donderdag 2 augustus 2012

Crises


Ik zag Mike Oldfield op TV, bij de opening van de Olympische Spelen. Ze hadden iets met  Tubular Bells uitgehaald, bij een act met ziekenhuisbedden. Mike mocht meespelen op een bas die volgens mij niet was ingeplugd. Ik weet niet waar ze hem vandaan hadden gehaald, ik vind het altijd bijzonder dat ze die oude rotten weten te vinden. Zou iemand gewoon zijn nummer hebben? Als iemand mij vroeg of ik even Vader Abraham zou willen optrommelen voor de opening van de Paralympics zou ik werkelijk niet weten wat ik moest doen. Wat ook zo knap is dat die mensen kunnen onthouden wie er allemaal nog niet dood zijn. Ik weet bijvoorbeeld ook niet of Vader Abraham dood is. Maar goed, Mike Oldfield was er, hij leefde, had zijn haar laten verven, en leek gelukkig. Ik zwaaide, hij glimlachte, knipoogde en speelde expres een foute noot.

Dit was de oorzaak dat ik Moonlight Shadow weer eens wilde horen. Toen, in 1983, wist ik niet wat ik nu weet: dat het een simpel popliedje is met vier akkoorden. Toen was het magie. De muziek, de half gedempte gitaar, de ijle folkzang van Maggie Reilly, in combinatie met een tekst die ik niet helemaal begreep: het raakte aan iets waar ik niet bij kon – en uit mijzelf ook nooit bij zou kunnen. Daar had je mensen als Mike Oldfield bij nodig. Het besef dat er een land bestond waar je niets begreep – domes of sun with caves of ice – en dat er mensen bestonden die je er heen konden voeren, dat was een grote troost voor een jongen van 13 die nog geen vriendin had. Ik haalde meteen de LP waar het nummer op stond uit de bibliotheek.

De plaat heette Crises. Het titelnummer besloeg een hele plaatkant. Ik wist niet dat zoiets kon! Bij voorbaat al ademloos van bewondering legde ik de schijf op de pick-up. Al bij de eerste klanken werd ik behekst. Zoiets had ik nog nooit gehoord. Na een minuut probeerde ik het al niet meer te begrijpen, ik liet me maar meevoeren naar dit wonderlijke land. Gezongen werd er niet, het was instrumentaal, maar echte instrumenten herkende ik ook niet. Reuzenschaduwen werd ik gewaar, draaikolken, sterren en planeten, nee, helemaal geen beelden, het was puur muziek, klank, geluid, alleen niet van hier. Na ruim een kwartier was het afgelopen. Ik zweette alsof ik zojuist mijn masturbatie-schema had aangepast naar drie keer per dag. Toen ik de LP van de draaitafel haalde, zag ik dat de pick-up op 45 toeren stond.

Ik probeerde het nog eens op het juiste toerental. Ik vond er niets aan. Het was traag, zompig, en het gevoel van zalige richtingloosheid was verdwenen. Deze muziek leek ergens naartoe te willen, zich voort te slepen door de modder, op naar de volgende loopgraaf. Moeizaam geploeter naar het soort verlossing dat nooit kan bevredigen. Nog altijd onbegrijpelijk, zeker, maar zonder de magie.

De hele plaat kopieerde ik op een cassettebandje, maar het nummer Crises op 45 toeren.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010