donderdag 17 januari 2013

Vangrail-kinderen (Column Trouw 16 jan)


Mijn dochter Emma zit in groep vijf. Ze klaagt dat zij van de juf tussen Natasja en Dirk in moet zitten, omdat die altijd klieren. Dirk kan ook verplaatst worden, maar dan zit-ie weer bij Mick, en dat is nog erger. Daar moet ook iemand tussen. Emma heeft inmiddels donders goed in de gaten dat ze als een kamerscherm wordt ingezet, een vangrail tussen twee rijbanen. De juf is blij met Emma. Dit zei ze in het oudergesprek. Als Emma er niet was zouden Dirk en Natasja helemaal niets meer doen behalve ruziemaken. Dat zei ze niet in het gesprek.

Ik herken deze stoelendans natuurlijk meteen. Op de middelbare school kennen we de ‘klassenplattegrond.’ Dat is zo’n velletje met drie rijtjes schoolbanken, waar de docent de namen in plaatst. Hemel, wat een klus dat kan zijn. Hele docentenvergaderingen kunnen eraan besteed worden. Stelt u zich voor: Vijftien bondscoaches die de opstelling bepalen.

Harco moet vooraan, want die ziet slecht, dan moet ADHD’er Ties rechtsvoor, maar niet naast Noah (Asperger), die schuiven we door naar het midden, maar niet in de buurt van de meisjes die altijd elkaars haar gaan kammen of nagels lakken als ze naast elkaar zitten, die moeten dus sowieso uit elkaar gehaald worden, en dan heb je nog Wiebe, die gaat dan linksvoor. O nee, daar zat Harco. Die moet dan maar sterkere brillenglazen kopen. Gelukkig hebben we Roos, Willem en Sjeng. Die kan je overal tussen zetten.

De beste oplossing: naast iedere jongen een meisje. Jongens praten niet met meisjes, tot de derde klas. De derde klas is het moeilijkst, in de derde zijn de jongens al bijna net zo groot als de meiden, en gaan ze bij elkaar op schoot zitten.

Meestal maakt de mentor de klassenplattegrond, en als-ie ‘niet werkt’, moet de mentor zijn werk opnieuw doen. Eigenlijk is het als het vullen van het Stratego-bord voor het spel begint. Daarbij is de vraag ook altijd waar je je bommen op het bord zet. Het is nooit goed, en als alles eindelijk staat kan niks meer bewegen.

Nu ik het probleem dankzij mijn dochter een keer – zoals dat in jargon heet -  ‘van de achterkant’ bekijk, maakt het me nog strijdlustiger. Om de werksfeer in overvolle en soms heel lastige klassen goed te houden moet kennelijk tussen ieder stuk vuurwerk een emmer water staan. Ikzelf werk zelden met plattegronden, maar moet toegeven: ook ik besteed teveel tijd aan lawaaipapegaaien. Immers, als je hen in je zak hebt, heb je de hele klas. Maar tegen weke prijs?  

Vanaf vandaag zal ik de beschermheilige van de stille, harde werker zijn. Van hen die gebruikt worden als zandzakken, stootwillen, geluidswallen. Leve de vangrail-kinderen!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010