vrijdag 8 februari 2013

Open Dag


Mijn zoon zit in groep acht. Hij is de afgelopen weken bij vijf middelbare scholen op de Open Dag geweest. Hij vond het overal leuk. Soms word ik doodmoe van het woord leuk.

Voor leraren is de Open Dag ook heel leuk. Al die blije gezichtjes! En hoe ruimhartig iedereen je het voordeel van de twijfel gunt! Mijn meest rampzalige Open Dag was die in het jaar van de verbouwing. Ik moest mijn rattenvangers-act doen in een ontruimd lokaal, met een drumstel, een gitaar en twee bruggers die daar op konden spelen. De oranje vloerbedekking krulde omhoog bij de naden. Achter de verwarming zaten nog verfrommelde pakjes Fristi. De ruimte ademde verval. Ik stelde daar leuke stamp- en klapoefeningen met de aanwezige groep-achters tegenover. De ouders zaten in de vensterbank toe te kijken. Halverwege de show rolde de luxaflex spontaan af, hij landde in de nek van een vader. De vader keek mij eerder teleurgesteld dan geschrokken aan. Een paar moeders gilden. Dat jaar hadden wij minder aanmeldingen dan normaal. Daar werd druk over gespeculeerd, en ik zweeg in alle talen.

Dit jaar mocht ik dus de concurrerende scholen eens bekijken op hĂșn Open Dag. Ik inspecteerde de verwarmingen op kauwgom en de toiletdeuren op schunnige teksten en tekeningen van piemels. Voor mijn zoon betekende het gewoon vijf dagen gratis entertainment. Hij heeft nu vijf rugzakjes met viltstiften, opschrijfboekjes, liniaaltjes en glossy folders, en niet meer dan een vaag idee over waar hij volgend jaar naartoe wil. 

De vijf schoolgebouwen zijn allemaal oud, staan bijna allemaal in dezelfde straat, ze zijn katholiek, protestant-christelijk of openbaar, en zien eruit alsof ze van geen ontzuiling weten. Maar een keuze is allang niet meer vanzelfsprekend. Scholen moeten knokken voor iedere leerling. Dus hebben ze mooie logo’s, catchy slogans, kunstklassen, sportklassen, scienceklassen, topklassen, Spaans, Chinees, en wat al niet om zich te onderscheiden. Meestal gaat het bij die extra programma’s om een uurtje tekenen, sporten, proefjes doen, of een taal leren. Een uurtje in de week. Het moet wel leuk blijven. Leuk, inderdaad. En betaalbaar. Je kan er werkelijk niks op tegen hebben, en iedereen doet geweldig zijn best. Maar onderscheidend zijn de scholen er nauwelijks mee. Na een jaar of tien experimenteren en innoveren doet iedereen uiteindelijk weer zo’n beetje hetzelfde. 

Innovatieve visies op onderwijs zie je veel minder. Er is een school met een iPad-klas gesignaleerd, maar mijn zoon wil niet naar de school met de iPad, hij vond het gebouw oud en de wc’s vies. Hij kijkt naar wat zijn vriendjes doen, en zij naar hem. Alles schuift nog. Alle scholen lopen spitsroeden. Een luxaflex die naar beneden lazert kan zomaar het verschil maken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010