maandag 30 januari 2012

WILD gaat voor de Libris

Mooi nieuws. WILD staat op de Longlist van de Libris Literatuurprijs, samen met de romans van AFTh van der Heijden, Herman Koch, Jan van Mersbergen, Stephan Enter, Henk van Straten, Anna Enquist, Jeroen Brouwers, Vonne van der Meer, en anderen. Zie de site van de Libris.

U kunt aan de foto zien dat er een zware last op mij ligt. Maar ik zal niet bezwijken onder de druk. 12 maart wordt de shortlist bekendgemaakt. Grip van Stephan Enter en Tonio van AFTh lijken de topfavorieten.

vrijdag 27 januari 2012

Papiertje (of: hoe Apple u en mij bedondert)


Een vriendelijke oud-leerling met een halve studie in computertechnologie repareerde gisteren mijn Apple Powerbook. Die was namelijk stuk. Al heel lang. Ik heb ook allang een nieuwe. Maar de jongen had er schik in, toonde enige kennis van zaken, dus ik dacht ‘ach, laat die knul.’ Hij kwam, hij zag. ‘Ik heb een stukje papier nodig’ zei hij. Hij overwon. De operatie duurde drie minuten. Toen was mijn computer gemaakt. Met een stukje papier. 'Alle modellen uit 2007 hebben dit mankement' zei hij.

Vorig jaar ben ik met die computer naar de Apple Store gegaan. De hippe priester achter de toonbank keek naar het apparaat alsof het van de duivel bezeten was. ‘Tja,’ zei hij. Hij draaide het ding wat rond. Ik voelde me alsof ik bij Van Kunst tot Kitsch zat met een waardeloos prul van een gehate tante. Hij vertelde met een citroengezicht dat ik sowieso €200 kwijt was ‘als wij ernaar kijken.’ Ik schrok geweldig, al begreep ik het ook wel, zo’n man stond daar niet voor niets met mij mee te leven. Ik wilde de portefeuille al trekken. 

Gelukkig had ik het niet helemaal goed begrepen. Hij bedoelde, als ik het ding achterliet en iemand ging hem openschroeven, dan kostte mij dat €200. Hij noemde het entreekosten, of drempeltarief, iets dat klonk als een goede besteding van je geld. Als het ding niet te redden zou zijn, zouden ze hem meteen weer dichtnaaien en bleef het bij een kijkoperatie van €200. Als de duivel wel uitgedreven kon worden kwamen er natuurlijk extra kosten bij. ‘Natuurlijk’ zei ik. Het klonk heel redelijk. ‘Het kan oplopen tot €500.’ ‘Ja’ zei ik, ‘natuurlijk,’ niet geheel op de hoogte van de gangbare tarieven voor exorcisme.

Wij, de priester en ik, kwamen tot de conclusie dat ik misschien beter een nieuwe laptop kon kopen. Er was net een nieuw model uit, en ze vlogen over de toonbank. Hij had er nog één in de doos. Nieuw model, doos. Dat liet ik mij geen twee keer zeggen.
Ik kocht een nagelnieuwe MacBook Pro, in een mooie gladde doos met een handvat. Het oude stuk schroot nam ik onder de arm en knikkerde ik in de fietstas. Die kon nog wel als onderzetter dienst doen, voor hete ovenschotels.

Nu is-ie dus gemaakt. Voor nop. Met een papiertje. Daar draait-ie weer een paar jaar op. Over drie jaar moet er misschien een nieuw kabeltje in. Kosten €25. ‘Heb je ‘m daarvoor afgedankt en een nieuwe gekocht?’ lachte de jongen. ‘Haha’ zei ik. Voor een computer die weer werkt laat ik mij graag een beetje kleineren.

Apple maakte afgelopen kwartaal een winst van 10 miljard dollar. Apple verkoopt mooie spullen. Ze willen die spullen alleen liever niet repareren, ze willen ze alleen verkopen. Over twee jaar weten we wat er met de eerste generaties iPads loos is. Van de 50 miljoen gaan er, zeg, 10 miljoen stuk. Een jaar later weer 10 miljoen. Het is met een stukje duct-tape te repareren, maar dat zeggen ze niet bij Apple. Ze kijken moeilijk, noemen het ‘drempeltarief’ voor een reparatie, en verkopen je een nieuwe. 

maandag 23 januari 2012

Een ongeluk


Ik ging lopen in de richting van Voorschoten. Bij de Lammebrug zag ik dit: een dik mannetje op een fiets reed over zijn eigen hondje heen. Het hondje was aangelijnd, was geschrokken van een gans, sprong opzij en kwam onder het achterwiel. De man remde, denk ik, het achterwiel kwam los, de man viel. Dat is wat ik zag. Daar lagen ze, man, hond, en fiets. De gans stond in de berm te kijken. Verder was er niemand. Het tafereel was in mijn handen
De hond maakte een raar piepgeluid. Hij probeerde te gaan staan, maar het lukte niet goed. Ik bleef staan, in dubio of ik de dierenambulance of de mensenambulance moest bellen. Toen bedacht ik dat ik geen telefoon bij mij had. Eerst zette ik de fiets overeind. Je moet altijd met de eenvoudige taken beginnen, weet ik. De man kwam zelf al een eindje overeind. Ik hielp hem verder. Het hondje krabbelde met zijn poten over het asfalt. Ik zei: ‘heeft u pijn?' Er kleefden kleine steentjes aan zijn handpalmen. Hij zei dat het wel ging. De hond begon alweer een beetje te lopen. De man keek eerder verstoord dan bezorgd naar het dier. Hij pakte de hond op, nam hem in de armen. Het beest begon weer te piepen. Het mannetje keek mij nu met paniekogen aan, ogen die de oorlog kennen.
‘Ze weten niet dat ik hem op de fiets uitlaat. Mijn vrouw en dochter. Wat moet ik nu zeggen?’‘U moet met hem naar de dierenarts, hij kan interne bloedingen hebben,’ zei ik. Ik weet niks van dieren, noch van interne bloedingen, toch klonk het mijzelf aannemelijk in de oren. ‘Gak’ zei de gans. ‘Ksssst!’ siste ik. Het beest ging te water.‘Dank u,’ zei het mannetje. ‘Dat u even hielp. Dank u heel vriendelijk.’ Zonder de fiets op slot te zetten liep hij met het hondje in zijn armen de brug over – naar huis, denk ik. 
Ik vond het erg, vooral voor het mannetje, omdat hij thuis moest vertellen wat er gebeurd was. Thuis moeten vertellen wat er gebeurd is is zelden leuk. Met dieren identificeer ik mij moeilijker, misschien omdat ze nooit thuis iets hoeven te vertellen. Lang hield ik het niet vol, het erg vinden. Een kilometer of wat verderop vond ik het erger dat ik de duur van het oponthoud niet had geklokt, zodat ik mijn tijd op de 10 km niet meer zuiver kon bepalen, en ik dus voor niemendal aan het hardlopen was. Ik fantaseerde dat het mannetje mij zo dankbaar was dat hij mij zijn 18-jarige dochter aanbood. Beiden wilden van geen weigering weten. Op een goed moment wond dit mij zo op dat ik omkeerde en naar huis liep, met lange, stoere passen. Toen ik bij de brug kwam zag ik dat de fiets weg was.
Dit artikel verscheen eerder op Torpedo Magazine

Ruisend Zwart


Tegen de avond komen de kraaien. Ze komen uit het park en willen voor donker in de stad zijn. Dat vermoed ik tenminste. Dat zou ik willen. Zelfs als ik een kraai was. Ze strijken met z’n honderden neer op de takken van de grote esdoorn voor mijn huis. 
Tientallen andere schurken tegen elkaar aan op het dak van de overburen. Netjes op een rijtje. Misschien zitten ze ook op mijn nok, maar dat kan ik niet zien. Soms vliegt er een stel op, zonder zichtbare aanleiding, en dan gaan ze allemaal. Een geluid alsof er een tentdoek klappert. De hemel lijkt tegelijk te verduisteren en te bewegen. Het is een onheilspellende aanblik. Dan dalen ze weer en een seconde of wat later ziet het er precies zo uit als voor de korte vlucht. Zo gaat dat de hele tijd door. 
Het rare is, soms vliegt er één kraai op, en volgen er twee of drie, maar verder gebeurt er niets. Dat is de verkeerde kraai, denk ik, die drie sukkels hebben op de verkeerde kraai gewed. Ze zien hun vergissing snel in en nemen weer plaats, in de boom of op de nok van het dak. Ze doen alsof er niets is gebeurd. En dan, hup, daar gaan ze allemaal weer, de hemel zwaait met een zwarte banier, ik voel de wind in huis, en knip het is weer voorbij. 
’s Avonds vertelde ik dit aan een goede vriend in het café. Hij zei dat mensen dit kraaiengedrag ook vertonen. Ik vroeg er niet om, het ging mij om de observatie, maar hij ging er eens goed voor zitten, voor zijn analyse. ‘Het is een overlevingsstrategie,’ zei hij. ‘We gaan naar het strand als iedereen dat doet, we kijken de tv-programma’s die iedereen kijkt, we kopen cd’s die in de top 10 staan, kijken YouTube filmpjes die 30 miljoen keer bekeken zijn en we lezen Bonita Avenue omdat het een bestseller is’. ‘Dat is niet per se een slecht boek,’ zei ik. ‘Nee, maar goed of slecht dondert niet. En als het oorlog wordt rennen we allemaal de zee in.’ Ik hield wijselijk mijn mond over mijn nieuwjaarsduik. 
Hij ging verder. ‘Een take-off heet dat, een zichzelf versterkende reactie. Het is een term uit de nucleaire wetenschap die is overgenomen door de evolutiebiologen. Kijk man, wij lezen boeken die niemand leest. Wij zijn voor ADO Den Haag. Wij vliegen achter de verkeerde kraaien aan...’ Ik wilde zeggen: ik schrijf ook boeken die niemand leest, en ik ben eigenlijk voor Feyenoord – maar ik was bang dat hij daarmee zijn punt bevestigd zou zien. Bovendien was ik het niet met hem eens. Het liefst namelijk, het allerliefst, stijg ik op en vlieg ik mee in zo’n tornado van ruisend zwart.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010