt, tranen in de ogen krijgt en naar adem hapt. 

Bert van Aardrijkskunde trakteert ieder jaar op minimarsjes, maar dan de goedkope versie van de Lidl. De jaarlijkse mini-negerzoenen van, eh - ja van wie ook weer? – worden meestal ongeopend weer meegenomen. Ronald (wiskunde) komt tenminste nog met stroopwafels van de markt. Zijn neef heeft daar een kraam. Marijn van gym maakte het dit jaar wel heel bont, hij trakteerde op groente en fruit. Nou gefeliciteerd ouwe, ik neem nog een lekkere wortel potdorie.

Ook zo iets raars, iets wat volgens mij alleen bij ons op school gebeurt, is dat de jarigen raadseltjes opgeven in plaats van dat ze gewoon vertellen hoe oud ze zijn geworden. Als je wilt weten welke leeftijd Frits van wiskunde bereikt heeft moet je een integraalberekening uitvoeren. Len, onze Amerikaanse collega, komt met een tekstregel uit een vaag countrynummer uit zijn geboortejaar. Soms zijn er twee tegelijk jarig. Hangt er een briefje boven de kanokoeken: ‘Samen zijn we honderd! Kees en Kees.’ Hopeloos, want bijna iedereen heet bij ons Kees. Lang-zullen-ze-leven.

Ik was afgelopen week jarig. Ik trakteer altijd op chocoladesoesjes. Stelt ook niet veel voor, maar soesjes schenken de mensen in ieder geval de illusie dat ze een gebakje eten. Bij verjaardag hoort slagroom, punt uit. Soesjes? Ha, van der Werf is weer jarig. Waar is-ie? Hij heeft pleindienst. Vrijwillig.

vrijdag 7 juni 2013

I Love Music (column Trouw 5 juni)


Kijk, daar is Eva. Ziet u haar lopen? Ze valt niet zo op, vandaar dat ik even wijs. Ze is dertien, ze is niet echt dik maar loopt toch een beetje waggelend, alsof ze met boodschappen sjouwt. Ze kijkt vermoeid naar haar klasgenootjes, dunne sprieten die allemaal op dansles zitten en die gewichtloos lijken. Met geen van hen is ze dikke vriendinnen. Er zijn een paar jongens die zich bij vlagen over haar ontfermen, volgens mij met eerzame bedoelingen, al weet je dat nooit zeker.

Ik geef haar te weinig aandacht, denk ik. Die anderen, die dansmariekes, hebben altijd wel wat aardigs, ze spelen piano, zingen mooi, doen bevallig en cirkelen als meeuwen om iedereen heen die hen wil voeren. De jongens steken onderwijl met stompe voorwerpen in elkaars armen, schuiven razendsnel etuis rond als volleerde croupiers. Eva zit daar gewoon en ik weet niet wat ik tegen haar moet zeggen. Beetje glimlachen. Daarna weer een jongen terug op zijn stoel duwen en de orde herstellen. Van Eva heb ik nooit last. Ze zit stil te wachten, iedere les op dezelfde manier, rechtop, alsof ze verwacht dat er vandaag iets bijzonders gaat gebeuren.

Vorige week kreeg ik ineens een mailtje van haar mentor, gericht tot alle docenten. Eva’s ouders willen haar naar een andere school sturen als ze dit jaar blijft zitten. En of we dat stil willen houden, want Eva weet nergens van. Eva ziet het niet, de zwarte donkere lucht boven haar hoofd.

Een dag of drie later zit ze weer in mijn klas. Kaarsrecht. Ik introduceer een nieuwe opdracht, op warrige wijze, en probeer zoals gebruikelijk mijn warrigheid te compenseren met enthousiasme. Even later sta ik naast Eva bij een keyboard. Ik leg uit hoe ze drie akkoorden moet spelen, C, D mineur en Bes. Bes is lastig. Haar vingers bewegen houterig, ze drukt de toetsen in alsof ze veerkracht van een matras test. Dan zie ik haar nagellak. Al haar vingers heeft ze wit gelakt, en in iedere witte nagel heeft ze met zwarte lak een muzieknoot getekend.

Bij het uitgaan van de les schrijft ze iets met haar vinger op het bord. Ze tekent in het vaalwitte laagje krijtstof. Daarna loopt ze snel weg. Het is niet goed te zien, ik kom dichterbij. Er staat ‘I love music.’

Ik denk: ‘Het is mooi, maar het komt niet door mij. Het zal bij de andere vakken wel heel slecht gaan. Of iets dergelijks.’ Zo probeer ik mijn trots te onttakelen, mijn ontroering het hoofd te bieden, en de aandrang dat meisje te beschermen te wantrouwen. Maar het lukt me niet. 

Het is een goede dag.

woensdag 29 mei 2013

Het examen is gesloten (column Trouw 29 mei)


Vandaag sluit ons theater. Morgen is de sportzaal weer voor de gymmers. Dan piepen de sportschoenen en bonken de ballen op de parketvloer, en is er niets meer dat herinnert aan dit stille en ogenschijnlijk saaie toneelstuk, dat onder de oppervlakte zo bol staat van de dramatiek.

Van alle acteurs in ons toneelstuk heb ik er een paar voor het voetlicht gebracht. Maar ik heb er zoveel meer in de coulissen laten staan. Kijk, daar is Robert uit 5 havo, hij huppelt naar het eerste tafeltje, pakt de plastic liniaal die de school verstrekt en laat hem hard op het tafelblad petsen. Hij huppelt naar het volgende tafeltje, en doet daar hetzelfde. Alle tafeltjes werkt hij zo af. Pats, pets, en daarna gaat hij zitten. Robert heeft zijn pillen voor Adhd niet genomen, bang dat hij er minder scherp van zou worden.

En dan Pieter van de administratie. Hij draagt de sleutel van de kluis waarin de opgaven liggen ‘op het lichaam,’ zegt hij. Ik probeer dat beeld van mij af te schudden. De afgelopen weken speelt hij steeds gevoelige informatie naar mij door, hij hoopt dat hij in de krant komt. Zo zijn er driehonderd paar oordoppen door hem verstrekt, en Pieter vindt dat zeer merkwaardig, want niemand gebruikt ze in de examenzaal. ‘Die nemen ze dus mee naar huis hè. Schrijf daar maar eens over!’

De ouders, allemensen die was ik haast vergeten. Sommigen zijn al weken op van de zenuwen. Sommigen zijn ouder en leraar tegelijk. Ruth, mentor van een examenklas en moeder van een leerlinge in vijf havo: ‘Ik heb alle examens met haar nagekeken, en twee weken lang haar lievelingskostjes gekookt.’ Ja, alle ouders doen hun best, en offeren zich op, althans, dat denken ze. De ouders van Else vertelden haar midden in de examentijd dat ze een flitsscheiding wilden. ‘Maar tot het einde van het examen blijf ik gewoon hier wonen hoor!’ meldde vader. Gezellig.

Tenslotte de conciërges. Nyima, onze goedlachse Tibetaan, schonk op serene wijze 1200 kopjes koffie en thee. Kale Cees leidde de operatie waarbij de honderdvijftig tafeltjes op ’9 latjes afstand’ gezet werden. Hij is een theaterman. Het liefst had hij alles mooi uitgelicht, ook nu, op het moment dat het doek valt. Even schijnen de spotten nog op onze gezichten, fel en heet. De rector spreekt de laatste woorden: ‘Dames en heren, het is vier uur. Het examen is gesloten.’

dinsdag 28 mei 2013

nachtmerries (column Trouw 28 mei)


Ik zit in een enorme witte gymzaal die ik nooit eerder heb gezien. Er zijn ook andere examenkandidaten, maar ik ken er niet één. Het hindert niet, ik heb het volste vertrouwen in mijn kennis van de Wiskunde. De docenten ook, ze knikken mij toe, ze hebben verwachtingen van mij. Ik sla het opgavenboekje open... het is zacht en glad papier, het ruikt zoet.

De eerste vraag sla ik even over, en de tweede ook. Functies en grafiekjes die ik niet meteen begrijp. Ik kijk er later wel naar. Ik laat ruimte open op mijn antwoordenblad. Ik zet een 1 en een 2 in de kantlijn, en halverwege de pagina een 3. Vraag drie heeft een lange inleiding. Het gaat over een tegelpad dat moet worden aangelegd, en ik moet berekenen hoeveel tegels nodig zijn. Eitje. Alleen brengt het feit dat het pad over een steile heuvel loopt mij in de war. Het maakt toch niet uit voor de hoeveelheid tegels? O, er zijn ook verschillende formaten tegels. En in allerlei kleuren. Die moeten in een bepaald patroon gelegd worden. Ik denk verschrikkelijk lang na over de vraag, kijk, de koffie is er al. Even achteroverzitten. Ik heb een paar getallen op mijn antwoordenvel gezet, veel minder dan al mijn nadenkwerk rechtvaardigt. Ik kijk op de klok. De helft van de tijd is verstreken! En ik heb nog geen enkele vraag beantwoord! De paniek verlamt mij, ik kan nu helemaal niet meer denken, ik raak de grip op de tegeltjes volledig kwijt...

Deze droom heb ik twee- of driemaal per jaar. Een vriendin vertelde mij eens dat ze om de zoveel tijd examen economie moet doen, altijd onder het strenge toezicht van prof. dr. Arnold Heertje. Een andere vriendin loopt altijd naakt door de examenzaal. Fastfood voor psychologen, nietwaar? Mannen vertellen zelden over hun dromen, maar dat wil niet zeggen dat zij ze niet hebben. Integendeel. Het eindexamen schijnt een van de weinige onderwerpen te zijn waar zowel mannen als vrouwen heftig over kunnen dromen. Hier is onderzoek naar gedaan.

Niet iedereen zal zulke nachtmerries hebben, dus ook niet alle examenkandidaten van nu. Sommige leerlingen ogen de laatste dagen zo relaxed dat ik er een vakantiegevoel van krijg. Maar één ding blijft overeind: examens appelleren aan een fundamentele angst, de angst tekort te schieten. Daarom doen ze het zo goed in nachtmerries.

trailer "Een Onbarmhartig Pad"