vrijdag 30 augustus 2013

Galatasaray vs Fenerbahce (column Trouw 28 aug)


Op mijn school zitten 1400 kinderen, en ik heb het gevoel dat ik ze in de vakantie alle 1400 tegenkom. Of beter, ze komen mij tegen, want ik herken ze vaak niet eens. Ze worden in zo’n lange vakantie volstrekt onherkenbaar, ze zijn in alle richtingen gegroeid, flaneren in badkleding en zien vijftig tinten bruin. Meestal weet ik ook niet meer hoe ze heten, maar dat hindert niet. Het gaat zo: ik hoor een stem, ‘hallo meneer!’, ik kijk om, roep hoi en dag, steek joviaal mijn arm in de lucht, en dat was het. 

Soms echter kom ik in de problemen. Ik sta bijvoorbeeld bij de kassa van V&D, de kassière begroet mij hartelijk: ‘Dag meneer Van der Werf.’ Ik herken haar gezicht, het is een leerling met een zomerbaantje. Of is het een oud-leerling? Ik vraag hoe het werk haar bevalt, ze vertelt het een en ander, zegt dan ineens ‘Weet u eigenlijk hoe ik heet?’ Achter mij staan twee dames. Ze hebben alles gehoord. Ze kijken verwachtingsvol: Ja, weet hij het? Zou hij het weten?

Afgelopen week liep ik met mijn zoontje door de stad, het was warm, we aten een ijsje. We liepen Hakan en Yasin tegen het lijf. Ze aten hamburgers. Hakan en Yasin zitten in vier havo, of vijf, ik weet het niet meer, want ze zijn allebei blijven zitten, maar in verschillende schooljaren. Hun namen ken ik in ieder geval, maar daar heb je in hun geval niets aan, want het is een volstrekt identieke tweeling. Al vanaf de brugklas vragen de pestkoppen iedere keer dat ik ze tegen het lijf loop of ik weet wie Hakan is en wie Yasin. En dat weet ik niet. Haast niemand weet dat. ‘Jullie zijn allebei lelijke Turken, punt uit’ zeg ik dan. Ze kunnen dat van mij hebben, want ik koop ieder jaar op de Actiedag een hele berg zelfgebakken, moddervette en oneetbare Turkse oliebollen van ze. 

Dit keer was ik eigenlijk wel in mijn nopjes dat ik ze tegenkwam, want mijn zoontje droeg een shirt van Fenerbahçe – in mijn ogen toch een respectabele Turkse voetbalclub. We spraken over het mooie weer en over hoe lang de vakantie nog was. Daar bleef het bij. Over het voetbalshirt werd niet gesproken.

Verdomd als het niet waar is, ik kwam ze een paar dagen later weer tegen. Een van hen begon direct tegen mij te praten. ‘Yasin wil u wat zeggen’. ‘Wat wil je zeggen Yasin?’ vroeg ik de ander. Die keek me triomfantelijk aan. ‘Ik ben Hakan’ zei hij. ‘En uw zoontje is voor de verkeerde voetbalclub.’ Toen ze wegliepen zag ik het pas. Yasin – of Hakan - droeg een shirt van Galatasaray. 

Gerwin in DWDD 28 januari 2010