Posts tonen met het label regen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label regen. Alle posts tonen

dinsdag 2 augustus 2011

IJs met kutsmaak

Zaterdag reed ik op de motor van Innsbruck naar Leiden, in de regen.

Dat kan je zo zeggen, het klinkt simpel, het klinkt als ‘ja... en toen?’ Niemand die er erg in heeft dat het zinnetje een verhaal op zich is, dat er een wereld van ellende in schuilt.

Bij München waren mijn handen zwart, omdat de handschoenen lekten. Bij een pompstation legde ik ze op het motorblok. Ik wachtte tot de regen ophield en at drie Snickers. De handschoenen waren nog steeds nat. Daarna reed ik drie uren hersendood op de Autobahn. Bij Karlsruhe ging mijn uitlaat loszitten. Eindelijk klonk mijn Yamaha als een Harley. Bij Koblenz begon ik de plaatsnamen die op de borden stonden hard te schreeuwen in mijn helm. Dat geeft veel genot, met Duitse plaatsnamen, zeker als je oordoppen in hebt en je het geschreeuw van binnenuit hoort.

Bij Keulen begon het opnieuw te regenen, en hard te waaien. Duitsland is inderdaad een kutland, maar Nederland is nog veel erger. Het is maar goed dat het een stuk kleiner is dan Duitsland. Bij Eindhoven ging het serieus regenen. Mijn helm begon te lekken. Ik lachte een kwartier lang om een oude mop: ‘ober, ik had ijs met kutsmaak besteld, maar ik proef duidelijk poep!’ ‘Dan moet u kleinere likken nemen m’neer.’ Ik zeg niet dat ik dit een geweldig leuke mop vind, ik zeg alleen dat ik er als een krankzinnige om lachte, hard en eenzaam, zodat mijn vizier ervan besloeg.

Ter hoogte van Zaltbommel stormde het zo hard dat de regen horizontaal viel. Die viel dus niet, hoor ik u denken. Nee, die is nu nog op weg naar Duitsland. Een vrachtwagen schaarde zowat op de Nijhoffbrug, en als motorfietsen konden scharen had het er slecht voor mij uitgezien. Ineens werd ik doodsbang dat die uitlaat eraf zou vallen. Ik voelde het vermogenverlies. Vermogenverlies ja. Heeft niks met banken te maken. Bij Utrecht moest ik tegen de wind in hangen om de fly-over te kunnen nemen. Bij Woerden sloeg de regen recht tegen mijn smoel. Ik dacht aan een warm bad, en toen dacht ik dat het eigenlijk niet uitmaakte of je tijdens het noodweer van de eeuw op een motorfiets zat of in een warm bad lag, omdat niets nog een pest uitmaakte. Trenchfeet, inderdaad. Toen ik bij Leiden de snelweg afdraaide belandde ik in een diepe plas die de motor bijna omtrok. Ik dacht: ik wil niemand midden in de nacht in dit weer tot last zijn, dus laat mij overeind blijven...

Thuis kreeg ik de handschoenen niet meer uit, noch de leren broek. Ik stond in de gang en het suizen in mijn oren hield mij gezelschap.

(dit bericht verscheen eerder op Torpedo magazine)

maandag 18 juli 2011

Oefeningen in verveling

Binnenkort gaan wij weer heel lang met elkaar in een auto zitten, want het is vakantie. Ik kan niet goed zeggen wat precies het mooiste van de vakantie is: het moment dat we in die volgepropte auto stappen of het moment dat we er met doorzitplekken weer uitkomen. Ik denk toch het eerste, omdat de Hoop dan nog door geen enkele tegenslag besmet is. Het idee dat je op Avontuur bent loopt meestal de eerste deukjes op bij aankomst op de camping. Natuurlijk, thuiskomen is ook mooi, maar om redenen die niets te maken hebben met Hoop en Avontuur.

Hoop en Avontuur beginnen bij een schone auto. Voor vertrek zuig ik de wagen daarom grondig uit. Daartoe zat ik vanmiddag op de achterbank, een gebied waar ik nimmer kom. Ik zette de stofzuiger uit en bleef een tijdje zo zitten. Ik kreeg een oeroud gevoel, het achterbankgevoel. Het was mooi en het leek mij ineens belangrijk dat ik niet zou vergeten hoe het voelde om uren-, zo niet dagenlang op de achterbank je biotoop te hebben, vroeger, wanneer de vakantie was aangebroken.

De machtsspelletjes met mijn zus, het treiterige afbakenen van de ‘eigen helft’, het snauwen van mijn moeder, het over de schouder aanreiken van de rol fruitella. Met je hoofd tegen het venster hangen, de kuiten tegen het warme kunstleer geplakt. Het kroeshaar op het achterhoofd van mijn vader, waar ik tegenaan keek omdat er nog geen hoofdsteunen bestonden - behalve in Mercedessen, maar wij hadden natuurlijk een Kadett.

Maar terwijl ik daar zo zat moest ik vooral denken aan die onverzettelijke ruitenwissers, en hun hopeloze strijd tegen de regen. Als je zelf rijdt, zie je het niet zo, hoe de wissers het water naar beneden duwen, en dan weer opzij – met ferme hand, zou je bijna zeggen - hoe bij harde regen het water aan de zijkant wegkruipt en ontsnapt, en hoe op de snelweg de wind het water weer omhoog blaast. Je keek bij welk punt het water de wissers weer ontmoette, en of dat veranderde – of een van de twee aan de winnende hand was. God, wat een verrukkelijke oefening in verveling.

Dat zat ik zo te bedenken, met een stofzuigerslang in mijn poten, op mijn eigen achterbank die voor mij zo weinig betekenis heeft. Het achterbankgevoel van mijn eigen auto is voorbehouden aan mijn kinderen. Die moeten er straks een week of twee rondhangen. Wij hebben wel hoofdsteunen, maar er zitten om de dooie donder geen dvd- of aanraakschermpjes in gemonteerd. Ook zij zullen zich dus moeten vermaken met de ruitenwissers en de regen. Het wordt fijn, want het ziet ernaar uit dat zij daar ruimschoots gelegenheid voor krijgen.

trailer "Een Onbarmhartig Pad"