dinsdag 14 juli 2009

Zoveel water zo dicht bij huis (3)

We hadden het over Raymond Carver en de kunst van het weglaten. Hoe een oud verhaal beter werd door driekwart weg te snijden! Schitterend, maar er is iets dat mij niet lekker zit. Ik word een beetje narrig van iedere week dezelfde preek. Over dat het korter moet en kaler, en dat je je darlings bij de vuilnis met zetten. Het eindigt met Gods zegen en dat je amen lispelt, maar er blijft iets knagen. Wij willen graag het goede doen, maar het kwade niet opgeven.

Moet het altijd spaarzaam? Mag het af en toe niet met zo’n lekkere omhaal van woorden? Ik stuitte op een passage in het Carvers verhaal Cathedral. Hij zegt daar een keer of zeven hetzelfde, een korte riedel, steeds net anders. Het gaat over eten, zeg maar gerust: schrokken. Er is ook iets dat hij niet zegt, en dat dringt zich steeds meer op naarmate hij dat over het eten herhaalt.

“We kregen een nacht een blinde te logeren, een oude vriend van mijn vrouw.”

Dat is de eerste zin.

De blinde blijft ook eten, dat spreekt. De ‘ik’ weet zich geen raad met de indringer. Dan volgt deze passage:

“We vielen aan. We aten alles op wat er aan eten op tafel stond. We aten alsof er geen volgende dag was. We praatten niet. Eten deden we. We schransden. We graasden de tafel kaal. Dit was menens, dit eten. De blinde wist zijn gerechten meteen te vinden, hij wist precies waar alles lag op zijn bord.”

Ik heb hardop gelachen bij dit fragment, ik vind het onwaarschijnlijk grappig. Al het wantrouwen aan die eettafel, je hoeft het er verder niet meer over te hebben. Wie zich recht in de leer waant zou toch zeker vier of vijf herhalingen doorhalen, en zodoende de humor eruit ranselen. Anders gezegd: mag het zo nu en dan een onsje meer zijn? Ja, dat mag! Vraag het maar aan de geest van Vinkenoog. Kijk na afloop of het ergens op slaat, of het je tekst krachtiger maakt, of het een doel dient dat je eerder nog niet zag.

Op het einde van het verhaal zit de 'ik onder leiding van de blinde met zijn ogen dicht een kathedraal te tekenen. Hij besluit ze voorlopig niet meer te openen, die ogen. “Ik vond het iets wat ik behoorde te doen”.

maandag 6 juli 2009

Zoveel water zo dicht bij huis (2)

Nogmaals Raymond Carver. Houd je vast.

Het titelverhaal is dus tweemaal opgenomen in de bundel. Het boek opent met de geredigeerde versie, acht pagina’s lang. De oude versie staat halverwege in het boek en is 28 pagina’s. Schrijven is schrappen hoor ik iemand zeggen? Lazer op! Schrijven is vernietigen, endlösen, met de grond gelijk maken! Schrijven is de haard aanmaken met je werk, je gat ermee afvegen, de destructieve kracht gaat die van een boot vol hongerige Noormannen te boven – mits je schrijft als Raymond Carver.

Een verhaal over een failliet huwelijk... een vrouw ontdekt dat ze al jaren getrouwd is met een man die ze in feite niet kent, dat wil zeggen, ze herkent hem, zijn gewoontes, zijn gedrag, zijn lichaamstaal – maar ze kent zijn drijfveren, zijn gedachten, zijn ‘ziel’ allerminst. Dat blijkt na een voorval tijdens zijn jaarlijkse vis-weekend. De mannen vinden in de rivier het lijk van een meisje, maar laten het liggen tot na hun uitstapje. Dan pas bellen ze de politie.

Het is niets minder dan adembenemend om te zien hoe Carver zijn openingszin nieuw leven inblaast:

“Mijn man zit met smaak te eten, maar zo te zien is hij moe, gespannen.”

Dit wordt in de herziene versie:

“Mijn man zit met smaak te eten. Maar ik geloof niet dat hij honger heeft.”

Het vervolg, het eerste beeld:

“Hij kauwt langzaam, met zijn armen op tafel, en kijkt strak naar iets aan de andere kant van de kamer. Hij kijkt mij aan en kijkt weer van me weg. Hij veegt zijn mond af aan het servet. Hij haalt zijn schouders op en eet verder. Er is iets tussen ons gekomen, al zou hij willen dat ik er anders over dacht.”

wordt:

“Hij kauwt, met zijn armen op tafel, en kijkt strak naar iets aan de andere kant van de kamer. Hij kijkt mij aan en kijkt van me weg. Hij veegt zijn mond af aan het servet. Hij haalt zijn schouders op en eet door.”

Alle zinnetjes die iets over haar man of over hun relatie uitleggen zijn geschrapt. Alleen de beelden zijn gebleven. En zie het wonder! Iedereen weet dat, van dat show don’t tell en kill your darlings. Ik denk dat goedbedoelde adviezen als deze net zo ineffectief zijn voor beginnende schrijvers als het van de kant af roepen ‘spreiden-sluit, spreiden-sluit’ tegen een ongeoefend zwemmer. Laat iedereen toch lekker spartelen. Laat daarna dit voorbeeld van Carver lezen. Klaar.

Nog even het slot van het verhaal.

Hij legt een arm om mijn middel en knoopt met zijn andere hand mijn jasje los, dan mijn blouse. ‘Alles op zijn tijd’ zegt hij, in een poging tot een grapje.

‘Nee niet nu, zeg ik’

‘Nee niet nu’ zegt hij plagerig.

... daarna volgt nog een harde afwijzing, niet thuis slapen, een boekt bloemen, een half mea culpa en een halve verzoening. Einde verhaal. De nieuwe versie doet het zo:

"Hij legt een arm om mijn middel en begint met zijn andere hand mijn jasje los te knopen en gaat dan verder met de knoopjes van mijn blouse. ‘Alles op zijn tijd’ zegt hij." Hij zegt nog iets, maar ik hoef niet te luisteren. Ik hoor toch niets, met al dat water.

[Einde.]

Kijk zelf maar wat dit met het verhaal doet, met de zinnen die er nog wél staan (reageer eventueel). Het is magie. Of vakmanschap. Of beide.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010