woensdag 25 april 2012

Knoeiers (column Trouw 25/4)


Vorige week kwam het rapport van de Onderwijsinspectie uit. Het hakte er weer in. U kunt zich de bedrukte stemming in de lerarenkamer wel voorstellen. Iedereen zat naar elkaar te loeren, tenminste, wie boven zijn wallen uit kon kijken want menigeen had er natuurlijk een slapeloze nacht opzitten. Ik denk dat zo’n veertig van ons daar zaten, zwijgend boven de koffie om kwart over acht. Wij wisten: tien van ons kunnen het niet. Het had in alle kranten gestaan. Een kwart van alle leraren bestaat uit knoeiers. Wie van ons waren het?

Een montere gymnastiekdocent vroeg of iemand gisteren de voetbalwedstrijd had gezien. Je zag de anderen denken: Dat is er alvast één. Want welke knuppel kijkt er nu naar een voetbalwedstrijd als het nieuwe rapport van de Onderwijsinspectie net verschenen is?

Ik heb het gelezen, het rapport. Er stond van alles in, maar ook dit: 72% van de docenten op het havo beheerst de basisvaardigheden van zijn vak - uitleggen en orde houden. Het klonk eigenlijk als goed nieuws. De kranten schreven het anders op: een derde van de leraren presteert onder de maat.

Dat het zo in het nieuws zou komen wist inspecteur-generaal mevrouw Roeters natuurlijk best. Toch laat ze in haar slotwoord weten dat ze het beste met ons voor heeft. Ze hoopt dat het rapport een ‘inspiratiebron is voor leraren.’ Nou en of generaal, wij vatten nieuwe moed. U staat immers achter ons, een kilometer of vijftig. Wat ik mij afvraag: de troepen van de inspecteur-generaal, deugen die eigenlijk wel? Of is ook van hen één derde onbekwaam? Het zou gemakkelijk kunnen – zij worden nooit gecontroleerd dus misschien is het percentage knoeiers daar wel veel hoger.

Er zullen altijd leraren blijven met ordeproblemen. Daar helpen geen drieduizend rapporten aan. Autoriteit staat in ons land constant ter discussie – dit maakt het leraarschap tot het moeilijkste vak dat er bestaat. Weet u hoe ik het gered heb? Door aardig te zijn, altijd geduldig, altijd lachen, zodat ze wisten: hij staat aan onze kant. Nu gaat het trouwens beter. Nu ben ik een Terminator. Soms loop ik gewoon de klas uit, dan grom ik: ‘I’ll be back’. Als ik terugkom, meestal met koffie, kan je een plectrum horen vallen. Maar ooit hoorde ik, denk ik, tot dat falende kwart dat in de krant stond.

Misschien moeten we het die kinderen af en toe gunnen, zo’n leraar die geen orde kan houden, zo’n excentriekeling die van de zenuwen krijtjes eet, die blind van woede mobieltjes uit het raam gooit. Zo’n antiautoritaire lieverd die Schubert zingt of goocheltrucs doet die altijd mislukken. Je kan je leven lang met weemoed terugdenken aan zo’n schlemiel, terwijl je al die gedateerde lesstof allang bent vergeten. 

Gerwin in DWDD 28 januari 2010