donderdag 29 april 2010

Bij Selexyz Kooyker

Je kunt het zien hè, dat ik het in ’t geniep gedaan heb. Je kan daar uiterst links de pilaar zien, waarachter ik stond te klooien met m’n mobieltje. Hartstikke bewogen, scheef, het lijkt nergens op. Geloof het of niet, ik had een zonnebril op in de winkel. Je ziet de Zündapp, je kan nog net “Leids debuut” lezen als je de vergroting weergeeft. Leids debuut, het klinkt als een soort zandkoekje dat je niet weg kan krijgen. Maar het staat er toch mooi bij, onder Reve.

Maak een betere foto, stuur in en win een boek!

vrijdag 23 april 2010

Amsterdamse Boekennacht en Andere Successen

Ik denk dat ik precies weet waar ik over moet schrijven. Het moet een fijn aangesneden stukje worden over Succes, maar pas op, dat woord mag natuurlijk geen enkele keer gebruikt worden, ernstige beginnersfout. Wist u dat Othello het woord ‘jaloezie’ niet één keer in de mond neemt? Enfin, de schrijver moet de indruk wekken volledige controle te hebben over de gebeurtenissen, maar ook weer niet als een stuk bordkarton overkomen. Hij is de etaleur van zijn blog, de enige plaats waar hij maakbaar is. Ik moet dus schrijven over interviews, krantenartikelen, optredens. Maar ik kan het niet.

Ik wil hele andere dingen vertellen. Ik wil vertellen wat het mij vandaag kost om een volstrekt chaotisch kinderpartijtje tot een goed einde (i.e. geen zwaargewonden) te brengen, om vervolgens in een jasje te schieten en naar Amsterdam af te reizen voor een voordracht op het Spui van twee minuten, waarin dat verwenste gedicht nog eenmaal ten tonele gevoerd moet worden. Ik wil vertellen dat ik mijzelf heb opgelegd dat kreng eindelijk eens uit het hoofd te ‘doen’ maar dat ik van de weeromstuit de derde strofe vergeet. Goddank heb ik de eerste regel van iedere strofe nog even gauw op de achterkant van een kassabon geklad, zodat ik mij eruit red, maar ik zie het heus wel: de bloeddorst in de ogen van de verliezers van de Turingprijs. Het Lieverdje heeft ballonnen aan zijn ledematen hangen, ik heb stoeptegels aan de mijne. Maar ik hef mijn handen en ik toon het volk mijn boek. Ik lees er een paar zinnen uit. Dat gaat goed, maar ik weet niet of het poëtisch genoeg is. Een man of dertig staat er, waarvan twintig dichters. Ik ben winnaar-af (het geld is trouwens ook al op), ik drink een glas met collega’s van Contact, ik slenter terug en constateer dat ik niet op mijn rug lig bij de AKO op het station. Twee andere debutanten wel. Ik ben niet jaloers en neem dat woord ook zeker niet in de mond. Dat kassabonnetje zit nog in mijn broekzak, met mijn duim en wijsvinger rol ik er een klein kogeltje van, steeds kleiner wordt het, ik ga ermee door tot er niets van overblijft dan een paar Higgs-deeltjes.

Ach, bij de fietsenstalling kom ik een oud-leerling tegen. Leuke jongen. Katwijker. Nuchterder worden ze niet gemaakt. Sterker nog, ze worden er gekaakt en in het zuur gelegd. “Ik heb je boek” zegt hij, “maar ik heb het nog niet uit hoor, ik ben halverwege.” Ik was halverwege met verdwijnen, wil ik zeggen, maar nu houd ik daar toch maar mee op. Er zijn redenen. Bijgevoegde foto bijvoorbeeld.

dinsdag 20 april 2010

De eerste reacties

Vrijdag meldde de eerste zich, maar in de drie dagen daarna volgden er nog minstens tien: lezers die “Gewapende Man” van hun “to read” lijst hebben kunnen afgestrepen. Hier enkele quotes die goed zijn voor het zelfvertrouwen, en hopelijk voor de verkoop.

"in een ruk uitgelezen. Machtig mooi en meeslepend van het begin tot het eind"

“knap om al die verhaallijnen neer te zetten... en tegen het eind al het explosieve materiaal achter elkaar tot ontploffing te laten brengen op één hilarische en dramatische dag”

“Wat een lekker boek, leest als een sneltrein”

“Ik zie het zo voor me!”

“Kon het niet wegleggen”

“Niet alleen mooi geschreven, maar ook een erg spannend boek met en catastrofale apotheose... hilarische humor... een echt mensenboek”

“Hij kan goed schrijven! Doet me denken aan Wieringa en Thomése”

“ik dacht dat het makkelijk was om man te zijn. Iets geleerd”

“geslaagde beeldspraak. De taal wordt zelf protagonist”

“uiterst verfilmbaar...”

Natuurlijk begrijp ik best hoe het zit: bij al deze mensen had ik een fraaie opdracht in het boek geschreven die hen geen keuze liet dan iets aardigs terug te zeggen. Behalve die over Thomése, die meneer ken ik niet. Laat dat nou net een lichtend voorbeeld zijn voor mij, Thomése. Ik hoop dat er krantenrecensies volgen, en als die half zo goed zijn ben ik tevreden.

Let op Zeeuwse lezers: morgen 11:45 omroep Zeeland. Ik zal proberen mijn beste accent voor de dag te halen.

vrijdag 16 april 2010

Asvrijdag

Dit is de dag waar je al die tijd op hebt gewacht, de dag dat je kan terugkijken op die andere dag, die waar het eigenlijk om ging. Eindelijk, de Gewapende Man is ten strijde getrokken. Hieronder een paar hoogtepuntjes van een avond die precies goed was.

Emma die de hele tijd haar hoofd schudt als papa een hoofdstuk voordraagt: “helemaal niet waar!”

Twee leerlingen uit 6 vwo die “nog even naar de pinautomaat moeten” omdat ze anders geen geld hebben voor een boek (ik had mijn auteursexemplaren wel willen geven, maar die heb ik nog niet binnen)

Mijn moeder die stiekem staat te glunderen op de achtergrond. Dit viel niet mij, maar een mede-auteur op, wat weer bewijst hoe opmerkzaam schrijvers zijn.

Dat ik veertien soorten retro-behang heb geteld in De Nieuwe Anita, wat opnieuw bewijst hoe opmerkzaam schrijvers zijn. Alleen letten ze niet allemaal op hetzelfde.

Dat er familie uit Zeeland en vrienden uit Leeuwarden komen – om je vervolgens met zo’n goedgeplaatste zeikopmerking uit te schakelen (“zo, 15 euri, is het boek nu al in de ramsj?”)

Een opmerking van mijn nichtje (12) op een wenskaart “ik weet niet of het Francine Oomen overtreft, maar ik zal het over een jaartje of vijf eens proberen”

Zeventig boeken signeren in een half uur, terwijl ik niet weet hoe zoiets moet.

Een Beatles-fan die blij is omdat wij I’ll be back speelden.

Een fles Chateau l’homme armé, appellation de Zündapp

Een kind van enkele maanden oud dat meeklapt bij Help!

Oud-leerlingen die ineens voor je neus staan.

Enz. enz.

Onvergeeflijk is het dat ik de kronkelwoordenwedstrijd ter plekke ben vergeten. Terwijl ik alles tot in de puntjes voorbereid had. Alle kronkelwoorden stonden netjes met dikke stift op 14 voetbalplaatjes van Albert Heijn geschreven, let wel: op de plakkende achterzijde. Die ellendige plaatjes teisteren al maanden mijn huis, en als ze eenmaal plakken zegen ze ‘fuck the police en alle chemische stickerverwijderaars, ik blijf hier voor altijd zitten’. Het idee was dat Emma een van de plaatjes zou lospulken, en daarmee de winnaar onthullen. U zal mij op mijn woord moeten geloven als ik zeg dat ik exact die procedure zojuist hier in mijn huiskamer heb uitgevoerd. En de winnaar is:

DERVA!

Dat kan niet mooier: wie het boek leest kan aan het meest voor de hand liggende anagram van dit kronkelwoord weer een betekenis toekennen. Gefeliciteerd Heldinne!

Wat heerlijk dat jullie (ja, jullie daar) er allemaal waren.

De eerste die het boek uit heeft is Cees van Damme, in een uiterst scherpe tijd van 4:16

maandag 12 april 2010

Over leven en dood

Nog drie dagen, dan krijg ik het boek in handen. Natuurlijk is dat een magisch moment, maar ik denk dat ik de tijd niet krijg het tot mij door te laten dringen. “Hoe voelt dat nou?” zullen de mensen vragen, en als ik niet gelijk iets terug zeg zullen ze zelf het antwoord geven: “’t is toch een beetje je kind dat je nu vasthoudt hè.” Ik vind die vergelijking een beetje moeizaam, alsof je een zuurtje aangeboden krijgt, waarvan je gezien hebt dat de gulle gever het zojuist uit zijn mond heeft gehaald.

Dat je de tijd niet krijgt het tot je door te laten dringen: tot zover gaat de vergelijking nog wel op – met dat kind bedoel ik. Ik herinner mij een tafereel in een Leids ziekenhuis. Ik was op van de zenuwen, mijn vrouw voelde niets meer vanaf haar middel. Alle uren hadden we langs zien komen toen ik iets vreemds in mijn armen gedrukt kreeg, iets dat warm was en bewoog alsof het mij niet wilde kennen. Ik kon het niet plaatsen, en ik kreeg geen tijd want het jongetje moest poepen en in bad en van die dingen. Pas bij de geboorte van mijn dochter, twee jaar later, herkende ik het gevoel en begon ik meteen te janken omdat ik mij geen raad wist. Mooi, maar met boeken heeft het natuurlijk geen zak te maken. Dat boek dat ik donderdag in mijn verbijsterde handen geduwd krijg beweegt niet, het laat mijn geliefde niet uitgewoond achter en zich ontlasten doet het ook niet, goddank, want er zijn er heel veel van. Dat zou een mooie boel worden. Literair meconium, daar is al genoeg van.

Het boek leeft niet, het is dood, het was al overleden toen het naar de drukker ging. Net op tijd, man wat een beproeving. Het was een levend organisme, het bleef maar in beweging, er kwam geen einde aan zijn stuiptrekkingen, ik moest het wekenlang tegen de grond aan duwen, de luchtpijp dichtknijpen, het bleef maar ademen. Maar ik kreeg 'm eronder. De boekpresentatie is een feestelijke begrafenis, en god wat ben ik bang dat die toch nog een dramatische wending neemt. Het zou zomaar kunnen dat de overledene opstaat en zijn moordenaar ten overstaan van iedereen ter verantwoording roept: “Hé man wat maak je me nou? Twaalf spelfouten en die rode jas is op pagina 165 ineens een witte jas!”

Ach, topzware metaforen over leven en dood: grote woorden die je met lege handen achterlaten.

Ik kijk uit naar donderdag. Wie weet tot dan!

zaterdag 3 april 2010

Kruishoutem in de Ronde van Vlaanderen

Morgen, Eerste Paasdag, trekt de wielerkaravaan door Kruishoutem.
Dit is echt waar.
Tijdens de Ronde van Vlaanderen zal de nieuwe eigenaar (betere service) van de benzinepomp uit mijn verhaal Strovuur weinig klandizie hebben, want 'er wordt gefietst', zoals Smeets zou zeggen. Vroeger zei hij overigens 'we gaan fietsen', prachtig vond ik dat, ik was ook altijd buiten adem na het televisieverslag. Maar dit terzijde.
Lava 16.1 is nog altijd te koop in de beste boekhandels. Ik kan dit weten, ik check het aantal onverkochte exemplaren bij mijn bovenstebeste boekhandel wekelijks. Dit om mijzelf vast te oefenen in het niet neerslachtig worden. Ik hoorde laatst dat de boekhandel verkochte exemplaren direct weer aanvult, het gaat vanzelf, dankzij de barcode. Dingen die ik niet begrijp vind ik makkelijker te geloven. Geloven: tegen beter weten in voor waar houden.
Kruishoutem, dat zei ik. Het is niet ondenkbeeldig dat u het dorp tijdens het live-verslag morgen op televisie kunt bezichtigen. Ik zeg: kijken.
Met de kronkelwoordenwedstrijd meedoen kan ook nog altijd. Dat het aantal inzendingen nog onder de tien ligt sterkt mij in het vermoeden dat iedereen het boek toch liever koopt, net als Lava nummer 16.1. Zulke dingen begrijp ik heel goed.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010