vrijdag 28 maart 2014

Marokkanen (column Trouw 26 maart)

Ik moest het de dag na de verkiezingen over Wilders hebben in de klas, dat kon niet anders. Er was al veel over gezegd, maar nog niet door mij, en het voelde alsof ik de school vertegenwoordigde in deze kwestie. Afgelopen donderdag kon je sowieso met niemand een gesprek voeren zonder eerst Gekke Geert ter sprake te brengen, alsof je samen even de vuilnis aan de straat moest zetten alvorens aan de slag te kunnen.

Zodoende had Wilders niet alleen de vierkiezingsavond gegijzeld, maar ook de dag erna. De manier waarop het gebeurde was herkenbaar. Soms heb ik het net doodstil in de klas - zo’n verwachtingsvolle stilte, het begin van alles – en dan roept een knul ineens keihard ‘gadverdamme, Sjon heeft een bout gelaten!’
Daar moet je dan wat mee, met die bout, je moet er iets over zeggen, liefst iets grappigs, dan moet-ie verwaaien, en pas daarna kan je weer verder met de les.

In een brugklas zonder één enkele Marokkaan vroeg ik slapjes: ‘Meneer Wilders wil minder Marokkanen. Wat vinden jullie daar nu van?’ ‘Pff. Discriminááátie’ zei een jochie. Ik vond het een beetje plichtmatig klinken, alsof zijn vader dit bij het ontbijt vanachter de iPad precies zo had gezegd. Ritsen van etuis werden doelloos heen en weer geschoven. ‘Gaan we nu Muziek doen?’ hoorde ik ze denken.

Het tweede uur, een nieuwe poging, een vierde klas die een directere aanpak wel aankon. ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ vroeg ik. Eerst werd het stil. Toen begon een groepje jongens ‘Meer, meer, meer!’ te scanderen. We lachten met zijn allen, daarna had ik de grootste moeite nog een fatsoenlijke les te geven.

Het vierde uur. Tweede klas. De demagoog in mij was inmiddels wakker geschud.
‘Hé! Willen jullie meer of minder huiswerk?’
‘Minder!’
‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’
Stilte. Maar dan van het soort waar je echt iets mee moet. Laat je ‘m glippen, dan ben je zulke stiltes niet waard.
‘Zie je wat er gebeurt?’ zei ik. ‘Laat je nooit een antwoord in de mond leggen. Bedenk eerst waar die vragensteller eigenlijk op uit is, en of die vragensteller wel echt iets van jou wil weten...’
Zo orakelde ik wat voor mij uit, maar het voelde alsof ik uit het verkeerde lesboekje stond te doceren. Zij hadden toch niet staan roepen in Den Haag?
‘Wilders is vroeger heel erg gepest op school,’ zei een jongen. ‘Wist u dat?’

Het vijfde uur zou ik gewoon zeggen waar het op stond, zonder omtrekkende bewegingen. Ik ging er voor staan, maar de leerlingen denderden binnen, ze pakten de muziekinstrumenten en begonnen meteen te oefenen. Iemand vroeg: ‘Vandaag is het voor een cijfer hè meneer?’


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010