In mijn krant las ik dat Robben in een interview had gezegd:
‘Zaterdag is een wedstrijd om des keizers baard’.
Dat klopte niet, althans, natuurlijk is die wedstrijd zaterdag
tegen Brazilië om des keizers baard, alleen zo had Robben het niet
gezegd. Ik had het live op televisie gezien. Direct na de wedstrijd werd hij
geïnterviewd en zijn woorden waren: ‘het is een wedstrijd om de keizer des
baards’. De keizer des baards, dat zei hij.
Voor de camera praten coaches, voetballers, wielrenners en
ander sportvolk wel eens een beetje raar. Ze maken zinnen niet af, hakkelen een
paar clichés aan elkaar, raken steeds de draad kwijt, roepen willekeurig wat
woorden die ze te binnen schieten, en zijn niet te volgen. Meestal valt het
nauwelijks op. De getekende koppen, strenge blikken, lege ogen, de tranen, de rochels, het
hoge ademen, dit alles eist onze aandacht op.
Het zijn ook maar woorden, denk ik dan. Soms lees ik een
roman, en dan denk ik hetzelfde. Maar nooit met dezelfde diepe behoefte te
vergeven als bij het live-interview na een sportwedstrijd.
Het verslag in de krant, waarin de woorden altijd netjes in
de juiste volgorde worden gezet, is zoals ik het zie, meer dan een vorm van hygiene. Het is ook een vorm van
vergeving. Onze jongens hebben een paar penalty’s gemist, en een handvol
kansjes, maar wij vinden het niet erg. Omdat het raar is om in de krant te
schrijven dat wij het niet erg vinden, alleen maar jammer - en dan vooral
voor Robben zelf - daarom schrijven we zijn verhaspelde woorden correct op, en
praten we er verder niet meer over. Precies zoals ik het haar van mijn zoontje snel
even goed leg als hij met een windkapsel en een warrige blik thuis komt en
onsamenhangend, bijna huilend, vertelt dat hij een vier voor Frans heeft
gehaald.
Het terloops corrigeren van woorden of een haardracht, dat is een
vorm van barmhartigheid die mij goed bevalt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten