donderdag 25 maart 2010

Boekpresentatie 15 april in De Nieuwe Anita

Het is bijna zover.

Op donderdag 15 april wordt Gewapende man voor het eerst aan het volk getoond. Deze feestelijke gebeurtenis zal plaatshebben in De Nieuwe Anita te Amsterdam. Zaal open 19:00 voor genodigden, aanvang 19:30. Om de feestvreugde te verhogen zullen The New Beetles vanaf 20:30 optreden in een uniek “unplugged” concert, voor iedereen toegankelijk.

Volgers van dit blog zijn zonder meer uitgenodigd het evenement bij te wonen. Wie bovendien kans wil maken op een gratis exemplaar van het boek moet het volgende doen:

  • reageer op dit blogje
  • typ voordat je je bericht verzendt het kronkelwoord* in je reactie
  • het winnende kronkelwoord wordt getrokken op de avond zelf door ondergetekende (moet je je kronkelwoord wel onthouden..)

Een heel gedoe, en dat voor een prutsboek, maar wij vertrouwen op massale deelname.

Word Volger, reageer, kom langs in De Nieuwe Anita op 15 april, en win!


* de zogenaamde ‘woordverificatie’, dat u een woord moet intypen zoals fnokkel, knough, prsig, plogro, twinnik. Enfin, u ziet het wel.

maandag 22 maart 2010

Oeverloos

Gisteren was ik te gast in het programma “Oeverloos” op KinkFM. Twee uur lang heb ik met Leon Verdonschot geoudehoerd over muziek, muziekles, schrijven en over m’n boek. Ik heb Strovuur voorgelezen (uit Lava 16.1) en de proloog van Gewapende man. Ik verbeeld mij niets hoor, ik mocht komen omdat Elke Geurts ziek was. Die heeft namelijk alweer een mooi boek geschreven, terwijl het mijne nog niets eens is verschenen. Enfin, op stel en sprong dus in de auto naar het Mediapark, dat ik uitsluitend ken als een woestijn van beton en glas waar honderd ingangen zijn die nergens naartoe leiden. Puur Kafka. Dit zouden meer mensen zich moeten afvragen: hoe is het mogelijk dat al die duizenden gasten op radio en tv altijd op tijd in de studio arriveren? Uiteindelijk troffen wij elkaar op de parkeerplaats, later in het gesprek vonden wij elkaar ook wel. Het was leuk dat ik met mijn eigen cd collectie te koop mocht lopen. Ik had ook een stapeltje boeken meegenomen. Dat sloeg nergens op, maar het gaf mij het gevoel dat ik een paar oude vrienden bij mij had.

Dit was mijn playlist:

  1. Ray Charles – What’d I say
  2. Beatles – She said she said
  3. Beach Boys – Wouldn’t it be nice
  4. Beatles – Hey Bulldog
  5. John Mayall & the bluesbreakers – What’d I say
  6. Johannes Ockeghem – Kyrie uit Missa l’homme armé (Ockeghem op KinkFm, echt waar!)
  7. Zijlstra - Kyrie
  8. Eels – Fresh feeling
  9. Ray Charles – Mess around

Mijn kleine meid heeft ook geluisterd. Ze zwaaide naar de speakers en fluisterde “kan papa mij nu horen?” Daarna moest ze lachen want “papa zegt zo vaak ‘uuuh’.” Deksels, dat kan natuurlijk niet. De eerste mediatraining heb ik al op zak. Prima, de rest van de wereld heeft het toch niet gehoord, er was immers ook Studio Sport. O ja, ik vrees dat ik zelfs een altvioolmop heb verteld. Dit om te bewijzen dat ik niet van de straat ben.

maandag 15 maart 2010

Boekenborrel

Ik zie het meteen: je kan de gasten op de boekenborrel van Contact in twee groepen indelen: zij die zodadelijk naar het Boekenbal gaan, en zij die op volgend jaar hopen. De eerste groep straalt en is black tie, de tweede loopt steeds bier te halen en is in non-descripte lompen gehuld. Het is druk op zolder. Om bij mijn mede-debutant Henk Rijks te komen pers ik mij indiscreet (maar met toestemming) langs het achterwerk van een oudere dame in een rode avondjurk (duidelijk Boekenbal). Ik zeg “het spijt me, en ik kén u helemaal niet eens.” Dankbaar tikt ze die voorzet in: “maar nu wel!” Ik weet heel goed dat je niet de leukste moet willen zijn, zo’n eerste keer. Bovendien mag ik niet naar het Boekenbal, want ik heb nog geen boek.

Henk neemt mij direct voor zich in, niet alleen omdat hij Lennon-adept is en een cd'tje bij zich heeft voor mij, maar vooral door net zo weinig zelfverzekerd over zijn debuut te praten als ikzelf. Op het wanhopige af. Zo hoort het. Wat leuk is: hij kent iedereen hier. De dame met de rode jurk komt bij ons staan, niet voor mij maar voor Henk, hij moet met haar mee een computer kopen, liefst deze week nog. Je zal maar met een boek in je hoofd zitten en geen computer hebben, denk ik. Daar is Henk dus ook voor. “Hij kan bij mij in de kattenbak komen zitten en daar iets heel vreselijks doen” zegt ze, “dan nog is het een geweldige vent.” Het blijven toch schrijvers, dus ik probeer mij voor te stellen op welke manier Henk dat grenzeloze krediet bij haar heeft opgebouwd. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te buiten. Gelukkig valt het te rijmen. Hij heeft haar pas bijgestaan bij een computercrash. Hij had haar zwarte doos gevonden, zeg maar.

Als ze weer weg is vraag ik beschroomd wie de rode dame toch ook al weer is. Dat ‘ook al weer’ zeg ik erbij om de schijn te wekken dat ik haar best ken, dat alleen haar naam mij even is ontschoten. “Dat is Yvonne Kroonenberg” zegt hij. Ik vind het wat al te gratuit om “o ja!” te roepen, dus kijk ik beschaamd naar mijn schoenen. “Je zit nu in de eredivisie hoor”, zegt hij. Ik lach, ik drink nog wat, en daarna sta ik nog een half uur als een schooljongen te dralen tot ik P.F. Thomése ga zeggen dat ik zijn boeken zo prachtig vind.

Ik mag dan in de eredivisie zitten, ik voel mij heel erg RKC Waalwijk. Linkerrijtje, onderaan, provinciaal, hard werken, niet naar het Boekenbal. Volgend jaar, met het zelfvertrouwen van een Gast met een Uitnodiging op Zak, zal ik mij nogmaals stijf langs Yvonne persen, en dan weet u natuurlijk wel wat ik ga zeggen...

maandag 8 maart 2010

Gerwin leest zetproeven

Zetproef vind ik een mooi woord. Zetproef. Er ligt een hele wereld verborgen in dat woord. Voor mij ligt die wereld in Rotterdam-Zuid, het is een wereld van tien meter lang en drie meter breed, waarin zwarte machines staan die boven mij uit torenen, een wereld die ruikt naar tabak, drukinkt en iets metaalachtigs: loden lettertjes. Ik ben zes, ik ben met mijn opa meegegaan naar zijn werk, een kleine drukkerij in de buurt van de Maashaven. Ik vind het er een bende, je kan bijna nergens je voeten neerzetten. Soms is het een enorme herrie, soms ook is het doodstil, dan staan de machines een beetje uit te puffen. Er werken twee mannen die mijn opa ‘jongens’ noemt. De jongens dragen blauwe schorten, er zitten zwarte vegen op, ze halen blokjes met letters uit houten letterkasten. Mijn opa controleert ze de hele tijd, want ‘de jongens’ maken vaak fouten. Ik vind het helemaal geen ‘jongens’, ze zijn groter dan mijn opa, ze hebben lang haar, harde stemmen, ze praten over Feyenoord en Zwart-Wit ’28. Mijn opa heet Gerrit Vink, hij zit in het bestuur van Zwart-Wit ’28, je kan merken dat hem dat aanzien geeft, hij draagt zijn naam met trots. Ze maken zetproeven, die gaan ‘naar kantoor’. Ik weet niet waar dat kantoor is, het klinkt als iets dat zich boven hen bevindt, op de tweede verdieping.

De zoete geur van zetproeven.

Een paar jaar later is het gedaan met die drukkerij. Weer een jaar later is het gedaan met opa.

De zetproef van Gewapende Man ruikt niet zoet, er zijn geen ‘jongens’ ziek geworden van gepruts met loden blokjes, zoals mijn opa. Toch steek ik mijn neus tussen de vellen, en adem ik diep in, want het is mijn zetproef en het is bijna mijn boek dat ik ruik. De eerste letter van ieder hoofdstuk is mooi ouderwets groot, alsof het een rijk versierd handschrift is. Kijk, die H lijkt wel van 'Hosanna in excelsis' uit het Sanctus van de Mis. Het past goed bij het boek, ik vind het heel mooi.

Alleen, mijn hemel, er staan nog wel veel fouten in...

maandag 1 maart 2010

No8Do

Wij waren een paar dagen in Andalusië, om een beginnetje te maken met een flinke klus: het laten verdwijnen van het geld van de Turingprijs. Wij hebben genoten, laat dat voorop staan, en we hebben er een paar dingen opgestoken. Ten eerste:

De mooiste toren van de hele wereld staat in Sevilla en heet La Giralda.

La Giralda is een van oorsprong Moorse minaret, waar de Spanjaarden na de Reconquista een Renaissance-verdieping op hebben gebouwd. Dat is reisgidsentaal, ik zie u nu al uit elkaar vallen van verveling, maar wacht! Stoer, strak, en toch oneindig elegant, rijk versierd zonder pompeus en opzichtig te zijn, hemel hoe zeg je zoiets, waarmee moet je La Giralda vergelijken? Het is net alsof zij door mensen is gemaakt noch bedacht, maar dat zij er altijd al was, als de sterrenhemel.

Ik weet niet wat er in mij gevaren is, normaal loop ik niet zo te dwepen. Heeft u wel eens gehad dat de tranen in uw ogen sprongen bij het zien van een gebouw? In Andalusië is het mij een aantal malen overkomen.

De toren draagt het motto van de stad Sevilla: NO8DO. De ‘8’ staat voor een streng wol, in het Spaans ‘madeja’. “No m’ha dejado” betekent “zij heeft mij niet verlaten”. Het is een uitspraak van Alfonso X, koning van Castilië. De man was een dichter, dat zie je zo. Dichters mogen denken dat een pen scherper is dan een zwaard, een koning weet wel beter. Hij lag overhoop met zijn zoon Sancho, die het bestond om gedurende de Reconquista de Spaanse nobelen tegen zijn vader op te zetten en zodoende een burgeroorlog te ontketenen. Alleen de stad Sevilla bleef Alfonse ‘de Wijze’ trouw: zij heeft mij niet verlaten. NO8DO, ultieme sms’taal uit de 13e eeuw! Nu prijkt het motto op alle trams, rioolputten en andere gemeentevoorzieningen.

Sevilla barst van de poëzie, en over al die verzen waakt La Giralda, het mooiste vers van allemaal.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010