vrijdag 15 februari 2013

Hotcha! Jazz!


De school is veranderd in een Theater. Nee, ik heb het niet over knullig stukje schooltoneel in een meurend gymzaaltje waar een paar klapstoelen en een rek met lampen zijn neergezet. Ik zei: Theater,  en dan bedoel ik dat ook. Ik praat over zes tracks met honderd theaterlampen, een groot toneel, apart muziekpodium. Driehonderd zitplaatsen. Vijf avonden uitverkocht. Een cast van dertig leerlingen en een evenzo groot orkest spelen de musical Chicago: ‘een  verhaal over moord, hebzucht, corruptie, overspel, kortom, over al die dingen die ons zo dierbaar zijn.’ Het stuk speelt in een vrouwengevangenis. Er loopt derhalve een twintigtal pikant geklede moordenaressen over het toneel. De jongste is dertien. Het klinkt als een avondje ongemakkelijk op je stoel draaien en doen alsof je niet kijkt. Maar niets van dat alles. Het is ontroerend. En het is een heerlijke show.

Een collega Nederlands vertelde mij in de pauze van de voorstelling nogal aangedaan dat de hoofdrolspeelster Roxie bij haar in de les een dweil is. Ze was verbijsterd. Ik ook, want ik kende het meisje alleen van de repetities, waarbij ze alles prachtig zong, en uit het hoofd, anderen coachte, en uiterst geconcentreerd was. Het tegendeel van wat wij op school een dweil plegen te noemen. Vaak zien wij maar één kant van onze leerlingen, soms nog minder, en over die helft klagen we steen en been in dodelijk voorspelbare rapportvergaderingen.

Vandaar dat ik denk alle leraren komen kijken naar de musical, want zo’n prachtige kans om zicht te krijgen op het talent en het doorzettingsvermogen van die ‘dweilen’ laat je toch niet schieten? Het ene kind zingt zo zuiver en gemakkelijk dat de tranen in je ogen schieten, ze wordt uitgelicht met een volgspot die bediend wordt door een ander kind. Weer een ander heeft driehonderd gaatjes geboord in een stuk triplex, daar driehonderd kerstlampjes in gepeuterd, de boel opgehangen aan een track en tijdens het nummer het licht aangezet: ROXIE staat er in lichtpuntjes geschreven. 

Het jongste orkestlid is een tromboniste van dertien. De laagste noot op het instrument kan ze niet goed spelen omdat haar arm te kort is. De bassist uit 5 vwo heb ik net zoveel foute noten horen spelen als woorden spreken: niet één. De meest opmerkelijke verschijning in het orkest is de vibrafonist. Hij speelt eigenlijk trompet, maar kreeg een maand geleden een klaplong. Hij mag gelukkig meedoen met de slagwerkers en noemt zich nu Verecund, the Voracious Vindicator of the Vibraphone.

Het is nog steeds een school - er zijn bijvoorbeeld lessen, rapportvergaderingen, proefwerkinhaaluren - maar al die dingen zijn nulliteiten. Deze week draait alles om de musical. 
Hotcha. Whoopee. Jazz!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010