donderdag 25 oktober 2012

Het Grote Kunstroof Project (Trouw, 24 okt)


Dankzij de schilderijenroof in Rotterdam hebben wij, de sectie Kunst, sterk aan prestige gewonnen. Ik merk het aan de manier waarop ik door school loop: ik heb een verende tred gekregen. ‘Meneer, die schilderijen zijn toch miljoenen waard?’ en ‘Hoe gaat dat precies, zo’n inbraak in een museum?’ Het vak CKV, onlangs zo goed als afgeschaft, heeft in één klap haar zachte karakter verloren. Het gaat nu om harde cijfers, groot geld en een ouderwets soort boevenromantiek. 

De stemming in de klas lijkt als volgt samen te vatten: Als de georganiseerde misdaad belangstelling heeft voor schilderijen, zou kunst dan toch de moeite waard zijn? Je zou haast wensen dat het ministerie zo dacht. Er zijn zelfs leerlingen die denken dat ik achter die roof zit, waarschijnlijk omdat ik de enige ben die zij kennen die van moderne kunst houdt. Ik buit het herwonnen respect natuurlijk flink uit. Ik vertel over beroemde kunstroven, en leg de ‘flippermethode’ uit, ofwel hoe je met een buigzaam stuk plastic een deur open kan krijgen.

Ik zit er nu over te denken munt te slaan uit mijn nieuw verworven autoriteit door een CKV-project op te zetten waarbij de leerlingen in groepjes een grote kunstroof voorbereiden in een belangrijk museum in een Europese stad. Ze moeten de denkbeeldige kraak goed plannen, dus alles te weten komen over de collectie, de topstukken, de afmetingen (immers, de Nachtwacht past niet in het busje). Ook is de schildertechniek, het materiaal en de ouderdom van belang, voor veilige opslag en vervoer. Tenslotte wil ik dat ze zich niet uitsluitend door economische motieven laten leiden. Aangezien de doeken toch onverkoopbaar zijn (een schilderijenroof is een soort gijzeling, leg ik uit, met mijn borst op slagschiphoogte) kan je beter zorgen dat je naar iets kijkt wat je wel aardig vindt.

Met andere woorden: Een museumbezoek moet je grondig voorbereiden, wat voor soort bezoek het ook is. Daar ben ik trouwens ooit achter gekomen tijdens een uitstapje naar de Kunsthal, enkele jaren geleden. Zonder voorkennis liet ik mijn leerlingen los in een zaal met werk van Henry Moore. ‘Al die beelden hebben gaten, meneer!’ ‘Ze zijn miljoenen waard,’ probeerde ik nog.

Toen we naar buiten kwamen liep ik naast Jeremy, we daalden af langs het beruchte hellinkje van Rem Koolhaas, dat steile ding dat rolstoelers tot wanhoop drijft. ‘Wat vond je ervan?’ vroeg ik aan Jeremy. Hij haalde de dopjes van zijn iPod uit zijn oren. ‘Wat zegt u?’ ‘Ik vroeg wat je ervan vond.’ Jeremy keek achter zich, alsof hij het museum nu pas opmerkte, haalde zijn schouder op. ‘Balen dat ik mijn skateboard niet heb meegenomen.’

donderdag 11 oktober 2012

Oude schoenen


Minister Van Bijsterveldt zal de familiefoto’s inmiddels van haar bureau gehaald hebben en de schilderijtjes teruggebracht naar de kunstuitleen. Wat er met de cactussen gaat gebeuren is nog onzeker. Hoe dan ook, het nakende afscheid heeft haar er niet van weerhouden nog even snel een schoolvak af te schaffen: CKV. 

Culturele Kunstzinnige Vorming is een kunstvak in de bovenbouw dat alle leerlingen volgen. Het paradepaardje van de Tweede Fase. Voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs kregen we een kunstvak als verplicht examenonderdeel. De invoering van het vak in 1998 heeft er en passant voor gezorgd dat alle culturele instellingen in Nederland inmiddels zijn ingespeeld op het ontvangen van groepen jongeren. Mooi of niet? Met het schrappen van CKV duwt onze demissionaire minister een cactus in het achterwerk van alle docenten die vijftien jaar hebben gewerkt aan een veelzijdig, praktisch, en op ervaring gericht cultuurvak. Zo voelt het. Zo is het.

Dacht ik. Maar ik heb mij kennelijk vergist. Van Bijsterveldt noemt de afschaffing van CKV een ‘kwaliteitsimpuls’ voor het kunstonderwijs. We moeten dus blij zijn – het is allemaal goed bedoeld! Het doet me denken aan een versje van Guus Kuijer: ‘Even een prikje, zegt de dokter, het doet geen pijn, het voelt juist fijn!’
In de Kamer heeft de minister CKV al fijntjes vergeleken met een paar oude schoenen, die ze moet vervangen. Vervangen door wat? Ik zal het wel niet goed begrijpen. Maar ik moet toegeven dat het mogelijkheden biedt, het weggooien van oude schoenen als kwaliteitsimpuls. Om het uit te proberen ga ik eens een dagje op blote voeten lopen.

Ineens krijg ik meer goede ideeën. Als ik in mijn eentje een jaar naar Spanje ga, is dat een kwaliteitsimpuls voor mijn huwelijk. Als ik onze vissen door het toilet spoel krijgen ze een beter leven. Als je erover nadenkt is het bombardement van Rotterdam een enorme kwaliteitsimpuls voor de stad geweest.

Als Van Bijsterveldt hier echt in gelooft, waarom schaft ze dan niet alle verplichte vakken af? Dat is nog eens een kwaliteitsimpuls! Weg met dat krampachtige gedoe rond ‘kernvakken’ wiskunde, Engels en Nederlands, weg met al die reken- en taaltoetsen waar de leerlingen (en de docenten) horendol van worden, naar de hel met de fantasieloosheid, de fascinatie voor Europese ranglijstjes, en de roosters vol vakken waarbij iedereen de hele dag ongeveer hetzelfde doet.

Misschien verdraagt deze waarheid geen ironie: Kunst hoeft niet meer van de minister, kunst is nu officieel een hobby. Scholen, wakker worden! Wie kunst niet serieus neemt, ziet de beschaving als een paar oude schoenen. Een kunstvak is nodig, omdat het recht doet aan andersoortige talenten. Verwaarloos jonge mensen met die talenten niet – we gaan ze heel hard nodig hebben.


vrijdag 5 oktober 2012

Gesorteerd gebak (column Trouw 3 okt)


Hoera, de Dag van de Leraar komt er weer aan. Vrijdag is het zover. Er heerst al enkele dagen een verwachtingsvolle spanning op school.

Toen het voor het eerst was, de Dag, precies tien jaar geleden, verkeerde ik in de veronderstelling dat we een ouderwets feest zouden krijgen. Gefrituurde hapjes, ballonnen, voor de onderbouw een fijn springkussen, sjoelbakken voor de bovenbouw, gratis petjes voor iedereen en een bonte avond na afloop. Zoiets. Allicht zouden we niet hoeven werken, net zoals ik op Vaderdag een dagje het vlees niet hoef te snijden.

Dat de lessen gewoon doorgingen was de eerste teleurstelling, dat de leerlingen zich precies zo gedroegen als alle andere dagen viel ook wat tegen. De doos met gesorteerd gebak maakte gelukkig veel goed. En er hing een spandoek in de school. Een spandoek zorgt altijd voor opwinding.
Kortom, het was een mooie dag.

Sindsdien worden wij op de Dag van de Leraar op ludieke wijze gefêteerd. Dat kan heel ver gaan. Soms krijgen we bijvoorbeeld een lekker bakje koffie in het lokaal geserveerd door de rector, met een stroopwafel. Handig, want dan hoeven we niet zelf naar de koffieautomaat te lopen. Dat ik tijdens een les helemaal geen tijd heb voor koffie kan de goede man ook niet weten.

Te midden van het feestgedruis zou je bijna een belangrijk feit over het hoofd zien: als er voor jou een speciale dag georganiseerd wordt, dan ben je geen hoogvlieger. Je hebt een handicap, of je bent achtergesteld. Dag van de Doven, Dag van de Secretaresse, Dag van de Ouderen. De onbedoelde koppeling met Dierendag bevalt me ook maar half.

Vrijdag stond in deze krant een artikel over de TEDx-onderwijsconferentie in Amsterdam. Hip en happening. Ik had er wel heen gewild, maar dat mocht niet, want de deelnemers werden geselecteerd. Op motivatie. Wel raar lijkt me dat, spreken voor een zaal vol uiterst gemotiveerde mensen. Het heeft iets kerks. De organisator wilde ‘meer inspiratie naar het onderwijs brengen.’ Ik dacht: begin klein, breng vaker gesorteerd gebak naar het onderwijs. Hij zei: ‘Ik wil niet dat mensen op feestjes zeggen ‘wat knap dat je docent bent’ maar dat ze zeggen ‘wat vet’!’

Nu heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd: ‘Wat knap’ – ik vind dit best jammer, maar als ze ooit gaan zeggen ‘wat vet dat je docent bent’, dan zal ik in actie komen, dan organiseer ik in mijn eentje een hele Week van de Leraar. Ik regel dat we ons in rijtuigen door de stad laten vervoeren, gekleed in rokkostuum. Wij dragen lorgnetten, en hoge hoeden waarmee wij voornaam wuiven. Iedereen langs de kant roept ‘Wat knap, wat ongelooflijk knap!’ Want knap, dat is het.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010