vrijdag 18 april 2014

'The Big Five (en een gnoe)', column Trouw 16 april

Een meisje uit de derde klas stak in de pauze haar hoofd om de deur van de koffiekamer. ‘Zie je iets?’ vroeg een ander kind, dat zich schuilhield achter haar. Het meisje keek in de richting van de L-vormige doorzitbank waar alle gymleraren zitten, slaakte een fraai gilletje en riep: ‘Ik heb ze gezien! Ze zitten er allemaal. Ik heb de Big Five gespot!’

Dit is enige tijd geleden. Ik zat aan een tafeltje vlakbij, met de kunstsectie, een groepje warhoofden die om de haverklap weglopen om buiten te gaan roken. Ik vond het een mooie vondst, van die Big Five, alleen was ik bang dat wij kunstbroeders nog het meest zouden lijken op een paar suffende gnoes die de kudde kwijt waren.

Maar er is iets veranderd. Ik heb nieuw aanzien verworven bij de Big Five. Dat komt omdat ze in de gaten hebben gekregen dat ik aardig kan wielrennen. Afgelopen weekend reed ik samen met gymleraar Michiel een stuk in Limburg. Michiel is een kleerkast, zes jaar jonger en heeft longen als fietstassen. Hij wist dat ik fietste– misschien omdat ik het in de krant had geschreven – en wilde wel een tochtje maken. De keus viel op de 120 kilometer lange Hel van het Mergelland, een klassieker waarvan alleen de naam je al doet beven. 

Het ging goed, ik kon hem bijhouden en op de klimmetjes zelfs gemakkelijk wegrijden. Met hernieuwd zelfvertrouwen werp ik mij sindsdien in de pauze op de L-vormige doorzitbank, midden tussen de Big Five. Een gnoe tussen de roofdieren. Ik vraag zelfs doodkalm wie van hen er koffie haalt vandaag.

Vanzelf gaat dit allemaal niet. Honderdtachtig uur heb ik het afgelopen jaar op die racefiets gezeten. Honderdtachtig! Ik geloof dat dit meer is dan de door het ministerie vastgestelde studielast voor mijn vak in de examenklas. Had ik honderdtachtig uren gestoken in klavecimbel leren spelen, dan had ik deze week de Mattheus op tien plaatsen kunnen spelen. Echter, de Mattheus, daar scoor je bij de Big Five geen punten mee. Ben je daarentegen op de Loorberg anderhalve minuut eerder boven dan een gymleraar, dan wordt je naam eerbiedig gefluisterd.

Of ik de druk aankan zal moeten blijken. Er wordt mij weinig rust gegund. Zelfs als ik ‘s morgens naar mijn werk fiets word ik beproefd. Gisterochtend trapte Geert van aardrijkskunde mij met een noodgang voorbij. ‘Goedemorgen Gerwin!’ riep hij triomfantelijk. Ik keek nog een kilometer lang naar zijn achterwerk, en Geert kon bij de koffie vertellen dat hij Van der Werf voorbij was gefietst.

Ik maak mij dus geen illusies, geniet van het succes zolang het duurt. Voor dat meisje uit de derde blijft de Big Five de Big Five, en ben ik hooguit een krasse knar in lycra.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010