vrijdag 3 juni 2011

Het mooie van sloten

Het kanaal is bezaaid met touwsloepen, die in een file richting de Kagerplassen varen. De zeelieden zit op zachte blauwe kussen. Ze hebben wijn en kaasjes aan boord. Sommigen hebben kinderen bij zich. Als je over de brugleuning hangt schrik je van hun gezichten, lijdzame blikken waarin geen ander verlangen schuilt dan te zitten in een motorsloep. De oudere stellen zijn samen eenzaam. Hun kroost zit misschien op Chersosi, Serchoni... nou ja, gewoon Kreta dus. Ja, dit volk weet wel wat leuk is. Leven Lééééééven willen ze. Bij ons thuis is men niet zo van de levenskunst. Wij slepen ons zo’n beetje door de dag heen en zeggen om tien uur ’s avonds: ‘Nou, dat hebben we weer gehad.’

Vandaag is Hemelvaartsdag. Wij lopen met een schepnet en een emmer de polder in, geschraagd door de overtuiging dat onze kinderen moeten leren ‘klooien in de natuur’. Vandaag spelen wij aflevering 1: ‘klooien rond de sloten’. In de sloten komen geen boten, da’s het mooie van sloten.

Overal hoor je kikkers, maar de beesten laten zich niet vangen. Wel vangen we minuscule visjes, massa’s watervlooien en een soort doorzichtige mini-garnaaltjes die ik nooit eerder heb gezien. Ik vind de vangst matig, maar het hindert niet. Dat de sloten in het echt lang niet zo vol zitten als op de schoolplaten van Koekoek weet ik al zo’n dertig jaar. Mijn kinderen hebben die platen - die vol beloftes zitten - nog nooit gezien.

Het is warm. Als we genoeg dorst hebben, gaan wij terug.

Emma draagt de emmer met de vangst. De watervlooien schieten heen en weer. Er drijven vier dode visjes op hun rug. Wij mogen van haar niet meer zeggen dat ze dood zijn. Het doet er niet toe, vindt zij, het blijven vissen. ‘Een dood mens noem je een lijk,’ zegt mijn zoon, ‘en een dood dier een kadaver.’ ‘Maar een dode vis noem je een vis!’ pareert mijn dochter. Wij lopen stil over de brug. Bij zo’n mystieke ontkenning van de dood past zwijgen. Het is immers Hemelvaartsdag.

Het lange lint van rosébootjes beweegt zich weer terug, naar Voorschoten, Leidschendam, de hemel weet waar al dat blauw-met-touw zich verbergt in de nacht.

1 opmerking:

  1. Misschien hoeft dat eerste er niet bij, dan wordt het veel intiemer en mystieker.

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010