maandag 9 mei 2011

Papa dans le métro

Wij bevinden ons in de metro ergens tussen Stalingrad en Pigalle. Mijn kinderen moeten lachen om die namen, vooral omdat de ‘mevrouwenstem ze zo raar uitspreekt.’ Ik zeg dat het niet raar is, maar Frans. Jaurès, Stalingrad, La Chapelle, lijn 10, ach, mij brengen die namen altijd in verrukking. Namen van metrostations hebben een zekere magie die uitzonderlijke bovengrondse schoonheden en meeslepende verhalen doen vermoeden. Aan het vermoeden heb ik genoeg. Boven is het lawaaierig. Dessous is het stil.

De metro is goed vol. We staan als Gauloises in een pakje en niemand vindt dat erg. Er staat een flikflooiend stelletje naast mij. Ze zijn vijftien jaar jonger maar even groot als ik, hun gezichten zijn zo dichtbij het mijne dat het lijkt alsof ik ook een beetje bij het gevrij hoor. Hij kust haar lippen, kort, zij drukt haar voorhoofd tegen het zijne en duwt zijn lippen zo op subtiele wijze weg. Ik zie het allemaal in close-up. Verderop zingt een donkere man over zijn vaderland: ‘Tunésie, Africaaa, Tunésie’, als een mantra. Nu beginnen mijn kinderen om hém te lachen, en ik snauw ze toe dat het onfatsoenlijk is een meneer in de metro uit te lachen. Het is prettig dat je die dingen in een Parijse metro gewoon kan zeggen. In een Hollandse tram zijn de rapen gaar als je zo begint. Het meisje heeft een mooi gezicht, ach zoals ze haar ogen neerslaat als haar vriend aan haar oor knabbelt! Ze ondergaat het allemaal zo gelaten, ik denk dat ze het helemaal niet erg vindt als ik ook even een kusje kom stelen, ik ben toch in de buurt zeg maar, vreselijk in de buurt.

De zwarte man vertelt over zijn gitaar, die is hij kwijt en dat doet hem pijn. Hij zal altijd blijven zoeken, zegt hij. Dan gaat hij weer verder met zijn ‘Tunésie’-lied, hij speelt er heel vaardig luchtgitaar bij, hoewel daar eigenlijk te weinig ruimte voor is. Ik werp mijn kinderen een vernietigende blik toe, voor de zekerheid. Moet ik hen hier gaan uitleggen wat ‘getekend door het leven’ is en ‘vluchteling’? Ik zal rustig beginnen, als we weer boven zijn, met ‘heimwee.’ Niemand praat in de metro.

De jongen proeft nog steeds aan het oor van zijn vriendin, hij duwt haar gezicht zonder het te weten nog dichter naar mij toe. Haar lippen glanzen, staan iets van elkaar...

‘Pigalle’ zegt de mevrouwenstem luid. Mijn kinderen beginnen te grinniken. ‘We moeten er hier toch uit?’ vraagt hun lieve moeder. Zij trekt hen naar de deuren. Wij stappen uit, laten al die mensen zomaar achter.

2 opmerkingen:

  1. heerlijk, zintuiglijk en invoelbaar. En een nieuw boek, wat geweldig!

    glepreki!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Fantastisch hoe je waarneemt en ons alles mee laat beleven! En mogen we weer op de uitreiking komen? Ik wil een boek met een handtekening hoor!
    Nog even. Zo heerlijk met die kinderen in je buurt waardoor alles even in een breder perspectief gezet wordt. Geniet ze!

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010