vrijdag 22 mei 2015

De ondergang van de Kuifleeuwerik (column Trouw 20 mei)


Ik zit weer op mijn vertrouwde plek, u weet wel, op de stoel in het voetbaldoeltje achterin de stampvolle sporthal. Het is als vanouds, surveilleren na vier uren lesgeven maakt me slaperig, ik neem een slok koffie, de koffie maakt me misselijk. 

Ik staar afwezig naar twee badmintonhoedjes, die misschien al tien jaar vastzitten in het schrootjesplafond, hoog boven ons. Daardoor heb ik de eerste vingers over het hoofd gezien, de vingers die om meer papier smeken. Een andere surveillant die veel verder weg zit is in mijn wijk komen klussen. 

Ik laat dit niet op mij zitten, kom overeind en loop gewichtig rond met een stapel blanco papier-met-lijntjes. Dat is verkeerd want ze doen wiskunde en hebben ruitjespapier nodig. Ik pak een stapel ruitjespapier, en begin gedienstig papier uit te delen aan de kandidaten. Hemel, wat zijn het er veel. Als alle vingers zijn gaan liggen ga ik zitten en bekijk het examen wiskunde. De eerste vraag gaat over de dramatische afname van het aantal kuifleeuweriken. Het is een lang en treurig verhaal dat maakt dat ik aan het mijmeren sla over het lot van die arme kuifleeuwerik. De opgaven zelf, ik ben niet eens meer in staat die te lezen.

Ze hebben alweer papier nodig, meer papier, de vingers schieten links en rechts van mij omhoog. Kennelijk laten zij zich niet van de wijs brengen door kuifleeuweriken of wat dan ook, ze hebben onnoemlijk veel te schrijven. Ik deel meer papier uit, een paar leerlingen uit mijn eigen klas lachen vriendelijk naar me. Rick knipoogt en steekt zijn duim op, alsof hij mij moet geruststellen in plaats van ik hem. Dit vind ik mooi aan het eindexamen: het schept een nieuw en prachtig bondgenootschap. De leraar heeft voor één keer de vragen niet bedacht, ze komen van een boosaardige Hoge Macht aan welke leerling en leraar samen onderworpen zijn.

Het kan niemand ontgaan zijn, in alle kranten is het centraal examen de afgelopen week ten grave gedragen: het is een hopeloos ouderwetse vorm van teaching to the test, het maakt van de school een fabriek waar eenheidsworsten worden gedraaid, het doet geen recht aan zes jaar leren, is een motie van wantrouwen aan scholen en docenten, en geeft nodeloos veel stress.

Het is allemaal waar, en ik hoop ook dat ik het nog ga meemaken, de afschaffing van het centraal examen. Maar zolang het er nog is zal ik er van genieten. Papier brengen. Luisteren naar de stilte. Het zonlicht door de lange oranje gordijnen zien sluipen.

‘Hoe ging het?’ vraag ik na afloop aan Rick. ‘Ik vond het wel te doen,’ zegt hij. ‘Wat knap,’ zeg ik. ‘Die kuifleeuweriken nekten me.’



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010