vrijdag 30 december 2011

Closing Time

Als ik Closing Time van Tom Waits draai in deze tijd van het jaar, kruipt de weemoedigheid als een oud wijf tegen mij aan. Als het gaat om weemoed ben ik zelf een hunkerend kreng, dus zo’n kans laat ik niet lopen. ‘Never had no destination, could not get across...’ gromt hij in Grapefruit Moon. Rond sluitingstijd kan je niet meer vooruit denken. Je kijkt terug, en mijmert over je mislukkingen. Succes leent zich slecht voor reflectie. Succes is in beginsel oninteressant.

Dit jaar schreef ik 68 stukjes voor mijn weblog. Samen met de bijdragen aan Torpedo Magazine kom ik ruim over de 100 teksten die ik voor niemendal schreef. Over succes hoor je mij niet. Een leuke schnabbel bij een dag- of weekblad, of iets anders in klinkende munt, heeft het vooralsnog niet opgeleverd. Ik heb ook geen benul hoe je zoiets aanpakt. Een schrijver moet voortdurend zichtbaar zijn these days, roepen de profeten. Yeah right. Ik vind het wel even gescheten.

In januari van dit jaar schreef ik het laatste hoofdstuk van Wild. Daarna schreef ik nauwelijks nog iets anders dan die 100 stukkies. Het met afstand best gelezen artikel is ‘Wat je kan doen op de Veluwe’ (3.500 views) – niet bezocht, vermoed ik, door fans van Wild die interesse hebben in mijn research, maar door argeloze Henk en Ingrids die een stacaravan type 6MH-2 hebben gehuurd op Landal-park Voorthuizen. Rond oudjaar is het stuk ‘het afsteken van astronauten’ populair – ik vermoed onder runderen- en ook ‘Tuigdorp Telegraaf’ trekt nog dagelijks Telegraaflezers die verkeerd verbonden zijn. Ik heb overwogen een reeks sonnetten te publiceren onder de titel ‘Sonja Bakker Nude Sexy Bitch’. Maar nee, ik wil geen dingen meer doen ‘gewoon omdat het kan’, zoals ik bepaalde cynische types vaak hoor zeggen.... (eh, heeft u de link aangeklikt?).

Het is allemaal wel leuk, dat schrijven voor de verkeerde mensen, maar mijn werk lijdt eronder. Met ‘werk’ bedoel ik niet mijn inkomsten uit regelmatige arbeid, maar datgene wat ik het liefste doe: verdwijnen in mijn verhalen, knoeien met taal, met stokken op gedeukte ketels slaan en proberen de sterren tot tranen toe te roeren, zoals Flaubert het ongeveer zei. Hard falen, verder prutsen, hopen dat er dan een levende ziel is die het mooi vindt. Dat dus. Niet bedelen om aandacht, niet stug en met de kiezen op elkaar geklemd menen recht te hebben op de erkenning van hen die er toe lijken te doen in het spiegelpaleis der Letteren.

Het is genoeg geweest, voor een mooi poosje. Closing time. Het stemt mij passend weemoedig, maar het schenkt mij ook de illusie dat ik een daad stel, zo tegen sluitingstijd. Wij zijn voorlopig even dicht. Daarna zien we wel.

zaterdag 24 december 2011

Glazen Huis #6 - ik verkondig u grote blijdschap

Vandaag hadden ze me serieus bij de kladden, die 3FM jongens. Vroeg in de avond stond ik met Emma op mijn nek naar onze gladiatoren achter het glas te loeren.  ‘Ik zie Gerard’ riep mijn dochter van boven, ‘hij heeft een camera op zijn schouder!’ ‘Dat is de cameraman’ zei ik, mij afvragend of zo’n camera op je nek misschien zwaarder was dan een meisje van zeven. ‘Gerard is moeilijk te zien’ verdedigde zij zichzelf, ‘want hij is de kleinste.’ Daarna wandelden we naar de Lammermarkt, waar wij korte tijd keken naar het optreden van Di-rect – een bandje dat onder normale omstandigheden niet hoeft te rekenen op enig enthousiasme van mijn kant. En dan zeg ik het netjes. Maar nu, ach, nu... het donderde niet. Bedrieg me, dacht ik, roer mij tot tranen, laat me weer geloven dat mijn stad en mijn land het waard zijn om nog even niet door de zee te worden opgevreten – het is zo lang geleden dat ik het kon geloven.

Ik ben deze week al zo vaak fijn en knusjes opgelicht (cupcakes die toch weer niet zelf gebakken bleken, dat werk) dat ik best wil geloven dat het mogelijk is om in een paar uur van 5 komma nog wat tot 8,6 miljoen door te groeien, terwijl we na dag 1 al blij waren met twee ton. God mag weten hoeveel spindoctors er achter de schermen bezig zijn geweest om ervoor te zorgen dat er een scenario lag waarbij wij op het allerlaatste moment met zijn allen nog eens de portemonnee zouden trekken – uit angst een mislukking van minder dan 7 miljoen te moeten accepteren. Alle mystificaties en smooth & cunning plans ten spijt was ik diep ontroerd toen Coen, Timur, en die kleine naar buiten kwamen, ik proefde de lucht die zij proefden, ik voelde de honger die zij voelden. Ik kneep mijn handen tot vuisten toen zij op de grote rode knop drukten die het bedrag zou onthullen. Ik vreesde met grote vreze. En de engel sprak ‘Wees niet bevreesd, want zie ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen’ Lucas 2 gedeeld door 11. En het geschiedde. Acht miljoen zeshonderdduizend. Het is Kerst, een ouderwetse, want ik heb geweend en ik ben blij. 

Glazen Huis (#7 slot): Borden


Ten slotte is er nog iets dat ik kwijt wil. Een kwestie die mij de hele week al bezighoudt. Ja, heus niet de hele tijd, maar toch - eh, vaak. Is er misschien iemand die weet hoe iedereen toch aan die mooie borden komt? Ik bedoel, ik heb deze week honderden van die bedrukte borden langs zien komen met het gedoneerde bedrag erop. In alle kleuren, van alle materialen vervaardigd, maar altijd strak en stevig, duidelijk bedrukt met logo’s van het bedrijf, school of weet ik veel, en op een of andere manier getuigend van groot organisatietalent. Maar waar komen die borden vandaan? Wie maakt ze? Zelf kwam ik met een lullig geplastificeerd A3’tje aanzetten, ‘Rijnlands Lyceum Open Podium €1800’, inderhaast in elkaar geflanst. Maar ja, dat ben ik. Ik wil ook borden kunnen maken. Wie helpt me? Nederland bordenland, mijn bewondering is groot.

O ja, ik heb €125 gedoneerd aan Serious Request: €0,10 voor iedere klik op een Glazen Huis blogbericht. Dit is gedaan in de verwachting dat u nog wel even doorklikt...

vrijdag 23 december 2011

Glazen Huis #5

De schoolklas waar ik mentor van ben heeft meer dan €500 opgehaald voor het Glazen Huis met zelfgebakken koekjes en andere beperkt houdbare rommel, en nu moet ik als tegenprestatie een Nieuwjaarsduik nemen. Dat heb ik namelijk beloofd. Kijk, je hebt mensen met ordelijke levens die door vasthoudendheid en precisie dingen voor elkaar krijgen, je hebt artiesten die er een rommel van maken en min of meer toevallig toch ook dingen voor elkaar krijgen. Ten slotte heb je lui die daar zo’n beetje tussenin hangen en daarom nooit iets voor elkaar krijgen, en uit pure wanhoop dan maar gaan roepen dat ze rond het vriespunt in zee gaan liggen voor de aardigheid - en voor het goede doel. 

Deze groep noem ik de Sjaalmannen van deze wereld. Ze willen wel iets, ze proberen aandacht te trekken door wild met hun armen in het rond te maaien, maar zelfs de vliegen rond hun kop krijgen ze er niet mee weg en ze eindigen op een zolderkamer met een riem papier. Of in zee, op 1 januari, met een Unox muts en keiharde, kleine tepeltjes. Helaas zal ik rekening moeten houden met de mogelijkheid dat ik er ook weer uit kom - daar moet ik nog even niet aan denken. Er zal geen oorlogsmoeder mee geholpen zijn, maar een man een man, een woord een woord. De leerlingen van die klas noemen mij keurig ‘Sir’, ze gedogen mijn plaggenhuttenengels, en trappen geen rotzooi - dit wil ik graag zo houden, dus neem ik die duik, en als mijn gezin het wil kruip ik ook weer uit het sop, dat ruim zal zijn, en diep, en dat zal lonken.

Na vijf dagen Glazen Huis is er 3,5 miljoen opgehaald – de helft van het streefbedrag. De helft! Mijn hemel, hoe moet dat nu? Alle hens aan dek, wat hamer! Alle verkeersboetes naar Serious Request! De via internet vooruitbetaalde partijen illegaal vuurwerk niet leveren! Zouden we het bij elkaar krijgen als Maxime Verhagen toezegt de Noordzee in te lopen en niet meer terug te komen? Of.... of zou ook die opbrengst, en de logaritmisch lijkende groei ervan, netjes geregisseerd zijn, zoals alles rond het Glazen Huis? Mijn bewondering voor de hele organisatie kent geen grenzen. Daar is geen spoor ironie bij. Er lopen honderden lui rond die alles netjes voor elkaar hebben, en die alle dwaze artiesten die met hun kop voor de camera staan keurig poppenkast laten spelen op de momenten dat het moet. Het zijn lui aan wie je wel iets kan overlaten. Ik vertrouw ze blind. Dit zijn de vormgevers van het moderne Nederland. Die gaan niet in zee met 500 ballen. Het eindbedrag wordt 7,6 miljoen. Het staat in het draaiboek. 

donderdag 22 december 2011

Het Glazen Huis (#4)


Hitchcock schijnt gezegd te hebben dat film net is als het leven, maar dan zonder alle saaie stukken. Nu ken ik heel wat films waar saaie stukken in zitten, en soms vind ik dat de beste stukken. Films die alle saaiheid proberen uit te bannen vind ik meestal niet te harden. In de televisieregistratie van Serious Request die rond acht uur wordt uitgezonden krijg je het beeld voorgeschoteld dat het een flitsende, razendsnelle, van energie en plezier overkokende pan is de hele dag daar op de Beestenmarkt. Nu sta ik daar elke dag wel een tijdje en ik kan u zeggen: het is er aangenaam saai. 

Soms is het bomvol, meestal is het – tja, gezellig druk. Maar saai. Men brengt zijn offers, als in oude tijden, aan de voeten van de koning. Men wil opvallen, bij de vorst in de gunst komen. Het moeten in die oude tijden ook langdradige bijeenkomsten zijn geweest. 

Dinsdagavond stond er ineens een koor van 700 man op het plein. Ze brachten €20.000 en gingen een stuk zingen uit The Armed Man, a Mass for Peace van Carl Jenkins. Je merkte er eigenlijk niets van. Ik had niet in de gaten dat ik ertussen stond. Iemand vroeg of ik sopraan was. Ik knikte maar. Ze moesten lang wachten, al die zangers en toen ze eindelijk moesten zingen was het niet te horen. Zevenhonderd man, en niet te horen. En het kwam ook niet op televisie. Te saai? Ik vond het heerlijk, en ik heb sopraan gezongen.

Vanmorgen stond ik er weer, met vijftig musicerende leerlingen van mijn school, om geld in de brievenbus te gooien dat wij hadden opgehaald met het Open Podium. Drie trompettisten, vijf saxofonisten en nog zo wat spul toeterden ‘All you need is love’ over de Beestenmarkt. De aandacht van Gerard Ekdom trokken we niet, maar wie aandacht wil van Koning Ekdom moet denk ik iets anders aantrekken of met meer geld komen. Iemand die niet eet en slaapt mag je niets verwijten, vind ik. We moesten lang wachten, omdat een farmaceutisch bedrijf met €60.000 in kruiwagens aan kwam rijden. Die pillendraaiers kunnen het wel missen, maar dat hoor je niemand zeggen. Ze werden geïnterviewd met een camera op hun knikker, maar op tv kwamen ze niet. Saaie lui.

Verder wordt er bier gedronken, de hele dag en nacht door, uit enge aluminium flesjes. Vooral door studenten. ‘Een biertje voor het goeie deal’ hoorde ik er één met dubbele tong zeggen. Ze staren de hele tijd wat naar het licht. Het is net als het echte leven, daar op de Beestenmarkt, inclusief de lange, saaie stukken. 

dinsdag 20 december 2011

Glazen Huis #3 (fuck de Postcodeloterij!)

Er zijn Leidenaren die het Glazen Huis maar een sta-in-de-weg vinden. En niet alleen vanwege de verkeersomleidingen. Het is, denk ik, het soort mensen dat bijvoorbeeld meedoet met de Postcodeloterij. Zij vinden het vervelend dat alle scholieren momenteel op hun centen uit zijn ten bate van Serious Request. Je moet wel een hart van arctisch ijs hebben om je portemonnee op zak te houden als die bloedjes aan je deur komen met cakejes, koekjes, hyacintbollen, kerstballen, kaarten, tweedehands Donald Ducks, sponsorlopen, biermarathons, pizza-estafettes. Een slim kind uit groep 4 had het plan opgevat deurstickers te verkopen met de tekst ‘ik heb gedoneerd aan het Glazen Huis.’

De beroepsscepticus weet dat wij hypocriet zijn, en naar de portemonnee grijpen om ons geweten in slaap sussen. Rond de kerstdagen is dat extra dringend, dat is bekend. De cynicus gaat nog een stap verder: het is puur eigenbelang. Wij grijpen de kans ons smoezelige zelf uit een kwaad daglicht te halen. Het is een instinct.

Ik bekijk het liever vanuit praktisch oogpunt: je moet iedere mogelijkheid aangrijpen mensen geld uit de zak te kloppen voor een beter doel dan hun eigen vette pensen. Als dat met Kerst beter gaat dan rond Pasen, dan moet het maar met Kerst. Punt.

Serious Request gaat waarschijnlijk tussen de 7 en de 8 miljoen opleveren. Ik vind zeven miljoen veel geld. Veel geld. Maar..... Er is altijd een maar. Er is iets dat mij dwarszit. Overal in de stad hangen billboards met de mededeling dat de postcodekanjer 48 miljoen bedraagt. Zelfs rond de Beestenmarkt  hangen ze. Het is zogenaamd ook voor een goed doel, die loterij - een wel heel slecht verhulde cosmetische ingreep. De boodschap van de Postcodeloterij is een aartspessimistisch: de mens is nooit zo vrijgevig als dat hij hebzuchtig is. Vergeet niet: we leven in een land waar een kwart van de bevolking de ontwikkelingshulp die nog over is wil schrappen.

Ineens vind ik zeven miljoen voor Serious Request helemaal niet veel. Die 48 miljoen komt namelijk ook uit onze eigen zakken. Wat zeg ik: een veelvoud ervan! Want er zijn immers veel meer prijzen en Martijn Krabbé en zijn kornuiten moeten er ook iets aan overhouden.

Ik ben niet cynisch, zelfs niet sceptisch. Ik draag alle kinderen en jongeren die acties verzinnen om ons het geld uit de zak te kloppen een warm hart toe. Kom op kinderen, schud het geld uit onze zakken, tot de laatste cent, zodat we geen geld meer over hebben voor loten – ik ben pas tevreden als we 50 miljoen halen en de Postcodeloterij zo naar de kloten gaat dat ze het salaris van Martijn Krabbé niet meer kunnen betalen. This one’s for mama!

maandag 19 december 2011

Glazen Huis #2

Gerwin doet vanuit Leiden 'op geheel eigen wijze' verslag van Serious Request 2011. Voor iedere pageview doneert hij tien cent aan het Rode Kruis.

Het Glazen Huis is gesloten. Gisteren was de eerste live-uitzending vanuit Leiden. Het regende. Sophie Hilbrand was anchorwoman. Voorafgaand aan de opsluiting van de 3FM dj's zat zij samen met hen op een leren bank in een gebouwtje dat ik dacht te herkennen als de bloemenstal op de Beestenmarkt. De uitzending ging over van alles, maar toch vooral over het bijbelse offer dat de dj’s zouden gaan brengen. Drie Jezussen die zes dagen met elkaar in een glazen graf moesten zitten. Het ging over vruchtensapjes, en de man-met-de-hamer die langs zou komen op dag drie. Ze leken helemaal niet bang.

Het was gezellige tv, zonder beelden van hongernegers of verminkte kindsoldaten. Sophie Hilbrand stipte nog wel even aan wat het doel van de actie was: het helpen van moeders in oorlogsgebieden. Moeders die hun huis en bezittingen kwijt waren. Die hun man waren verloren. Veel moeders waren zelfs hun kinderen kwijt. Die opmerking bracht de dj’s zichtbaar in verwarring. Zijn het dan nog wel moeders? hoorde je ze denken, zijn het dan niet gewoon zielige vrouwen? Deejay Timur leek het toch te begrijpen: ‘ik kan wel een beetje meevoelen met die moeders in oorlog. Mijn moeder zit nu ook een hele week zonder mij.’

Toen kwam zangeres Do aanschuiven om bekend te maken dat zij 30.000 exclusieve ‘verwenpakketten’ (met doucheschuim en een nieuwe kerst-cd van haarzelf), wilde verkopen voor €50 per stuk. Van die €50 ging maar liefst €5 naar het Glazen Huis. Iedereen riep oe en aa en lang zal ze leven. Niemand die zei: wattefuk 5 euro, maak daar effe 25 euro van! Dan verdienen jij en je platenbaas er nog op! Ze ging nog zingen ook, en de dj's deden braaf of ze het mooi vonden. Iedereen was lief voor elkaar.

Daarna was het mooi geweest en werden de jongens van 3FM in hun glazen container opgesloten door de sympathieke Snow Patrol zanger Gary Lightbody, die het allemaal onderging met de verbazing van een misdienaar die voor het eerst in functie is. ‘Are all of these guys locked up with you?’ vroeg hij, wijzend op de haag van cameramannen. Niemand die de sukkelaar verklapt had dat er een achterdeur is die niemand kan zien.

zaterdag 17 december 2011

Raaf


Op onze school hebben wij heel wat kinderen onder onze hoede die – als wij daar niets aan doen - het ver gaan schoppen in deze wereld. Een van hen heet Raaf, hij zit in de brugklas. Hij is slim, manipulatief en leugenachtig. Hij knikt begrijpend als je hem onder vier ogen spreekt. In de klas echter dwaalt zijn blik af naar klasgenoten, want hij wil ze peilen en laten weten dat hij overal schijt aan heeft. Hij is uit op macht, over mij, over zijn klasgenoten. Het is hem nauwelijks te verwijten, het is een instinct – en hij is nooit gecorrigeerd. ‘Ben je tevreden Raaf’, vraag ik als hij een les niets gepresteerd heeft. ‘Bent u tevreden meneer?’ vraagt hij terug. Soms droom ik van een klas vol Raven en word ik wenend wakker.

Helaas, voordat het succes hem gaat toelachen, in de bankwereld, de wapenhandel of de vleesverwerkende industrie, komt hij mij tegen. Hij zal onderworpen worden aan mijn strenge tucht. Ik heb meedogenloze methodes. De meest rigoureuze komt hier op neer: ik bestrijd het tuig met hun eigen wapens. Er zijn er weinig die dat aankunnen. Raaffie zal niet weten wat hem overkomen is, als ik met hem gereed ben.

Het werkt zo: ik richt mijn pijlen niet op het rotzakje zelf, maar op zijn vriendjes, zijn hofhouding. Ik berisp ze, of geef ze complimentjes over van alles. En iedere les stuur ik er één uit. Omstandig en beslist. Na de les heb ik een prettig gesprek met hem. Ik vraag of hij komt om iets te leren. Ze zeggen allemaal ja, ook al weten ze het misschien helemaal niet zeker. Ik zeg dat ze dan beter niet in de buurt van Raaf kunnen gaan zitten. Ze krijgen geen straf. Wat blijkt? De jochies hebben zelf eigenlijk ook last van die Raaf. Ze zeggen het gewoon tegen me. 

Zo gaan ze een voor een voor de bijl, en keren ze zich van het monster af. Nu heeft het gedocht niemand meer om mee samen te spannen – en wat gebeurt er? Hij wordt lusteloos. Soms knijpt hij, of schopt hij iemand, uit ontreddering. Ik doe of ik het niet zie. Ik beloon daarentegen het goede gedrag van de ex-lakeien omstandig, geef ze extra verantwoordelijkheden. De hele klas bloeit op. We bereiken dingen. Raaf niet. Raaf is een zielig plasje op een stoel achter in de klas.

Pas als ik het Ungeheuer eenzaam en ellendig aantref tussen de gevonden gymspullen, zal ik mijn hand naar hem uitstrekken en met vrome blik vragen hoe het met hem gaat. De tranen zullen in zijn ogen opwellen. Zonder hem ook maar één keer te straffen heb ik hem naar mijn hand gezet. Ik zal ontferming tonen.

Daarna zal het beter met hem gaan, maar helemaal de oude wordt hij niet meer. Mocht u over een jaar of acht bij de aanschaf van een nieuwe keuken wordt geholpen door een chef verkoop die u ‘helemaal gratis’ een fonkelnieuwe combimagnetron en kookplaat aanbiedt bij de keukenkastjes met de woorden ‘ik ben pas tevreden als u het bent’, en hij heet Raaf - doe hem dan de groeten van mij.

maandag 12 december 2011

Glazen Huis

Zondag laten drie deejays van 3FM zich opsluiten in een glazen kooi op de Beestenmarkt. Ze gaan  24/7 radio maken, geheel belangeloos, een week lang. De rest van Nederland mag geld komen brengen. Voor het Rode Kruis. Dit is een korte uitleg voor iedereen die de wereld 'abhanden gekommen ist' en derhalve niet weet wat 'Het Glazen Huis' is. Voor wie niet weet wat de Beestenmarkt is: dat is een winderige plek in het centrum van Leiden, aan het water. Aan landzijde wordt het plein omzoomd door grillrooms en koffieshops. 

Op normale dagen hangen op de Beestenmarkt Marokkaanse jongens belangeloos 24/7 rond. Op dit moment wordt er hard gewerkt – niet door de Marokkaanse jongens, door bouwvakkers. De jongens kregen een schop onder hun kont, de reder van de rondvaartboot is afgekocht met een bedrag dat niet bekend mag worden. Maar de rest van het geld gaat dus naar het Rode Kruis. Dat is het idee. En het werkt. Vorig jaar werd ruim 7 miljoen euro opgehaald in Eindhoven. Dat is €32 per inwoner van Eindhoven. Wij gaan daar in Leiden vet overheen, kapitaalkrachtig als wij zijn. Met Drie Oktober slaat de gemiddelde Leidenaar €200 stuk.

Voordat het Glazen Huis kon komen moest er eerst gelobbyd worden. Net als bij de Olympische Spelen moet een stad in een soort ‘bid’ laten zien hoe graag ze het wil en hoe goed ze is toegerust op zo’n evenement. Het 3FM comité werd in een bootje naar de Beestenmarkt vervoerd. Op de route had men honderden posters geplakt langs de kade: ‘Het Glazen Huis hoort in Leiden thuis’. Een vriend van mij trof enkele van die posters aan op zijn woonboot. Hij wilde het Glazen Huis helemaal niet, want hij is bang dat men erachter komt dat men vanaf het dak van zijn boot een prachtig uitzicht heeft over de Beestenmarkt. Hij kreeg die posters er niet af. Het is een gepensioneerde leraar Latijn. ‘Hannibal ante portas!’ riep hij klagend. Ik adviseerde hem entree te heffen, €20 per staanplaats per uur, maximaal tien bezoekers, kopje koffie incluis, opbrengst geheel ten bate van het Glazen Huis. En voor zijn oud-leerlingen een bordje ‘Cave Canem’ op de deur.

Leiden zal weten dat het Glazen Huis er is, en niet alleen vanwege de verkeersomleidingen. Want iedereen die het hart op de goede plek heeft komt in actie.  Omdat ik dat ook wel wil, het hart op de goede plek, is het misschien leuk als ik op dit weblog zo nu en dan bericht over het Glazen Huis - op ‘eigenzinnige, tegendraadse wijze’ natuurlijk. Voor iedere pageview op die artikelen doneer ik tien cent aan het Glazen Huis. Voor aandacht het Goede Doel hebben we alles over nietwaar?

vrijdag 9 december 2011

Gevaarlijke Kletskoek


‘Woordjes leren, dat is echt niks voor mijn zoon...’ zei een moeder op de ouderavond  tegen een collega van mij, docent Duits, ‘en wij zien het nut er ook niet van in...’
‘Taal bestaat uit woorden,’ antwoordde de docent, ‘dat is het lastige ervan.’ ‘En grammatica, dat gaat ‘m ook niet worden,’ ging de moeder verder. Een snedig antwoord lag de docent op de tong, maar met mensen die dingen zeggen als ‘dat gaat ‘m niet worden’ moet je eigenlijk niet in discussie.

De jongen die het vertikt woordjes te leren heeft natuurlijk gelijk. Hij kan het niet. Hij zit in 3 vwo, en de hemel weet hoe hij er gekomen is, maar woordjes heeft hij er nooit in gekregen, in wat voor taal dan ook. Gelukkig is hij goed in Aardrijkskunde en Biologie, voor beide vakken heeft hij een zes plus. Waarom moet hij dingen doen die hij niet kan?

Dat moet hij omdat hij anders is afgeschreven. Zijn ouders weten het donders goed: het vwo is het nieuwe havo, havo is het nieuwe vmbo en het vmbo is een poel van ellende waar iedereen met wapens rondzeult. Voor een vmbo’er die niet kan zingen is een rol in Oh oh Cherso de enige hoop op een leven buiten de poorten van de Hel.

De Onderwijsraad bood gisteren een nieuw rapport aan. Na het haringhappen en het aanbieden van het eerste kievitsei is dit de grootste folkloristische gebeurtenis in een regeringsjaar. De symbolische waarde ervan is nauwelijks te overschatten. Van Bijsterveldt, die veel weet van symbolische waarde die woorden kunnen hebben (‘ouders zouden meer betrokken moeten zijn bij de scholing van hun kind – et in saecula saeculorum amen’), kreeg het rapport aangeboden. Ik vermoed dat er geklapt werd, en dat er na afloop een glaasje witte wijn werd geserveerd.

Er staat van alles in dit rapport, woorden vooral, in een grammaticale samenhang die ‘m maar niet wil worden. Toch valt er gemakkelijk een conclusie uit te halen: een lage opleiding is het grootste risico voor een kind. Geloof me, ik heb het rapport gelezen. Dit staat er in. Er staat ook in dat een kind van nu allerlei ‘advanced skills’ moet aanleren. Het gaat over computers en communiceren. Dit idee is overgewaaid uit de VS. Je zou wensen dat de wind eens anders stond. ‘Geen advanced skills zonder basic skills’. Let u op de subtiele vermenging van twee talen. Want onze kinderen moeten ook internationaler denken. Het staat eveneens in het rapport. Geen advanced skills zonder... enz. Wat een openbaring! Ik ga mijn zoontje vanmiddag meteen gebieden zijn studie sterrenkunde te staken en eerst de tafel van zeven te leren.

Mijn ouders hebben dertig jaar lang lesgegeven op een vmbo-school. Dagelijks zien zij oud-leerlingen terug in het stadje waar zij wonen. Ze hebben bedrijfjes, klussen bij in het weekend, runnen een gezin, geven voetbaltraining aan de pupillen. Ze hebben het gemaakt. Kennelijk hebben mijn ouders hen genoeg skills bijgebracht om het te redden, basic of advanced, de Onderwijsraad mag het zeggen, ik heb geen flauw idee. Een lage opleiding blijft het grootste risico: het is kletskoek, maar gevaarlijke kletskoek. Iedere opleiding kan leiden tot succes. Punt. Als een Onderwijsraad zoiets al niet duidelijk maakt, hoe moeten wij dan de komende jaren de ouders te woord staan die hun kind beschouwen als een project dat als mislukt beschouwd moet worden als het ‘m niet gaat worden op het vwo?

vrijdag 2 december 2011

Gekke Breivik en het Kwaad

Anders Breivik is ontoerekeningsvatbaar verklaard door zijn psychiaters. Psychiaters zijn artsen die zich jarenlang verdiept hebben in geestesziekten. Ik heb dat niet gedaan, bovendien ken ik Breivik niet, behalve uit de kranten, dus wie ben ik om hun oordeel te betwisten?

Toch geloof ik er geen zak van.

Het komt ons mooi uit, zo’n diagnose, te mooi, want wij weten ons sinds de dood van God geen raad met het Kwaad. Daarom hebben wij het Kwaad netjes ondergebracht in het domein van de Gekken. Wie 77 jonge landgenoten neermaait na jarenlange voorbereiding wordt achteraf krankzinnig verklaard. Vooraf was helaas niet mogelijk. Wij gedogen de gekken onder ons en accepteren dat het af en toe gruwelijk misgaat – wat moeten we anders? – maar wij houden niet voor mogelijk dat het kwaad ons ook in zijn greep kan krijgen. Sterker nog, dat wij er voor kunnen kiezen, evengoed als Breivik. Dat idee zou ons radeloos maken. Het Kwaad als keuzemogelijkheid is allang afgeserveerd. Ten onrechte.

Kijk mij, ik ben geen slechte man. Ik doe mijn plicht, hoewel ik moeite heb met discipline. Toch ga ik naar mijn werk, ook als ik mij niet lekker voel, of uitgeput ben. Ik sla nooit iemand, ik ben aardig tegen iedereen en omdat ik niemand wil teleurstellen loop ik soms op eieren. Ik ben soms te grof in de mond, en heb daar altijd spijt van. Als kind speelde ik zoet in mijn eentje, en was erg verlegen. Als er visite kwam kroop ik achter de bank en bleef daar urenlang zitten. Liever stond ik mijn speelgoed af dan dat ik in een conflict verzeild raakte. Eigenlijk is dat nog steeds zo. Af en toe rijd ik te hard. Ik voel mij daar nooit echt schuldig over. Schuldig voel ik mij wel als ik mijn plicht verzaak, en schaamte is mijn levensgezel. Ik ben soms jaloers. Ik werk hard. Ik heb te weinig zelfvertrouwen. Ik ben een doorzetter, als kost het me veel moeite. Ik ben dienstbaar, zeer dienstbaar. Ik kan diep ontroerd zijn als een kind, een leerling, een mens blijk geeft van talent of goedheid. Met mij is niet veel mis, nietwaar?

Maar als ik een schietwapen in mijn handen zou hebben, en ik zou in een winkelcentrum het vuur openen, twee Sinterklazen en veertien Pieten omleggen, dan ben ik ineens gek.

'Ja, knettergek,' denkt u, 'maar jij doet dat niet.' O nee? O nee? Oké, massamoord is niets voor mij – ik heb een zwakke maag - maar een lekkere dubbele moord zoals in Dostojevski's Misdaaf en Straf zou toch tot de mogelijkheden kunnen behoren. Waarom niet? Ik moet het Kwaad, net als u, op afstand houden, misschien niet dagelijks, maar vaak genoeg om mij diep te verontrusten. Mijn keuze het Kwade niet te doen lijkt niet eens ingegeven door mijn goede inborst, maar door wetten en praktische bezwaren. Ik heb immers geen effectieve moordwapens voorhanden, en ik zou niet graag van mijn gezin gescheiden worden.

Het kwaad is banaal en heeft iets raadselachtigs, zo concludeerde filosofe Hannah Arendt tijdens het Eichmann-proces. Iedereen kan erdoor betoverd worden. Begrip van het Kwaad stond centraal in haar boek over dit proces. Breivik krijgt mogelijk niet eens een proces. Gekken hoeven geen proces. Die zetten we twintig jaar in een gesticht, en die gaan we daar dan genezen. En wij, brave burgers, kunnen na op gepaste wijze blijk te hebben gegeven van onze afschuw rustig verder dwalen, en schaven aan het beeld dat wij van onszelf gemaakt hebben: dat wij weldenkend, constructief en redelijk zijn, een beetje drammerig en geldzuchtig bij tijden, maar ten diepste geneigd tot het goede. Slaap zacht.

Gerwin in DWDD 28 januari 2010