maandag 25 mei 2009

Mimesis

Ceci n’est pas un poète.

Ceci is een imitatie van een schrijver die zijn contract tekent. 

De mensen om mij heen heb ik eraf geknipt, uit privacy overwegingen, maar u kunt er vanuit gaan dat het allemaal schrijvers, redacteuren, uitgevers en journalisten zijn. Of worden. Hoe dan ook, het was reusachtig gezellig.

Maar nu even de kern van de zaak: mimesis.

Het tafereel hiernaast deed mij denken aan Richard Krajicek, Wimbledon in 1996. Je kan die dingen immers het beste vergelijken met gebeurtenissen van ongeveer gelijke grootte. Toen zijn machteloze tegenstander de laatste bal in het net mepte viel de Kraai op zijn knieën en liet zich vervolgens naar achteren vallen. Een imitatie van Björn Borg, vijfmaal zeeg de Zweed op die manier neer op het gras, gratieus als een acteur in een oorlogsfilm die een denkbeeldige kogel incasseert. Krajicek's val was wat onhandig uitgevoerd, ik zag dat meteen, het was geen Borg, maar ik kon niet precies zeggen waarom.

Later vertelde Richard heel openhartig over dat moment. Hij wilde inderdaad op Borgiaanse wijze naar het gras gaan, het leek hem de meest gepaste manier om de overwinning te vieren. Dat vond ik mooi, ik zag het als een gebaar van nederigheid, niet van arrogantie. Wat hij daarna vertelde raakte mij diep. Toen hij daar zat, op zijn knieën, en met zijn rug achterover viel werd hij bevangen door een vrees die even verschrikkelijk als onredelijk was. Maar hij wás er wel degelijk. "Stel je voor dat ik mij vergist heb", dacht de kampioen, "stel je voor dat dit helemaal niet het laatste punt was?"

Ja zeg, stel je voor.

Hij kwam overeind en zag dat het goed was, want de ballenjongens applaudisseerden voor hem. Maar het moment waarop de angst heel even zijn keel dichtkneep! Ceci n’est pas un champion! Dat moment zal hem heugen.

Het contract heb ik nog steeds niet echt getekend.

Ik zit de dingen op te blazen door ze nietig te maken, dat weet ik ook wel. Maar ik reken op ieders erbarmen als ik nog eens gedwongen word iets of iemand na te doen.

zaterdag 16 mei 2009

Contract


Ik had mij meer voorgesteld bij het ondertekenen van een contract. Ik weet niet precies wat, iets met een feestelijk tintje in ieder geval, iets waar een omstandigheid van gemaakt moet worden, van het soort dat vraagt om mooie, half gemeende woorden om de boel wat te rekken, een notenhouten bureau vol sigaren en geheime laden voor drank en schietwapens. Ik zou mijn opwachting maken in gezelschap van twee imposante  zaakwaarnemers met zonnebrillen. Dat waren dan twee vrienden geweest, die ik diezelfde dag nog had aangekleed bij de C&A – want waar elders kan je nog steile zwarte pakken en kraakwitte overhemden zonder tierelantijnen kopen? – en die zouden ieder in hun eigen hoek staan, strak voor zich uitkijken en volstrekt niets zeggen. Alleen als ik met geheven wenkbrauwen zou omkijken op het moment dat de royalties ter sprake kwamen zouden ze hun hoofden even naar elkaar toe draaien en ze daarna tweemaal schudden. Een van hen zou op zijn horloge kijken. Daarna zouden de onderhandelingen een tweede, grimmiger fase ingaan. Het percentage zou vastgesteld worden op twintig procent, maar niet voordat er glazen met dikke bodems vol met whisky geschonken werden, door een mooie strenge dame die mij opzichtig zou negeren, maar iets aan onkreukbaarheid zou inboeten omdat ze het niet zou kunnen laten een steelse blik op mijn zwarte mannen te werpen. Oei, wat zat die blik vol verlangen.

Ik kreeg het papierwerk over de post, in drievoud. Het paste gewoon door de brievenbus, de postbode hoefde niet eens aan te bellen. Het was een modelcontract zoals het ooit is opgesteld door de Vereniging (Vereeniging?) van Letterkundigen en de Literaire Uitgeversgroep. De LUG, voor vrienden. Van dit contract is overigens bekend dat het pas na eindeloze en bittere onderhandelingen is getekend door beide partijen, op de middenstip van de Amsterdam Arena. Een letterkundige is daarbij onder de zoden gewerkt en een uitgever heeft daar een berisping voor gekregen, maar de kaarten bleven op zak. Er is al met al zoveel gif bij gespoten dat het met het veld nooit meer goed is gekomen.

Er is één exemplaar bij ‘voor eigen gebruik’. Ik heb nog geen idee waar ik het voor ga gebruiken,  misschien om zogenaamd per ongeluk verkreukt op de koffietafel te leggen. Je kan er van alles mee, als je erover nadenkt. Maar een omstandigheid kan ik er niet meer van maken. Ik ga eerst het exemplaar voor eigen gebruik ondertekenen, om mijn handtekening te oefenen.

Daarna ga ik het nieuwe boek van Tommy Wieringa kopen en proberen het slecht te vinden.

dinsdag 12 mei 2009

Dimitri, of de geschiedenis der mensheid

’t kroop dus op vier poten uit die stinkende modderpoel, ’t ging allengs rechtop lopen om zich maar het gat te kunnen krabben... ’t rotzooide wat aan, een slordige zestigduizend jaar, ’t moest wel hier eindigen, kraaiend van de pret om het beeld in de gebroken spiegel, waar ’t zich zo goed in zegt te herkennen. Fraai is anders, maar zo is ‘t. Ge zijt er goed mee...

 Dimitri Verhulst wint de Libris Literatuurprijs!

 Ik vind dat plezant om te zeggen! Mag ik dat nogmaals zeggen? Dimitri Verhulst wint... ja en? Al maanden loop ik immers in het rond te toeteren dat ge die man moet lezen, want wat daar in die deftige schreven gedrukt staat, da’s taal zoals taal bedoeld is: om u bij de kladden te pakken, met de staalborstel af te rossen, met een bot mes uit te benen: gij zult nooit meer dezelfde ploert zijn, vanaf nu zijt gij een ploert met gevoel, een gevoel voor uwe moerstaal op zijn minst, lees, opdat wij u leren voor de juiste duvel te dansen! 

Bon, ’t eert Dimitri met een hoop gebral dat niemand verstaat, ’t steekt hem een bom duiten toe die waarlijk slecht is voor de drankzucht van zijn nonkels en de goklust van ’t kroost. Wat donder, het is hen gegund!

 En dan: hij zit bij mijn uitgeverij. De spetters van zijn overwinning vallen over mij heen als verschaald bier met spuug tijdens de Carnaval, ik juich en richt mijn wijd opengetrokken mond ten hemel. Hoera! Ach ze zullen nu wel even niet zoveel tijd voor mij hebben, maar ik kan wachten. Ik kom nog maar net uit de blubber gekropen, ik heb alle tijd (dit is een leugen). 

Proficiat Dimitri Verhulst. Het is verdiend (dit is de waarheid).

vrijdag 8 mei 2009

Kastanjebloesem & Champagne

Natuurlijk ben ik op de motor gegaan.

Met wie moet ik het anders vieren, zo één twee drie?

De kastanjes laten hun bloemen los, de wind maakt dat ze in de lucht blijven hangen. Ik rijd door confettiregen. Ik kan het niet laten mijn linkerarm even de lucht in te steken, dwars door de steeds opnieuw opwaaiende bloemenhulde. Laat de kurken knallen! Leve de koning! In Amsterdam baart zoiets geen opzien, men denkt hooguit dat ik een andere weggebruiker de ziekte wens.

Ik ga nog even niemand bellen, ik ga eerst een tijdje op mijn geluk zitten, zo houd ik het nog even warm. Het enige zinnige om te doen lijkt mij te gaan lunchen in Hotel Americain, tout seulement, net als echte schrijvers doen als ze zich geen raad weten met hun aanvallen van ijdelheid. 

Ik bestel salade met vis en een glas witte wijn. Dat is behoorlijk gay, ik hoop dat de ruftende, met insecten geplamuurde motorjas die over mijn  stoel hangt genoeg tegenwicht biedt.

Mulisch is er niet. Daar ben ik wel blij om, stel je voor dat ik aandrang zou krijgen op hem af te lopen, te vertellen dat ik over een goed halfjaar zal debuteren? Die man laat zijn teennagels vijlen door debutanten – als hij een goede dag heeft. Bovendien houd ik niet van Mulisch, van zijn nagels noch zijn boeken.

Tommy Wieringa komt binnen. Denkt hij soms dat hij de nieuwe Mulisch is? Zijn kaalgeschoren hoofd is moeilijk te negeren, maar ik denk ineens nogal dwangmatig aan zijn teennagels. Wiens ijdelheid is ermee gediend als ik hem aanspreek? Onno Blom komt op, van links, hij begroet Tommy hartelijk. Hij heeft ook tekst, maar die is niet te verstaan. Als toneelstuk is het niet best.

Het zijn vrienden, die twee. Ik droom er een beetje bij weg. Ook heel gay. Tommy: zo noemt mijn vrouw hem, ze heeft nog met hem gewerkt, bij de Stichting Hootenanny ofzo. Iets met ‘jongeren’. Praatjes bij het kopieerapparaat en een hoop koffie, van die dingen. Ik heb nog altijd goede hoop dat het inderdaad bij koffie en kletskoek is gebleven. Het tegendeel is nimmer bewezen. Mijn vrouw vertrouw ik best, maar Tommy niet.

Wat zit ik nou te staren naar die twee? Ik raak helemaal de draad kwijt. Ik beeld mij in dat ik op ze afloop, en Tommy met een zo bezorgd mogelijke blik het advies geeft dat hij zijn volgende boek beter niet in januari 2010 kan laten uitkomen, aangezien mijn debuut dan alle aandacht zal opeisen.

Ik slik een rivierkreeftje weg. Weinig smaak. Een duur kauwgompje.

Ik zei het al, ik heb moeite de ware grootte van een gebeurtenis te zien. Maar sommige dingen zijn op iedere grootte even mooi. De kastanjebloesem bijvoorbeeld.

Of een debuut bij een heuse uitgeverij.

 

Mijn roman “Gewapende Man” (werktitel) zal begin 2010 verschijnen bij uitgeverij Contact.

 

woensdag 6 mei 2009

Landmark!

Aanstaande vrijdag is het D-day.

Op bezoek, Keizersgracht 205 te Amsterdam.

Als ik aldaar, bij uitgeverij Contact te horen krijg dat ze mijn manuscript Gewapende Man daadwerkelijk willen uitgeven dan gaat de kurk van de champagne – wat hamer! – de hele fles gaat eraan, in gruzelementen tegen de motorfiets waar het allemaal mee begonnen is. En dan pakken we een nieuwe. Tevens vraag ik iedereen die mij geholpen heeft een “echte schrijvert” te worden dan op de borrel, binnenkort, onverwijld, ergens is Leiden.

Maar laten we niet te vroeg juichen.

U hoort van mij. 

Nog 42 uur, 28 minuten, 22 seconden.

dinsdag 5 mei 2009

Ware grootte (versje)

Het zeiljacht past tussen mijn wijsvinger en duim
Als ik een oog sluit, verdwijnt de baai achter mijn koffiemok
Maar de scheur in het hout van de dukdalf is een kloof 
zo een waar je maar beter niet in kan vallen

Zet ik een stap achteruit, dan ben ik groter dan de boot
Voor de meeuwen op de reling
Zo wordt een groot succes een bagatel
Zo worden enorme woorden klein
Zo word ik een schaalmodel

Soms is het fijn, soms is het klote:
Er bestaat niets van ware grootte



Gerwin in DWDD 28 januari 2010