vrijdag 21 november 2014

Een klap van het schoolbord (column Trouw 19 nov)

Nog nooit heb ik een hardere hengst voor mijn harses gehad dan deze week van mijn schoolbord. In mijn studententijd ben ik eens stevig op mijn gezicht getimmerd door een slechtgehumeurde Utrechtse orgeldraaier, maar dat was een lachertje vergeleken met deze dreun.

Als ik warrig overkom, dan komt dat nog van die klap, ik praat al een paar dagen onsamenhangend, ik ben misselijk en duizelig. Misschien had ik thuis moeten blijven, maar ja, dat doe je niet zo snel, dan moet je nog vroeger opstaan dan normaal om de telefoonboom in werking te stellen. Ik fiets liever met een houten kop naar school dan dat ik om zeven uur ’s ochtends een Katwijkse jongen uit bed bel om te zeggen dat hij nog even in bed kan blijven liggen.

Hopla, daar ga ik alweer, ik dwaal af, dat schoolbord dus. Misschien is het leuk om te weten dat ik de enige docent ben die nog een ouderwets krijtbord heeft. Overal in de school hangen inmiddels beamers en whiteboards waar je op schrijft met van die stinkstiften die slappe punten hebben en die te weinig weerstand krijgen van dat gladde witte rotbord. Of nog erger: digitale pennen, dat is alsof je met een ballpoint op een dooie vis moet schrijven. Het werkt gewoon niet, het meest trefzekere handschrift houdt geen stand. Maar ik heb een mooi groen schoolbord op wieltjes, omdat er aan de muur geen plek is, en omdat er notenbalken op getrokken zijn. Alleen al vanwege zo’n schoolbord met notenbalken en zo’n fijn stroef krijtje is mijn vak heerlijk. Je moet er alleen niet tegenaan lopen.

Laat me eindelijk vertellen wat er gebeurd is. Ik had mijn les prima voorbereid, alle leerlingen waren stil. Ze kregen een nieuw schriftje van mij, hartstikke leuk en old school vinden ze dat, net als dat schoolbord. Ik had schriftjes in wel tien verschillende kleuren. ‘Jongens,’ zei ik. ‘Ik ga mijn vingers niet branden aan wie ik welke kleur geef, dus regel dat lekker zelf, ik gooi die schriften hier op een stapel, ik loop weg, en als ik terugkom zitten jullie weer netjes aan je tafel, met een schriftje voor je neus waar je naam op staat.’ Ze hadden er zin in, ze stonden in de startblokken en ik ook. Ik gooi die schriften op de piano, draai me om en ren in volle vaart tegen mijn schoolbord.

Er was niemand die hardop lachte.


Twee dagen later zei iemand tegen me dat hij het nooit zou kunnen, lesgeven, dat hij het nooit zou volhouden op een school, en dat hij niet kon begrijpen hoe ik het volhield. Ik voelde aan mijn wang, net onder mijn oog, en zei dat ik het ook niet begreep.

1 opmerking:

  1. Echt sorry, ik schoot in de lach, maar oh wat een pech! Overkomt je vast nooit weer....

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010