zaterdag 7 juli 2012

Teenslippers (column Trouw 4 juli)


Ineens lopen alle leerlingen op slippers. Het is helemaal geen mooi weer, het is net warm genoeg om met je regenjas losjes opengeritst te fietsen, maar de leerlingen komen op teenslippers naar school. Boven de slippers dragen de meisjes hotpants en een zo eenvoudig mogelijk topje, de jongens een wijde zwembroek tot net over de knieën en een shirt met een stripfiguur erop.

Het is de laatste schoolweek, de zomer bleef al die tijd weg, het zag er serieus naar uit dat ze dit jaar geen enkele kans zouden krijgen om door de gangen te flaneren in strandoutfit. De wanhoop was voelbaar. Voor ieder kind betekent zomervakantie natuurlijk bevrijding, verlossing zelfs, het is het hoogste, het heerlijkste, de hemel. Maar er is wel een probleem, want in de vakantie is er niemand aan wie je je zomeroutfit kan tonen. Ja, het bejaarde stel in de caravan tegenover je, en de gezellige familie met zes kleine kinderen. Niet aan de mensen die ertoe doen: je klasgenoten.

Alles komt dit jaar aan op de laatste week, weer of geen weer. Zodoende zie ik op een grijze dag een kleurrijke parade van badgasten langstrekken. Ze komen nog even een proefwerk inhalen, sprokkelen om een vijf naar een zes te krijgen, boeken inleveren,  en vooral rondhangen op het plein – bij regen in de gangen. Het leven op slippers is licht.

Wat grappig is, ze gaan zich in zo’n laatste week ook anders gedragen tegenover hun  leraren. Ze hebben veel meer geduld met ons. Ze begrijpen ons wel. ‘Wij zijn ook niet gemakkelijk geweest hè meneer?’, ‘het was een chill jaar meneer’, en de allerergste: ‘u heeft het goed gedaan hoor!’ Ze zijn gul met hun genade. Alle leraren zijn ineens wel oké, behalve zij die halsstarrig weigeren een 5,49 op het rapport af te ronden tot een zes.

De leraren zelf hebben een heel andere beleving. Ik zeg het maar zoals het is. Wij zijn ze wel een beetje zat, die wereldwijze, modieuze namaakvolwassenen. Hup, naar het strand, stelletje energievreters, wegwezen! Over zeven weken houden we weer van jullie, maar nu even niet. Heerlijk is het om de laatste dagen de school voor ons alleen te hebben. Een school zonder leerlingen! Flip-flap doen onze slippers door de gangen, ónze gangen. Op de allerlaatste avond houden wij een feest, teachers only, waarop wij drinken en dansen alsof er geen september bestaat.

Ik zou geen enkele beroepsgroep kunnen noemen die in zijn totaliteit alle sores zo lichtvaardig opzij kan zetten als de onze. Studieplanners, inhaaltoetsen, leerlingvolgsystemen, schoolwerkplannen, exameneisen, inspectierapporten, ridicule plannen uit Den Haag, lastige leerlingen, probleemouders. Ze bestaan voor zes weken niet. Wat een feest. Ik stap in mijn teenslippers. Gegroet.

maandag 2 juli 2012

Spieken (column Trouw, 27 juni)


Als het bijna gedaan is, dan is er nog een proefwerkweek. In stikbenauwde lokalen leveren de afgematte kinderen nog één keer strijd. Leraren zijn bijfiguren geworden, schimmen zijn het, alleen aanwezig om het spieken spannender te maken.

Ik mag surveilleren bij het proefwerk Grieks, derde klas. Dit is te beschouwen als een erebaantje. Leerlingen Grieks - een handjevol is het - die durven niet eens te spieken. Bovendien hebben ze goed geleerd. Daar ga ik althans vanuit. Braaf schuiven ze hun tafels uit elkaar. De meisjes doen hun armbanden af, ze schuiven de rinkelende boel naar de hoek van de tafel. Armbanden schrijven niet lekker. Ze zetten ook een flesje water voor zich. Een flesje water is een onmisbaar accessoire geworden, voor meisjes in ieder geval. Om de paar minuten nemen ze een minuscuul slokje. Jongens tekenen op hun vlakgommen, net als vroeger, en staren verlangend uit het raam. Heerlijk. Dit zijn de kinderen die onze beschaving gaan redden.

Ze moeten een ingewikkeld schema invullen, met vervoegingen van Griekse werkwoorden. Daarnaast moeten ze een tekst vertalen. De tekst gaat over Odysseus en de tovenares Circe. Ik zie een jongen wat al te nadrukkelijk opzij kijken, op het blaadje van zijn buurman. De buurman kijkt ook. Dit kan ik niet laten passeren. Ik loop naar hen toe, een strenge blik zal hen tot inkeer brengen. Mijn strenge blik wordt alom gevreesd. Dan zie ik dat op hun beider blaadjes nog helemaal niets staat. Geen woord! Het schema is oningevuld. Spieken op een leeg blaadje, is dat wel spieken? ‘Ga eerst maar verder met de tekst’ fluister ik bemoedigend.

Twintig minuten later brengt één van de jongens zijn blaadje netjes bij mij. Hij is klaar. Het schema is nog steeds niet ingevuld. ‘Ik laat het toch vallen,’ zegt hij. Hij gaat weer naar zijn plaats, om de rest van de tijd verlangend naar buiten te staren.

Pas vlak voor de bel zijn de meisjes met de waterflesjes ook klaar. Zij hebben wél alles ingevuld. Zij laten het Grieks niet vallen. Ze doen hun armbanden weer om. Ik lees de laatste regel van hun vertaling. ‘Zo waren zij geen beesten meer’. Prachtig. Odysseus redt zijn vrienden, die door Circe in varkens zijn veranderd. ‘Zij waren geen beesten meer.’ Dit is zo’n beetje mijn definitie van beschaving.

Het is pauze. Een collega heeft iets buitgemaakt waar zij veel publiek mee trekt. ‘De nieuwe standaard in spieken!’ Ik ga ook kijken. Het is een waterflesje. Het etiket is aan de binnenzijde bedrukt met piepkleine lettertjes. Een mooi stukje werk, maar ik krijg het ineens heel warm. Ik durf niet te kijken. Ik moet er niet aan denken dat er Griekse woordjes op staan...

Gerwin in DWDD 28 januari 2010