maandag 25 juni 2012

Moorkop (Trouw 20 juni)


Wij zitten met vijftig leraren in een vergaderzaal, wij wachten op de uitslag van het examen. Er staan vier dozen gesorteerd gebak. Ik was de laatste die een gebakje mocht kiezen, en nu zit ik met een moorkop, want er was niets meer te kiezen. Een moorkop is nooit een goed idee, als vijftig man kunnen zien hoe jij hem gaat opeten. Naast mij zit Adri, die heeft een veilig zandgebakje met vruchten. Niemand heeft een moorkop, alleen ik. ‘Succes’ grijnst Adri.

Op hetzelfde moment zitten onze honderdvijftig examenkandidaten thuis op hun nagels te bijten. Wij weten de uitslag eerder dan zij. Op de uitslag ligt een embargo. Telefoons gaan uit, internet gaat op zwart, lippen zijn verzegeld. Ik voel mij slecht op mijn gemak, en niet alleen vanwege die moorkop. Een goede vriend had gevraagd of ik een sms’je wilde sturen als zijn dochter geslaagd was: hij zou niets tegen zijn dochter zeggen, heus niet, hij hield het gewoon zelf niet meer. Ik geloof dat ik niet duidelijk ‘nee’ heb gezegd, ik zal wel weer dom gelachen hebben. Mijn loyaliteit is groot, maar gaat soms alle kanten op. Nu heb ik spijt, want als ik niets laat horen denkt hij misschien dat ze gezakt is.
Het begint. De rector opent met de mededeling dat hij de hele dag is platgebeld door persmuskieten. ‘Ze ruiken bloed,’ zegt hij. Dat komt door de nieuwe eis van het ministerie – het gemiddelde van het Centraal Schriftelijk Eindexamen moet hoger dan 5,5 zijn. Ze hopen op een slachting, de journalisten.

De rector meldt ons met een opgeruimd gezicht dat er volstrekt geen sprake is van een slachting. Het percentage geslaagden is zelfs iets hoger dan vorig jaar. Iedereen zet opgelucht de vork in het gebakje. Ik kijk naar de moorkop als Jozua naar de muren van Jericho.
Dan volgt de uitslag per leerling. Wij krijgen een boekwerk vol cijfers. Er wordt gelachen als we bij een leerling komen die gemiddeld 5,51 gehaald heeft.

Uiteindelijk blijken drie leerlingen te zijn gezakt door de 5,5-eis. En jawel, één van de drie is de dochter van mijn vriend. Ze moet een ‘her’ doen. Nijdig prik ik het plastic vorkje in de moorkop, en nog eens, en nog eens. Ik stel mij voor ik het ding uitsmeer over het gezicht van de ambtenaar die deze regel bedacht heeft. Dit is de opbrengst: één leerling die 0,2 punt hoger moet halen op een herexamen. Zo ziet ‘kwaliteitsverbetering van het onderwijs’ er in de praktijk uit.

Ik lepel de slagroom uit mijn aan stukken gereten moorkop. Tot zover de slachting. Mijn telefoon brandt in mijn zak, maar hij zal daar blijven.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010