maandag 14 maart 2011

Om te janken

Je hebt wel eens mensen die je een film aanbevelen door te zeggen “ik heb toch zooooo gehuild!” Ze zeggen het ook altijd op een manier alsof ze het een grote geestelijke prestatie vinden, huilen om een film, alsof het getuigt van een rijk en bloeiend gevoelsleven. Ik vind huilen om een film helemaal geen prestatie. Ik heb nog nooit echt gehuild om een film, dat vind ik trouwens evenmin een prestatie. Diep geraakt, dat ben ik heus wel eens, oeioei wat kan zo’n film soms hard binnenkomen. Geen kwaad woord over mijn gevoelsleven dus.

Ik zal het maar bekennen, ik heb onlangs zitten janken bij de slotscène van The King’s Speech, met Colin Firth, godbetert. Ik beet op mijn tong en schudde zowat in m’n stoel. Dat is niet best, janken om een meneer die wij thuis diep vanuit de keel “Mr Darcy” noemen, die een doorsnee oorlogstoespraak aflevert, en dat ook nog eens doet als een kleuter die zijn eerste spreekbeurt over konijnen hakkelt. Ik zal u zeggen, het was de schuld van Beethoven. Die filmboeven hadden onder de speech het Allegretto uit de Zevende Symfonie gezet. Als de koning zijn belastingformulier zou hebben voorgelezen zou het nog om te gillen zo ontroerend zijn geweest.

Zo zat ik dus te snotteren om een koning die zijn tekortkoming overwint, terwijl hij weet dat hij er nooit van verlost zal worden. Of was het om die lieve stotter-therapeut (Geoffrey Rush) die zijn eigen onbeduidendheid voor even wegvaagde door andermans woorden te dirigeren alsof het, ja, Beethoven was? Allemaal de schuld van Beethoven. Man, honderd woorden voor janken zat ik daar uit te vinden, en ik dacht: het is niet eerlijk. Ik kan nooit iets schrijven en daar dan voor de lezers Beethoven onder zetten, zodat de tranen hen over de wangen stromen.

Ik heb geloof ik nog nooit gehuild om een boek, maar wel vaak bijna. Ik denk dat het hier op aan komt, als je schrijft: dat je de mensen bijna aan het wenen krijgt. Veel schrijvers brengen zichzelf aan het wenen, en als je dan leest wat ze schrijven lach je je te barsten. Maar dat terzijde. Of het mij ooit zal lukken om de mensen aan het wenen te brengen? Ik ben bang dat ik tekort schiet. Ik heb muziek nodig. Muziek, anders wil het niet! Ach, ieder gebrek heeft zijn gek nodig, om het gebrek een gezicht te geven.

Woensdag zat ik bij La Bohème in Teatro La Fenice (dit schrijf ik op om een beetje mondain over te komen) en wederom moest ik huilen bij de dood van Mimi, of liever, bij de wanhoop van Rodolfo. Of nog preciezer: bij het cis-mineur akkoord, dat via E, fis en B7 belandt in een kwintvalsequens, enz... vroeger veronderstelde ik dat wanneer je muziek kundig aan scherven analyseerde er nooit meer om zou hoeven huilen, dat je als het ware controle kreeg over je jankorgaan. Maar als je ouder wordt leer je dat je eigenlijk nergens controle over hebt, en al helemaal niet over je organen.

Vannacht huilde ik in mijn slaap. Nee, niet echt, ik geloof dat ik het inhield, dat ik het wel graag wilde, maar toch inslikte. Ik weet niet of Beethoven eraan te pas kwam, en ook niet of ik een tekort overwon. Ik denk het niet. De hele nacht heb ik ‘toch zooooo niet gehuild.’ Toen ik wakker werd bleef de aandrang hangen, maar ik hield mij in, want mijn vrouw lag naast mij, en ik wil niemand tot last zijn.

Ja dat heb je wel eens. Nu ga ik mijn kop in de vissenkom steken om te kijken of de guppies nog een beetje gelukkig zijn.

2 opmerkingen:

  1. pinkt er een weg...
    dick

    BeantwoordenVerwijderen
  2. wat leuk, daar hadden wij het pas nog over. http://heldenreis.blogspot.com/2011/03/de-dood-van-jet.html
    ik moet altijd huilen van dat langzame deel uit de zevende ...

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010