maandag 23 januari 2012

Een ongeluk


Ik ging lopen in de richting van Voorschoten. Bij de Lammebrug zag ik dit: een dik mannetje op een fiets reed over zijn eigen hondje heen. Het hondje was aangelijnd, was geschrokken van een gans, sprong opzij en kwam onder het achterwiel. De man remde, denk ik, het achterwiel kwam los, de man viel. Dat is wat ik zag. Daar lagen ze, man, hond, en fiets. De gans stond in de berm te kijken. Verder was er niemand. Het tafereel was in mijn handen
De hond maakte een raar piepgeluid. Hij probeerde te gaan staan, maar het lukte niet goed. Ik bleef staan, in dubio of ik de dierenambulance of de mensenambulance moest bellen. Toen bedacht ik dat ik geen telefoon bij mij had. Eerst zette ik de fiets overeind. Je moet altijd met de eenvoudige taken beginnen, weet ik. De man kwam zelf al een eindje overeind. Ik hielp hem verder. Het hondje krabbelde met zijn poten over het asfalt. Ik zei: ‘heeft u pijn?' Er kleefden kleine steentjes aan zijn handpalmen. Hij zei dat het wel ging. De hond begon alweer een beetje te lopen. De man keek eerder verstoord dan bezorgd naar het dier. Hij pakte de hond op, nam hem in de armen. Het beest begon weer te piepen. Het mannetje keek mij nu met paniekogen aan, ogen die de oorlog kennen.
‘Ze weten niet dat ik hem op de fiets uitlaat. Mijn vrouw en dochter. Wat moet ik nu zeggen?’‘U moet met hem naar de dierenarts, hij kan interne bloedingen hebben,’ zei ik. Ik weet niks van dieren, noch van interne bloedingen, toch klonk het mijzelf aannemelijk in de oren. ‘Gak’ zei de gans. ‘Ksssst!’ siste ik. Het beest ging te water.‘Dank u,’ zei het mannetje. ‘Dat u even hielp. Dank u heel vriendelijk.’ Zonder de fiets op slot te zetten liep hij met het hondje in zijn armen de brug over – naar huis, denk ik. 
Ik vond het erg, vooral voor het mannetje, omdat hij thuis moest vertellen wat er gebeurd was. Thuis moeten vertellen wat er gebeurd is is zelden leuk. Met dieren identificeer ik mij moeilijker, misschien omdat ze nooit thuis iets hoeven te vertellen. Lang hield ik het niet vol, het erg vinden. Een kilometer of wat verderop vond ik het erger dat ik de duur van het oponthoud niet had geklokt, zodat ik mijn tijd op de 10 km niet meer zuiver kon bepalen, en ik dus voor niemendal aan het hardlopen was. Ik fantaseerde dat het mannetje mij zo dankbaar was dat hij mij zijn 18-jarige dochter aanbood. Beiden wilden van geen weigering weten. Op een goed moment wond dit mij zo op dat ik omkeerde en naar huis liep, met lange, stoere passen. Toen ik bij de brug kwam zag ik dat de fiets weg was.
Dit artikel verscheen eerder op Torpedo Magazine

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010