dinsdag 7 oktober 2014

Recensie: Iedereen kan Schilderen - Emma Curvers

Iedereen kan schilderen van Emma Curvers is een verhaal over een ontwrichte familie. Daar moet je natuurlijk zin in hebben. Op de achterflap staat: ‘Hans Kostons lijdt aan depressies, psychoses, koopziekte, hypochondrie, vernielzucht en su├»cidale neigingen’. Dat zijn minstens vier aandoeningen teveel voor een debuutroman, was mijn eerste gedachte. Gelukkig volgt het zinnetje: ‘De overige gezinsleden lijden aan Hans’, en dat is precies grappig genoeg om Hans' stoornissen voor lief te nemen.

In de eerste hoofdstukken weet Curvers met een paar korte, rake zinnetjes duidelijk te maken hoe moeder en dochters spitsroeden lopen met die rare vader in huis. Alles staat in het teken van het tevreden houden van Hans. Op diens verjaardag aarzelt dochter Iris: ‘Moeten we nog even zingen? Nee, een lied met maar twee zangers zal hem misschien treurig stemmen.’ Er is dan nog niets schokkends gebeurd, maar de tekenen zijn verontrustend: Hans loopt weg op zijn eigen verjaardag om op zolder inkleurschilderijtjes te maken, zet ’s nachts de vloer in de was en legt overal rattengif neer om denkbeeldige marters te bestrijden.

Daarna gaat het snel mis, zoals te verwachten was. Wat volgt is een aaneenschakeling van absurde anekdotes. Hans’ sluit de visite buiten met Kerst, hangt overal camera’s op, laat vrouw en kinderen achter bij een tankstation, enzoverder. Iris reageert op iedere crisis nogal gelaten, omdat alles verloopt volgens de cyclus van spanning-escalatie-verzoening waar zij sinds haar jeugd vertrouwd mee is geraakt.

Het is wel duidelijk ja, de familie lijdt aan Hans. Maar waar moet het heen? Hans is een kleurrijk personage, maar meeleven met hem is onmogelijk. De lezer noch de schrijfster is in staat zijn gekte te begrijpen, of dichter bij hem te komen. Pathologisch gezien klopt dat waarschijnlijk, maar als romanfiguur maakt het hem ongeschikt. We houden een enorme afstand, vinden hem uiteindelijk nogal irritant. Doe maar weg, die gek, denk je gaandeweg.

Gelukkig klopt de samenvatting op de achterflap niet helemaal, want naast dit lijden aan vader gaat het boek over hoe de hoofdpersoon, de 20-jarige Iris, lijdt aan zichzelf. En juist dat levert in deze roman de beste stukken op. Iris’ pogingen grip te krijgen op haar eigen kleine waanzin zijn ontroerend. En passant wordt een compleet falend hulpverleningscircuit met veel humor in beeld gebracht. Een psychiater vraagt of ze mensen wel vaker niet aan durft te kijken. ‘Nee. Ja,’ antwoordt ze, en zo krijgt ze het stempel autisme, terwijl ze de man niet aankeek omdat hij uit zijn mond riekte. 

Zo strompelt ze van de ene na de andere zelfingenomen prutser, van het ene naar het andere misverstand. Het hoogtepunt in de roman is Iris’ wanhopige poging een  stamboom van haar familie te maken waarin ze alle stoornissen van iedereen in kaart brengt. Immers, zou zij niet een optelsom, of een bizarre cocktail, van al die krankzinnigheid kunnen zijn? Zo komt toch de vraag aan de orde die ten grondslag ligt aan haast alle literatuur, en die uiteindelijk ook dit boek aandrijft: Wie ben ik?


De waanzin van al die anderen, Hans voorop, weet je niet te raken. De strijd van Iris des te meer. In een volgend boek mag die strijd wat beter, eh, uit de verf komen dan in Iedereen kan Schilderen. Dit debuut geeft echter genoeg aanleiding om te veronderstellen dat Curvers dat kan.

1 opmerking:

  1. iedereen kan schilderen. maar niet iedereen kan een kunstwerk neerzetten!

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010