vrijdag 4 februari 2011

Blue Stilton met Port

Eigenaren van kaaswinkels zijn geen vrolijke mensen. De eigenaren van kaaswinkels die ik ken tenminste niet. Ze zien er onverzorgd uit, op het onfrisse af, je zou bijna zeggen schimmelig. Ze ogen doodbedroefd. Misschien doen ze soms vrolijk, maar dat opgeruimde gedrag benadrukt hun natuurlijke staat alleen maar. Ik noem ze kaasboeren, zoals iedereen volgens mij, ook al boeren ze helemaal niet. Ze zoeken ook nooit een vrouw heb ik de indruk. Ze leven in hun eigen stinkende hel, daar willen ze verder niemand bij hebben. Dat is ook beter zo.

Kaasboeren lijken ook altijd op hun kazen. Zo heb ik een kaasboer gehad met een gezicht van zachte geitenkaas, en één die deed denken aan een overjarige Friese nagelkaas. Die zijn allang dood, of nog erger, bankroet. Mijn kaasboer uit de Herenstraat is jaren geleden in zijn winkel overleden aan een hartverlamming, omdat hij niet terug had van honderd gulden. Het laatste wat hij rook moet een halve gorgonzola zijn geweest die hij in zijn val had meegesleurd.

Mijn huidige kaasboer lijkt op de grote Blue Stilton kaas die bovenop zijn koelvitrine staat. In de Blue Stilton staat een omgekeerde fles port, die er tergend langzaam in leegloopt. Ik vermoed dat de kaasboer ook wel eens een fles van het een of ander in die stand aan zijn mond heeft gehad, maar dat is niet de reden dat ik hem op die kaas vind lijken. Hij oogt vermoeid, bleek, zijn gelaat is bezweet en bedekt met blauwe adertjes. Het is iemand waar je iets te drinken bij moet hebben zeg maar. “Kan ik u anders nog ergens mee helpen” zegt mijn kaasboer altijd als hij mijn pondje laf belegen heeft afgewogen. Ik zou niet weten waarmee de goede man mij verder zou kunnen helpen. Zouden er klanten zijn die hij achter in het kaasmagazijn heimelijk ergens mee helpt? In de buurt beweren boze tongen dat de man helemaal geen kaas lust.

Voordat u denkt: dit is wel weer een erg futloos stukje Van der Werf, het prikkertje met Hollands vlaggetje ontbreekt er nog aan, voordat u dat denkt dus, weet dan dat ik iets heel anders wilde schrijven. Ik wilde eigenlijk zeggen, denk ik, dat er veel beroepen zijn die ik niet zou willen uitoefenen. Verreweg de meeste, om eerlijk te zijn. Ik zou het al geen dag uithouden in zo’n naar bederf geurende kaaskeet. Nog afgezien van de administratieve rompslomp die het geeft, zo’n winkel, en al dat gesjouw! Kapper, conducteur, lokettist (bestaan die nog, of heten die online resale managers?) financieel analist, head logistics, en al die vage beroepen die men nooit precies uitgelegd krijgt, ik ga nog liever dood. Tegelijk weet ik dat die hele parade absoluut geen trek zouden hebben in mijn betrekking als leraar. De kaasboer zou het niet overleven. U ook niet. Na het pretpark van de duivel is het eerstvolgende begrip waar het woord ‘Hel’ geschikt voor werd bevonden, inderdaad, een schoolklas.

Zo leven de kaasboer en ik beide in onze hoogstpersoonlijke, zorgvuldig naar eigen beeld en gelijkenis opgetrokken Hel. Daar verrichten wij een overzichtelijke hoeveelheid taken die wij nuttig en relevant noemen, omdat wij anders niet kunnen overleven. Werk leent zich er domweg niet voor aserieus genomen te worden. Kaas al helemaal niet, net als kinderen moet je schimmels goed in de gaten houden.

Soms, na een lange vakantie bijvoorbeeld, kan ik mijn hel echt missen. Mijn kaasboer gaat nooit met vakantie, zoals het een echte boer betaamt. Want hij houdt misschien niet van kaas, de Blue Stilton met port staat hem gewoon erg goed.

5 opmerkingen:

  1. Jan Vantoortelboom4 februari 2011 om 06:55

    Gerwin,

    Verlichtend stukje. Een vonk van herkenning sloot kort in mijn romig brein.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank voor deze opbeurende woorden!
    Koos

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Altijd zonde zo'n fles Port in een Stilton. Zonde van beide de kaas en de wijn. Apart zijn ze veel beter. Zeker met die kaas in een aardappel puree (stilton mash, can't beat it) met een goeie Stew of Boeuf Bourgignon erbij.

    Mooi stukje Ger. Vooral het idee dat je schimmels net als kinderen goed in de gaten moet houden kan ik als student moleculaire biologie beamen. Als je even niet op let zit alles onder de schimmels.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Mooi geschreven !
    Het is misschien handig voor de kaasboer (en voor ons allemaal) dat je niet gevangen blijft in je rol in het ‘teatro del mundo’ dat het leven is. Want dan vergeet je het toneelstuk te spelen, en dat is natuurlijk zonde!

    Elvira

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Zeer bitter stukje flut-tekst als u mij vraagt! Onze kaasman is geen boer en zeker vriendelijker dan de gemiddelde leerraar. Zijn olijke wangentjes veraden een ingebakken persoonlijkheid waar menigeen jaloers op zou moeten zijn. Hij is klant gericht super goedkoop en tegelijkertijd heeft hij een arsortiment die ik zelfs in de grote stenden en markten niet tegekom. Hij is trots op zijn werk en terecht!! Als ik daar iets koop neem ik altijd te veel mee,maar heb er nooit spijt van. MAN wat is kaas een mooi product en wat wordt het in ons kleinde dorp nabij gouda leuk aan de man gebracht.
    Schrijver van dit bericht maak wat van uw leven want het klinkt allemaal als een bedorven aardappel. Bah.
    Nee leerraar dat is inderdaat niets! Vergelijk het niet met werkende mensen aub.







    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010