maandag 20 juni 2011

Requiem

Ik heb misschien een ietwat zwaarmoedige natuur. Toen ik tien was zat ik op het einde van de wereld te wachten. Soms staarde ik uren uit het raam, omdat ik het toch ook niet wilde missen. Op mijn negentiende begon ik met het componeren van een dodenmis. Moet je voorstellen: Requiem opus 1. Het werd gelukkig niks, en ik heb er ook nooit iets over verteld, aan niemand. Ja, nu dan, maar kom op: wij zijn ruim twintig jaar verder en wij leven nog steeds. Het Pie Jesu heb ik toentertijd wel afgemaakt. Briljant is het niet, een soort oudbakken bananensoes, maar ach. Ik betrapte mij erop dat ik de melodie ervan gisteren neuriede, na afloop van een uitvoering van het War Requiem van Benjamin Britten. Het duurde trouwens nog een halve nacht voor ik erachter kwam waar het deuntje vandaan kwam. Geen spoor meer van Britten.

De uitvoering van het War Requiem in de Hooglandse kerk werd overigens voortreffelijk verzorgd door Leidse studenten. Ze vierden een lustrum, de studenten, met het War Requiem. Dat u niet denkt dat studenten liederlijke lui zijn, integendeel, ze zijn tegenwoordig zelfs wat zwaar op de hand. Ik mag dat wel. War Requiem - opus 66 - zwaardere kost vind je alleen bij de Chinees, zo’n beetje vanaf opus 220 met bami en sambal bij.

Componisten schrijven maar één requiem. Een ongeschreven wet waar grote troost van uitgaat. De eerste zetting die bewaard is gebleven is van - wie kent hem niet - Johannes Ockeghem. De meeste componisten van requiemmissen sinds Mozart zijn zelf helemaal niet gelovig, maar kennelijk is het niet moeilijk dat bezwaar opzij te zetten. Ik vermoed zelfs dat mijn eigen geloofsval zich definitief voltrok na kennismaking met het Roomse geloof. Het katholicisme is de bijkeuken des geloofs: er staat een wasmachine en een krat bier, en zet je één stap verder dan sta je buiten.

Het requiem van beroepsatheïst Benjamin Britten is een vermoeiend ding. Met een voetbalwedstrijd heeft het stuk gemeen dat het 90 minuten duurt en dat er veel strijd is, maar een kwartiertje pauze met thee tussendoor ho maar. Er is werkelijk geen moment rust, de volle speeltijd worden karrenvrachten dissonanten over je uitgestort. Van een marteling wil ik niet spreken, maar erg lekker zit je niet, op die kerkbankjes tijdens zo’n muzikale donderpreek.

In het slotdeel barstte het onweer boven Leiden los. De donder ging gelijk op met de pauken. Dertig jaar geleden had ik hier het einde van de wereld in herkend. Gelukkig ben ik nu een stuk minder tobberig. De laatste warme koorklanken bleven lang hangen, maar ze waren al minutenlang uit de kerk verdwenen toen de dirigent eindelijk zijn armen liet zakken en ons verloste. Iedereen stond schielijk op, luid applaudisserend. Het was een bijzonder gezicht - alsof al die mensen tegelijk uit de dood herrezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010