woensdag 29 mei 2013

Het examen is gesloten (column Trouw 29 mei)


Vandaag sluit ons theater. Morgen is de sportzaal weer voor de gymmers. Dan piepen de sportschoenen en bonken de ballen op de parketvloer, en is er niets meer dat herinnert aan dit stille en ogenschijnlijk saaie toneelstuk, dat onder de oppervlakte zo bol staat van de dramatiek.

Van alle acteurs in ons toneelstuk heb ik er een paar voor het voetlicht gebracht. Maar ik heb er zoveel meer in de coulissen laten staan. Kijk, daar is Robert uit 5 havo, hij huppelt naar het eerste tafeltje, pakt de plastic liniaal die de school verstrekt en laat hem hard op het tafelblad petsen. Hij huppelt naar het volgende tafeltje, en doet daar hetzelfde. Alle tafeltjes werkt hij zo af. Pats, pets, en daarna gaat hij zitten. Robert heeft zijn pillen voor Adhd niet genomen, bang dat hij er minder scherp van zou worden.

En dan Pieter van de administratie. Hij draagt de sleutel van de kluis waarin de opgaven liggen ‘op het lichaam,’ zegt hij. Ik probeer dat beeld van mij af te schudden. De afgelopen weken speelt hij steeds gevoelige informatie naar mij door, hij hoopt dat hij in de krant komt. Zo zijn er driehonderd paar oordoppen door hem verstrekt, en Pieter vindt dat zeer merkwaardig, want niemand gebruikt ze in de examenzaal. ‘Die nemen ze dus mee naar huis hè. Schrijf daar maar eens over!’

De ouders, allemensen die was ik haast vergeten. Sommigen zijn al weken op van de zenuwen. Sommigen zijn ouder en leraar tegelijk. Ruth, mentor van een examenklas en moeder van een leerlinge in vijf havo: ‘Ik heb alle examens met haar nagekeken, en twee weken lang haar lievelingskostjes gekookt.’ Ja, alle ouders doen hun best, en offeren zich op, althans, dat denken ze. De ouders van Else vertelden haar midden in de examentijd dat ze een flitsscheiding wilden. ‘Maar tot het einde van het examen blijf ik gewoon hier wonen hoor!’ meldde vader. Gezellig.

Tenslotte de conciërges. Nyima, onze goedlachse Tibetaan, schonk op serene wijze 1200 kopjes koffie en thee. Kale Cees leidde de operatie waarbij de honderdvijftig tafeltjes op ’9 latjes afstand’ gezet werden. Hij is een theaterman. Het liefst had hij alles mooi uitgelicht, ook nu, op het moment dat het doek valt. Even schijnen de spotten nog op onze gezichten, fel en heet. De rector spreekt de laatste woorden: ‘Dames en heren, het is vier uur. Het examen is gesloten.’

dinsdag 28 mei 2013

nachtmerries (column Trouw 28 mei)


Ik zit in een enorme witte gymzaal die ik nooit eerder heb gezien. Er zijn ook andere examenkandidaten, maar ik ken er niet één. Het hindert niet, ik heb het volste vertrouwen in mijn kennis van de Wiskunde. De docenten ook, ze knikken mij toe, ze hebben verwachtingen van mij. Ik sla het opgavenboekje open... het is zacht en glad papier, het ruikt zoet.

De eerste vraag sla ik even over, en de tweede ook. Functies en grafiekjes die ik niet meteen begrijp. Ik kijk er later wel naar. Ik laat ruimte open op mijn antwoordenblad. Ik zet een 1 en een 2 in de kantlijn, en halverwege de pagina een 3. Vraag drie heeft een lange inleiding. Het gaat over een tegelpad dat moet worden aangelegd, en ik moet berekenen hoeveel tegels nodig zijn. Eitje. Alleen brengt het feit dat het pad over een steile heuvel loopt mij in de war. Het maakt toch niet uit voor de hoeveelheid tegels? O, er zijn ook verschillende formaten tegels. En in allerlei kleuren. Die moeten in een bepaald patroon gelegd worden. Ik denk verschrikkelijk lang na over de vraag, kijk, de koffie is er al. Even achteroverzitten. Ik heb een paar getallen op mijn antwoordenvel gezet, veel minder dan al mijn nadenkwerk rechtvaardigt. Ik kijk op de klok. De helft van de tijd is verstreken! En ik heb nog geen enkele vraag beantwoord! De paniek verlamt mij, ik kan nu helemaal niet meer denken, ik raak de grip op de tegeltjes volledig kwijt...

Deze droom heb ik twee- of driemaal per jaar. Een vriendin vertelde mij eens dat ze om de zoveel tijd examen economie moet doen, altijd onder het strenge toezicht van prof. dr. Arnold Heertje. Een andere vriendin loopt altijd naakt door de examenzaal. Fastfood voor psychologen, nietwaar? Mannen vertellen zelden over hun dromen, maar dat wil niet zeggen dat zij ze niet hebben. Integendeel. Het eindexamen schijnt een van de weinige onderwerpen te zijn waar zowel mannen als vrouwen heftig over kunnen dromen. Hier is onderzoek naar gedaan.

Niet iedereen zal zulke nachtmerries hebben, dus ook niet alle examenkandidaten van nu. Sommige leerlingen ogen de laatste dagen zo relaxed dat ik er een vakantiegevoel van krijg. Maar één ding blijft overeind: examens appelleren aan een fundamentele angst, de angst tekort te schieten. Daarom doen ze het zo goed in nachtmerries.

maandag 27 mei 2013

De liniaaltjes van de inquisitie (column Trouw 24 mei)


Er kan veel fout gaan. Onnoemlijk veel. Heimachines, grasmaaiers, buren met slijptollen en schuurmachines, een stroomstoring, te weinig opgavebladen, verstopte wc, exploderende frisdrankflesjes, surveillanten die overlijden van verveling, pindakaasboterhammen die dood en verderf zaaien. Eigenlijk is het een wonder dat dingen soms ook goed gaan. 

De allerergste ramp die een school kan treffen rond de examens is dat er inspecteurs komen. Voor de controle op de eindexamens heb je speciale teams van inspecteurs, een soort militaire eenheid die onaangekondigd komt binnenvallen. Zelden komen ze gelegen. Een gevreesd onderdeel van hun wapenuitrusting is de liniaal. Er zijn rectoren in zwijm gevallen bij de aanblik van de liniaaltjes van de inspecteurs. Ze hebben namelijk lange, robuuste liniaaltjes en daar doen ze de meest angstaanjagende dingen mee. Ze meten bijvoorbeeld de afstand tussen de examentafels. Die afstand moet minimaal 1 meter bedragen. Ze kunnen de examens ongeldig verklaren als de afstand 99 cm bedraagt.

Het is een kenmerk van controlerende instanties dat zij zichzelf volstrekt serieus nemen, ik begrijp dat best, anders kan je natuurlijk wel ophouden als inspecteur. Dan wordt je een soort bromsnor die achter Swiebertje aanzit, wetend dat je allebei gezellig samen in de keuken van Saartje zal eindigen. Vorig jaar kwamen ze bij ons langs, de onrustzaaiers. Stoïcijns keek de rector de inquisiteurs in de ogen, zich veilig wetend in de wetenschap dat de afstand tussen de tafeltjes 132 cm betrof. Bijna een halve meter boven het vereiste minimum! Toch trokken de inspecteurs de liniaaltjes. Je kan veel van ze zeggen, maar niet dat ze een timmermansoog bezitten. Ze dropen af, een beetje teleurgesteld.

Nee, neem dan de scholierenorganisatie LAKS. Die pakken het beter aan. De rector werd gisteren gebeld door een tienermeisje van het LAKS. Ze maakte hem in niet mis te verstane woorden duidelijk dat de school in gebreke was gebleven bij het examen Duits. Wij hadden het gebruik van het woordenboek ‘van het Nederlands naar de brontaal’ niet toegestaan, en dat was tegen het reglement. Ze las het hele reglement keurig voor. Onze rector, een lange, steile man, moest diep door het stof. Niet dat er ook maar één leerling behoefte had gehad aan het woordenboek NL-D, maar het ging om het principe, zei het meisje.
Kijk, daar kan die militaire inspectie een dikke punt aan zuigen.

vrijdag 24 mei 2013

Sufferdjes en Helden (Trouw column 23 mei)


Achterin de examenzaal zitten de woordblinden, keurig bij elkaar in een soort getto, uit praktische overwegingen. Vanaf het moment dat ze moesten leren lezen voeren deze kinderen een bittere strijd met dansende en muitende woorden. De wilskracht die een dyslectisch kind moet opbrengen in die strijd – iedere dag opnieuw – is aanzienlijk, ook al krijgen ze extra tijd en soms een groot lettertype. Ik noem ze altijd ‘De sufferdjes’, doch alleen als ze begrijpen dat het een geuzennaam is. 

Op het examen mogen de sufferdjes met een laptop werken. De man die dat allemaal in goede banen leidt is Rob. Rob is zeer belangrijk voor ons, hij zorgt voor de computers op school. Een zware taak. Rob heeft altijd een wat verbaasde uitdrukking op zijn gezicht, alsof hij nog altijd niet kan geloven dat computers stukgaan, en dat mensen daar boos over kunnen worden. Het is ook een manier het hoofd boven water te houden.

Tijdens de examens zit Rob helemaal achter in de hoek. Er staat een computerkast, een printer, en weet ik het al – en van daaruit waakt hij over het getto van sufferdjes. Hij doet mij altijd denken aan een anesthesist die eerst iedereen in slaap sust en daarna rustig zit te wachten tussen zijn dure spullen. Een wegennet van elektriciteitssnoeren (dit is geen fijn woord voor een dyslectische leerling) loopt over de vloer, en alle snoeren leiden van de leerlingentafeltjes naar het commandocentrum van Rob.

Gewone surveillant raken in paniek van al die snoeren en computers. Papiervingers en pisvingers kunnen ze handelen, maar een computer is een ander bordje vla. Over snoeren kan je vallen. Computers kunnen crashen, ontploffen, opstijgen, of erger: als ze niet opletten zit een leerling misschien zomaar op internet! God verhoede het.

En dan is er nog de spraaksynthese software. Iedere ochtend worden de examenopgaven op de computer van pdf-bestanden geconverteerd in computerspraak, voor de zware gevallen van dyslexie. Wij werken op school met het programma Kurzweil 3000. Die naam doet mij denken aan een Harry Potter wedstrijdbezem, maar het is nochtans een geweldige innovatie. Woensdagmiddag is Frans aan de orde op het havo. Er blijken zowaar drie dyslectici te zijn met Frans in hun pakket. Wauw! Frans, als dyslecticus. Dan ben je geen sufferdje meer, dan ben je een sufferd-eerste-klas.
Een enorme held, in andere woorden. Net als onze Rob.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010