donderdag 19 augustus 2010

100 woorden voor schaamte (5): Werk

Hij valt erg vroeg dit jaar, de week waarin iedereen elkaar vraagt naar Het Werk. “Zo, weer aan Het Werk?” Heerlijke vraag. Dient op montere toon gesteld te worden. De verwenste eerste-week-na-de-vakantie loopt een stuk minder roestig door de kleine conversatie die volgt op deze vraag. Hoe prettig de vakantietijd ook was, men heeft zijn bestemming weer gevonden. Moeiteloos acteren wij dat wij dat prima vinden, het werk is immers ‘leuk’ en ‘uitdagend’, maar wij lijden in stilte, en wij weten dat van elkaar. Als dat geen innige band schept!

Het probleem is dat ik vrijwel ieder jaar als die week is aangebroken (dat is: als de basisscholen weer zijn begonnen) zelf nog een week vakantie heb, zoals de meeste leraren op de middelbare scholen. Ik moet dus antwoorden “nee, nog niet”, en daarmee verbreek ik het stille verbond. Ik geneer mij, want ik ben overduidelijk een klaploper. Mijn gesprekspartners schudden hun hoofden. Minachting is mijn deel. Moet ik zeggen dat ik schrijf deze week? Als het meezit wel vijf pagina’s op een dag? Liever bijt ik mijn tong af. Dat is geen werk, dat weet zelfs de Dikke van Dale: “geregelde arbeid (m.n. als bron van inkomsten)” Over schrijven als geregelde arbeid begin ik niet. Ik oogst liever minachting dan medelijden. Voor je het weet gaan ze namelijk verder vragen, en dan weet ik zeker dat de inkomsten uit mijn boek ter sprake zullen komen. Ik mag blij zijn dat ik nog echt werk heb. Niet vanwege de geregelde arbeid of de inkomsten, maar om het te kunnen zeggen.

De Dikke houdt van het woord ‘werk’. Zestien betekenissen weet Van Dale uit die vier letters te peuren. De mooiste is natuurlijk die van ‘muzikale compositie’, want wij weten dat niet ieder muzikaal niemendalletje een ‘werk’ genoemd mag worden. Karrenvrachten artiesten zijn bij voorbaat afgeschreven als het gaat om ooit in aanmerking te komen voor het componeren van een werk, een opus. Zulke eenvoudige dingen zijn mij tot grote troost. Maar dit terzijde. Na ‘werk’ komt de Dikke met zeven pagina’s woorden op de proppen die met ‘werk’ beginnen. Zeven pagina’s! Werkafspraak, werkbeest, werkcollege werkdag, werkeiland, werkforens, werkgeheugen, werkhanden, werkindeling, werkjaar, werkkamp, werklunch... het is van een grote schoonheid, ware het niet dat je er hondsmoe van wordt. Gesloopt ben je, als je die zeven pagina’s werk hebt doorgeploegd.

Vlak voor ‘werk’ staat ‘werf’ in de Dikke. Het enige woord tussen werf en werk is ‘wering’. Normaal gesproken houd ik niet er niet van toevalligheden naar de hand te zetten, maar sta mij toe aan deze toevalligheid een diepe betekenis toe te kennen.

Onlangs kocht ik het boekje “Woordsoep, vrolijk dwalen in de Dikke van Dale” van Erik Nieuwenhuis. Een aanrader voor iedereen die van taal houdt, maar die taal soms ook kan haten. Kortom, voor iedereen die door taal niet onberoerd wordt gelaten.

4 opmerkingen:

  1. In mijn Dikke Digitale (1.0)staat 'werfvolk' direct voor werk. Er zijn veel tot de verbeelding sprekende woorden die beginnen met werf. 'Werfhond' bijvoorbeeld, 'werfpremie', werfgeld en 'werftrom' (Gerwin roert de werftrom). De Gerwinfanclub in oprichting heeft www.werfvolk.nl al laten registreren.Dat werf en wervel aan elkaar verwant zijn, wist ik niet. Maar het biedt zeker mogelijkheden.

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010