vrijdag 18 maart 2011

Boekenbal 2011 (sorry)


Als alle schrijvers over het Boekenbal gaan schrijven wordt het natuurlijk een janboel. Misschien wordt het zelfs wel knokken. Ik denk dat schrijven over het Boekenbal maar één keer leuk is, net als het Boekenbal zelf. Dat laatste weet ik ook niet zeker, ik vermoed het alleen maar. 

Om te beginnen, ik heb het VIP-kaartje van Vonne van der Meer. Ja, zo kan ik het ook, denkt u. Precies wat ik denk. Maar wel heel sympathiek, ik mag zelfs naar het voorprogramma. Pal voor mij zit Franca Treur. Die hoeft niet op het kaartje van een ander, terwijl zij toch ook maar één boek heeft geschreven. Ze heeft pijn in haar rug, zo lijkt het, want ze zit maar te schuiven en eraan te voelen. Nog voor het goed begonnen is staat ze al op. Bij ons thuis is zoiets onacceptabel, en ik weet zeker dat het in de gereformeerde kerk ook niet echt gewaardeerd wordt. Ze draagt trouwens een heel vreemd jasje met het soort klittenbandsluiting dat je wel eens ziet bij kampeeruitrustingen. Ze loopt moeilijk, maar ze is niet de enige vrouw die moeilijk loopt vanavond. Ik zie haar niet meer terug, wat mij zeer spijt – haar date is zanger/cabaretier Lucky Fonz III, die wel overal opduikt. Ik hoop maar dat haar rug het houdt vanavond.

Ik verbeeld mij dat ik Youp van ’t Hek in de richting van een camera hoor zeggen “je moet het Boekenbal leven alsof het je laatste dag is”. Youp ziet er in zijn zalmroze streepjespak uit als een verlopen clown die hard toe is aan zijn laatste dag. Ik denk dat het Boekenbal niet om door te komen is, als je niet doet alsof het je Eerste is. Ik zie dat aan al die Overbekende Nederlanders die heel geroutineerd dat oude advies van Mulisch opvolgen: verzamel een hofhouding van een man/vrouw of zes om je heen, beweeg daarna niet meer. Anders loop je collega’s tegen het lijf, en dat is verschrikkelijk, al die schrijvers die je haat, veracht en bovendien waarschijnlijk nog nooit hebt gelezen. Er zijn ook jongere lui, die doen niet zo moeilijk. Ze zijn allemaal fan van elkaar en zeggen de hele tijd dat ze elkaars boek geweldig vinden en dat ze vast van plan zijn het binnenkort ook echt te lezen.

Ik loop langs al die clubjes, met twee glazen bier in mijn hand. Een om uit de drinken, en één om de indruk mee te wekken dat ik iemand een biertje moet brengen. Houd je blik op de horizon, daar waar het tapijt roder is, daar waar je altijd bekenden mag vermoeden.
Ik voel me hoe langer hoe ongemakkelijker. Ik begin aan het tweede biertje. Nu val ik door de mand, denk ik, maar hier kijkt niemand ergens van op. Het schijnbare gemak waarmee iedereen onalledaags loopt te zijn begint mij te beklemmen. Panache alom, met een vleugje obligate platvloersheid – er zijn veel cabaretiers, heel veel – en iedereen loopt langs Hans Keilson met een blik van “wat doet die halve dooie in die rolstoel hier? Die zou er anders met geen enkel deurbeleid in zijn gekomen.” Ik wil iets aardigs tegen hem zeggen, maar ik weet niets te verzinnen, ik heb zijn boek niet gelezen.
Gelukkig kom ik Ellen Heijmerickx tegen. We kennen elkaar van ‘vroeger’, van VPRO’s 1000 woorden. “Het is te tuttig voor woorden,” zegt ze, “maar mijn man en ik werken in dezelfde bloemenzaak.” Dat zij dit zegt ontspant mij zo dat ik haar wel wil omhelzen.
Ik kom ook nog een oud-leerling tegen. Ze is ‘met haar vader’ en ze is veruit de bekoorlijkste verschijning van het bal. Ze herkent mij, en herinnert mij eraan wat ik ben en misschien altijd blijf: een leraar – één die in DWDD is geweest (want dat had ze gezien), maar een leraar. Hierna gaat het iets beter met mij.

Het is 1:30. Ik heb vier blauwe munten over. Daar kan ik nog één keer twee bier voor kopen. Nee, ik houd ’t voor gezien. Dat Kader ook aftaait verleent mijn vertrek iets verschoonbaars. Wij hebben het allebei niet gemakkelijk, Kader en ik. Wij hijsen ons zwijgend in onze jassen. Er is niemand die ons helpt.

4 opmerkingen:

  1. Nou, ik ben tóch jaloers! En de bekoorlijke verschijning wordt #woordvandedag

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Je kan je volgend jaar in een galajurk hijsen, een leeg champagneglas mee van huis nemen, en dan tegen de portier zeggen dat je 'even een luchtje ging scheppen'. Zo doen ze het allemaal.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik wilde nog iets opbiechten naar aanleiding van je vorige blog..
    Ik heb gehuild bij de film 'Gooische Vrouwen' (het was nadat ik je blog hierover had gelezen, dus kon al tijdens het sniffen een analyse maken)er klonk een Frans liedje en de dochters zetten zich onverwacht in voor het redden van een boom.
    Ben ik nu af?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Nee je bent door naar de tweede ronde!

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010