woensdag 19 juni 2013

Jarig


Zo’n veertig keer per jaar speel ik Lang-zal-ze-leven op de piano, meestal op verzoek van klasgenoten van de jarige. Ik doe het graag, weigeren gaat niet (want dan denken ze dat ik zoiets simpels als lang-zal-ze-leven niet eens kan spelen), maar of ik die jarigen er een plezier mee doe? Er is wel eens een jarige mijn lokaal uit gerend, recht naar huis. Verjaardag en middelbare school – dat wordt nooit wat. 

Stel je ook voor, je bent veertien en je moet omdat het ritueel het voorschrijft op tafel staan met een puntmuts (het elastiekje knelt onder je kin) je wordt halfhartig toegezongen door kinderen van wie je er minstens tien haat, en vlak voor je neus staat een in de handen klappende leraar Duits die jou over vijf minuten op een proefwerk gaat trakteren. Dat wil je niet.

Maar als leraar jarig zijn valt ook niet mee. Honderdtwintig collega’s. Boterkoek bakken voor die menigte, daar heb je geen tijd, voor slagroomtaart geen geld. Het gevolg is dat er jaarlijks verbijsterende hoeveelheden fabriekskoek de koffiekamer binnen gesjouwd worden door jarige leraren. Meestal zit de boel nog in de plastic verpakking (behalve als de rommel van het merk Euroshopper is). Wat een feest! Droge cakejes, bokkenpootjes, nog drogere cakejes, mini-mergpijpjes, en tenslotte zulke droge cakejes dat de hele koffiekamer zwijgt, tranen in de ogen krijgt en naar adem hapt. 

Bert van Aardrijkskunde trakteert ieder jaar op minimarsjes, maar dan de goedkope versie van de Lidl. De jaarlijkse mini-negerzoenen van, eh - ja van wie ook weer? – worden meestal ongeopend weer meegenomen. Ronald (wiskunde) komt tenminste nog met stroopwafels van de markt. Zijn neef heeft daar een kraam. Marijn van gym maakte het dit jaar wel heel bont, hij trakteerde op groente en fruit. Nou gefeliciteerd ouwe, ik neem nog een lekkere wortel potdorie.

Ook zo iets raars, iets wat volgens mij alleen bij ons op school gebeurt, is dat de jarigen raadseltjes opgeven in plaats van dat ze gewoon vertellen hoe oud ze zijn geworden. Als je wilt weten welke leeftijd Frits van wiskunde bereikt heeft moet je een integraalberekening uitvoeren. Len, onze Amerikaanse collega, komt met een tekstregel uit een vaag countrynummer uit zijn geboortejaar. Soms zijn er twee tegelijk jarig. Hangt er een briefje boven de kanokoeken: ‘Samen zijn we honderd! Kees en Kees.’ Hopeloos, want bijna iedereen heet bij ons Kees. Lang-zullen-ze-leven.

Ik was afgelopen week jarig. Ik trakteer altijd op chocoladesoesjes. Stelt ook niet veel voor, maar soesjes schenken de mensen in ieder geval de illusie dat ze een gebakje eten. Bij verjaardag hoort slagroom, punt uit. Soesjes? Ha, van der Werf is weer jarig. Waar is-ie? Hij heeft pleindienst. Vrijwillig.

vrijdag 7 juni 2013

I Love Music (column Trouw 5 juni)


Kijk, daar is Eva. Ziet u haar lopen? Ze valt niet zo op, vandaar dat ik even wijs. Ze is dertien, ze is niet echt dik maar loopt toch een beetje waggelend, alsof ze met boodschappen sjouwt. Ze kijkt vermoeid naar haar klasgenootjes, dunne sprieten die allemaal op dansles zitten en die gewichtloos lijken. Met geen van hen is ze dikke vriendinnen. Er zijn een paar jongens die zich bij vlagen over haar ontfermen, volgens mij met eerzame bedoelingen, al weet je dat nooit zeker.

Ik geef haar te weinig aandacht, denk ik. Die anderen, die dansmariekes, hebben altijd wel wat aardigs, ze spelen piano, zingen mooi, doen bevallig en cirkelen als meeuwen om iedereen heen die hen wil voeren. De jongens steken onderwijl met stompe voorwerpen in elkaars armen, schuiven razendsnel etuis rond als volleerde croupiers. Eva zit daar gewoon en ik weet niet wat ik tegen haar moet zeggen. Beetje glimlachen. Daarna weer een jongen terug op zijn stoel duwen en de orde herstellen. Van Eva heb ik nooit last. Ze zit stil te wachten, iedere les op dezelfde manier, rechtop, alsof ze verwacht dat er vandaag iets bijzonders gaat gebeuren.

Vorige week kreeg ik ineens een mailtje van haar mentor, gericht tot alle docenten. Eva’s ouders willen haar naar een andere school sturen als ze dit jaar blijft zitten. En of we dat stil willen houden, want Eva weet nergens van. Eva ziet het niet, de zwarte donkere lucht boven haar hoofd.

Een dag of drie later zit ze weer in mijn klas. Kaarsrecht. Ik introduceer een nieuwe opdracht, op warrige wijze, en probeer zoals gebruikelijk mijn warrigheid te compenseren met enthousiasme. Even later sta ik naast Eva bij een keyboard. Ik leg uit hoe ze drie akkoorden moet spelen, C, D mineur en Bes. Bes is lastig. Haar vingers bewegen houterig, ze drukt de toetsen in alsof ze veerkracht van een matras test. Dan zie ik haar nagellak. Al haar vingers heeft ze wit gelakt, en in iedere witte nagel heeft ze met zwarte lak een muzieknoot getekend.

Bij het uitgaan van de les schrijft ze iets met haar vinger op het bord. Ze tekent in het vaalwitte laagje krijtstof. Daarna loopt ze snel weg. Het is niet goed te zien, ik kom dichterbij. Er staat ‘I love music.’

Ik denk: ‘Het is mooi, maar het komt niet door mij. Het zal bij de andere vakken wel heel slecht gaan. Of iets dergelijks.’ Zo probeer ik mijn trots te onttakelen, mijn ontroering het hoofd te bieden, en de aandrang dat meisje te beschermen te wantrouwen. Maar het lukt me niet. 

Het is een goede dag.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010