zaterdag 20 juni 2015

Wij zijn saai (column Trouw 17 juni)

Het was warm. In de koffiekamer probeerde ik het folie van een bekertje halfvolle melk te pulken. 
Ondertussen las ik in de krant dat VVD-kamerlid Duisenberg vond dat meer dan de helft van de leraren saai en totaal niet inspirerend zijn. Ik zette de melk neer en keek om mij heen of er nog iets anders te drinken was, iets minder saais. Een wodka-martini of zo. Naast mij stond een collega een theezakje op en neer te bewegen in heet water.

‘We zijn saai,’ zei ik. ‘Het staat in de krant.’

De collega haalde het theezakje omhoog, liet het even uitdruppen en kneep het voorzichtig uit boven zijn bekertje. Ik zag donkere plekken onder zijn oksels. Ik dacht: misschien heeft die Duisenberg wel een punt. Ik liep ruim voor de bel terug naar mijn lokaal terwijl ik nadacht of mijn volgende les niet te saai zou zijn. 

Zo tegen het einde van het schooljaar wordt een les een tijdseenheid die alleen tot doel lijkt te hebben de naderende vakantie mooi uit te lichten. Alle leerlingen zijn door het fraaie weer veranderd in recreanten, en ik moet doen alsof er belangrijker dingen zijn dan warmte en zon op je gezicht. En die zijn er natuurlijk niet.

Een eerste groepje meisjes kwam de klas binnen
‘Warrum hier! Pffff.’
Opzichtig gewapper met de handen.
‘Meneer, gaan we wat leuks doen?’
‘Ja, niet iets supersaais hè?’
Ik wist niets te zeggen. Ik wenste dat het VVD-kamerlid Duisenberg er was om mij iets inspirerends in te fluisteren. Een tweede groepje meisjes:
‘Jemig, ik stik zowat!’
‘Mogen wij onze waterflesjes vullen meneer?’ 
Ik zei dat het mocht, als ze snel waren.
De jongens kwamen binnen, met zo’n cool loopje, allemaal tegelijk, bezweet, want ze hadden voor de les nog even gevoetbald of elkaar geslagen met hun tassen.
‘Zooo, wat meurt het hier! Zullen we naar buiten meneer?’
‘Jaaaa, buiten les meneer.’
Ik stond vurig te hopen op regen.

Vroeger durfde ik gemakkelijker zo’n buitenles aan. Gitaartje mee, beetje zingen. Experimentele slagwerkstukken maken met takken, sleutels, blikjes, lantaarnpalen. Nu had er niet zo’n zin in. Ik moest nog proefwerkstof uitleggen. En ik wil collega’s niet tot last zijn, enz. enz.


In tijden van saaiheid klamp ik mij vast aan successen uit het verleden. Ik kreeg ooit een cadeautje van een meisje uit de zesde, een strandhanddoek met daarop de tekst geborduurd ‘Gerwin, great inspirator’. Lief en ontroerend, al durf ik me er zelfs binnenshuis niet mee af te drogen. Maar soms kijk ik er even naar, op zo’n dag als vandaag. Want je kan zeggen wat je wilt, maar ík heb zo’n handdoek, en kamerlid Duisenberg van de VVD niet. Zo, nou hij weer.

1 opmerking:

  1. Prachtig. Uw weergaven van de werkelijkheid lees ik met veel plezier. Deze zouden docenten met meer zelfbewustzijn moeten voeden. Ik probeer er bij aan te knopen in mn laatste blog:
    ( https://www.linkedin.com/pulse/oma-hier-wel-wifi-bert-westerink?trk=mp-author-card )
    Veel succes!

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010