woensdag 23 januari 2013

In 't harnas gestorven (Trouw, 23 jan)


Conciërge Rob is overleden. In school. Daar moet ik over schrijven, ik ontkom er niet aan. Om zeven uur maakte hij zoals iedere dag de deuren open. Rond half acht werd hij door de andere conciërges dood gevonden in de gang. Eerst was er paniek, daarna breidde zich een onwerkelijke stilte uit over de school. Iedereen bewoog traag. Het was of ons bloed in dikke stroop veranderd was. Leerlingen werden eerder naar huis gestuurd. Wij bleven ontredderd achter, en gingen toen ook maar naar huis. Voor sommigen ging het werk door. De conciërge die Rob had geprobeerd te reanimeren vulde de snoepautomaat bij met roze autodrop. Heel veel pakjes roze autodrop. Frambozensmaak. Ik vroeg of het ging. Hij schudde zijn hoofd.

‘Hij is het harnas gestorven,’ zegt iedereen nu. Dit is een eufemisme voor volstrekt onverwacht en veel te jong. Onze brombeer Rob was de baas van de kopieerfabriek in de kelder. Het hart van de school. Zijn geveinsde norsheid maakte dat ik vroeger, toen ik net kwam kijken, wel een beetje bang van hem was. ‘NEE,’ zei hij als je hem – uiteraard op iets te kruiperige toon - vroeg of hij nog even een klusje kon doen. ‘Veels te laat!’ Jij kromp tot kabouterformaat en zijn hele kop glom van ingehouden pret. En dan: ‘hoeveel mot je er hebben?’

Mijn schooldag begon altijd bij Rob, om kwart over acht, in de kopieerkelder, met een velletje bladmuziek of iets. ‘Dertig stuks Rob, dubbelzijdig’. Terwijl hij het op de glasplaat legde neuriede hij de melodie van het liedje dat ik net aan hem had gegeven.
Robs motto was: ‘Hébben we niet meer. Wórdt niet meer gemaakt!’ Hij leefde dit motto niet na, integendeel, hij deed de hele dag niets anders dan dit motto ondergraven. Ook dat maakte dat wij van hem hielden.

Het was op een rare manier fijn om op je kop te krijgen van Rob. Ik keek er soms gewoon naar uit. Hij was een beetje de leraar van de leraren. Je moet het lef ook maar hebben dat stelletje betweters de les te lezen. ‘Jullie zijn ook net kinderen’,  ‘Jullie kunnen niet lézen’, ‘wanneer léren jullie het nou eens?’ En dan die bolle kop met die grijns van oor tot oor.

Boven zijn kopieermachines hing een bordje met tarieven. ‘Domme vragen: één euro, vragen waar wij over na moeten denken: tien euro.’ Maar als ik nadacht had hij het al gedaan, en als ik mijn vraag stond te hakkelen had hij het antwoord op zijn lippen.
Wij zijn in ons hart geraakt, Rob, want we hebben je niet meer, en zoals jij worden ze ook niet meer gemaakt.

donderdag 17 januari 2013

Vangrail-kinderen (Column Trouw 16 jan)


Mijn dochter Emma zit in groep vijf. Ze klaagt dat zij van de juf tussen Natasja en Dirk in moet zitten, omdat die altijd klieren. Dirk kan ook verplaatst worden, maar dan zit-ie weer bij Mick, en dat is nog erger. Daar moet ook iemand tussen. Emma heeft inmiddels donders goed in de gaten dat ze als een kamerscherm wordt ingezet, een vangrail tussen twee rijbanen. De juf is blij met Emma. Dit zei ze in het oudergesprek. Als Emma er niet was zouden Dirk en Natasja helemaal niets meer doen behalve ruziemaken. Dat zei ze niet in het gesprek.

Ik herken deze stoelendans natuurlijk meteen. Op de middelbare school kennen we de ‘klassenplattegrond.’ Dat is zo’n velletje met drie rijtjes schoolbanken, waar de docent de namen in plaatst. Hemel, wat een klus dat kan zijn. Hele docentenvergaderingen kunnen eraan besteed worden. Stelt u zich voor: Vijftien bondscoaches die de opstelling bepalen.

Harco moet vooraan, want die ziet slecht, dan moet ADHD’er Ties rechtsvoor, maar niet naast Noah (Asperger), die schuiven we door naar het midden, maar niet in de buurt van de meisjes die altijd elkaars haar gaan kammen of nagels lakken als ze naast elkaar zitten, die moeten dus sowieso uit elkaar gehaald worden, en dan heb je nog Wiebe, die gaat dan linksvoor. O nee, daar zat Harco. Die moet dan maar sterkere brillenglazen kopen. Gelukkig hebben we Roos, Willem en Sjeng. Die kan je overal tussen zetten.

De beste oplossing: naast iedere jongen een meisje. Jongens praten niet met meisjes, tot de derde klas. De derde klas is het moeilijkst, in de derde zijn de jongens al bijna net zo groot als de meiden, en gaan ze bij elkaar op schoot zitten.

Meestal maakt de mentor de klassenplattegrond, en als-ie ‘niet werkt’, moet de mentor zijn werk opnieuw doen. Eigenlijk is het als het vullen van het Stratego-bord voor het spel begint. Daarbij is de vraag ook altijd waar je je bommen op het bord zet. Het is nooit goed, en als alles eindelijk staat kan niks meer bewegen.

Nu ik het probleem dankzij mijn dochter een keer – zoals dat in jargon heet -  ‘van de achterkant’ bekijk, maakt het me nog strijdlustiger. Om de werksfeer in overvolle en soms heel lastige klassen goed te houden moet kennelijk tussen ieder stuk vuurwerk een emmer water staan. Ikzelf werk zelden met plattegronden, maar moet toegeven: ook ik besteed teveel tijd aan lawaaipapegaaien. Immers, als je hen in je zak hebt, heb je de hele klas. Maar tegen weke prijs?  

Vanaf vandaag zal ik de beschermheilige van de stille, harde werker zijn. Van hen die gebruikt worden als zandzakken, stootwillen, geluidswallen. Leve de vangrail-kinderen!

vrijdag 11 januari 2013

Kusjes (Column Trouw 9 jan)


Het is stil in mij. Een zacht zoemend testbeeld vult mijn hoofd. School is mijlenver weg, en al ligt mijn tas nog gewoon in de gang, er is geen denken aan dat ik mij tot werk zal laten verleiden. Ik ben van nature lui, en dat zal twee weken lang onbestraft blijven.

Dit is zo’n beetje mijn opvatting van Kerstvakantie.

Op 1 januari krijg ik een emailtje. Een tel later weet ik dat ik het niet had moeten openen.
‘Gelukkig nieuwjaar meneer, kusjes van Roos en Naat!’
Verstuurd vanaf een iPhone, om 0:53.

Roos en Natalie uit havo-5 hebben kennelijk samen oudjaar gevierd. Er volgt een zin die overeind wordt gehouden door vijf uitroeptekens. Want Roos en Naat zouden Roos en Naat niet zijn als er geen verzoekje zou volgen. Het lijkt ze leuk om met de examenklas ‘Time of my life’ uit Dirty Dancing in te studeren voor de muziekavond. Dirty Dancing? Roos en Naat zijn heel muzikaal, en met hun muzieksmaak komt het later vast wel goed. De vraag is in feite of ik de muziek wil arrangeren.
Dat wil ik niet. Het is vakantie. Ik wil er niet eens over nadenken. Voor geen honderd kusjes. Te laat. Het testbeeld heeft plaats gemaakt voor beelden van Roos en Naat, die uit hun dak gaan op ‘Time of my Life’. Ik zie Patrick Swayze.
Ook dat wil ik niet.

De essentie van deze donkerste dagen van het jaar is dat wij, leraren, lang in bed blijven liggen, en verder vooral heel veel niet doen: niet aan school denken, niet mijmeren over goede voornemens of een ‘frisse start’. Dat is allemaal meer iets voor de zomer. Als het voorbij is slaan wij drie pagina’s om in de agenda, we rapen onze schooltas op en stappen het duister in. Onder in mijn fietstas zal nog hetzelfde plasje regenwater staan als voor de vakantie.

Tot die tijd sta ik in de spaarstand. Geen minuut eerder kom ik daar uit!
Maar ja, soms krijg je een mailtje. En dan is alles ineens voorbij. Mijn plichtsgevoel is, helaas, de gesel van mij aangeboren luiheid. Zoals in Dirty Dancing uiteindelijk de hele zaal de mambo begint te dansen – aangestoken door Patrick en zijn meisje - beginnen alle klusjes die ik zou moeten doen dankzij Roos en Naat vijf dagen voor het einde van de vakantie rondjes in mijn kop te draaien. Werkstukken nakijken, muziek arrangeren, schoolexamens maken, ik wil niet, ik wil niet! ‘Je moet’, zegt Patrick Swayze. Hij pompt zijn biceps op, kijkt mij indringend aan en begint woest om mij heen te dansen.

Ik begin maar ‘s rustig met die werkstukken, daarna zien we wel weer verder. Kusjes dames, en bedankt.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010