vrijdag 10 juni 2011

Lonely Planet

Ik ken een jonge kerel die veel heeft gereisd. Het zit in zijn bloed, zegt hij. Na zijn examen nam hij een gap year. Zo begon het. Toen heeft hij ‘de wereld leren kennen’ en ‘zichzelf gevonden’. Ik weet niet precies in welk werelddeel zijn zelf op hem lag te wachten, maar ik denk dat het ergens in Zuid-Amerika is geweest, omdat hij een soort Inca-amulet om zijn nek heeft hangen. Hij zal altijd een reiziger blijven, zegt hij, en om de zoveel tijd voegt hij de daad bij het woord door een maand of wat onbetaald verlof op te nemen.

Vanaf half april loopt hij op etnische teenslippers, die hij eind oktober verruilt voor Australische outback boots. Hij is ‘heel erg voor cultuurrelativisme’, want op al die vreemde plaatsen hebben de mensen namelijk ook een prachtige cultuur – hoewel soms een beetje onhygiënisch (‘in Cambodja eten ze dikke torren, echt zoooo niet chill’). Hij kent een uitspraak van Mark Twain: ‘Travel is fatal to prejudice and narrow-mindedness’. Hij zegt er dan gauw achteraan dat het ook fataal is voor je darmflora. Daar wordt altijd om gelachen. Hij is niet dom, hij weet dat ruimdenkendheid moet worden opgediend op een bedje van ironie.

Om zijn rechterpols draagt hij een hele serie armbandjes, van stof en leer en kraaltjes. Als je ernaar vraagt krijg je de wonderlijkste verhalen te horen. Als je hem beter kent laat hij zijn slangenbeet zien, uit Sri Lanka.

Hij heeft ook nog een paar maanden in Afrika ‘gewoond’. Als hij niet op doorreis is, dan ‘woont’ hij ergens. Gewoon op vakantie is hij nooit. ‘Mijn hart ligt in Afrika’ zegt hij, ‘en mijn blindendarm in Australië’ grapt hij daar achteraan. In Azië zal ook wel iets van hem liggen, overtollige bagage misschien, of op zijn minst een dikke drol, gekneed door zijn in de war gebrachte darmflora. Zo heeft hij zichzelf verspreid over alle continenten.

Ik heb overigens de indruk dat de wereldreiziger mij een beetje mijdt. Misschien komt dat omdat ik bij de eerste gelegenheid al liet weten dat ik niet van vliegen houd – dat vliegen misschien zeer veilig is, maar dat niet te ontkennen valt dat neerstorten levensgevaarlijk kan zijn.

Of misschien heb ik laten doorschemeren dat zijn avonturen mij koud laten, die keer dat ik vroeg of hij als gekend Wereldreiziger wel eens in Zwinnerschans, Zeeuws-Vlaanderen, was geweest. Na zijn ontkennende antwoord vertelde ik hem ongevraagd dat ik daar ooit vijf dagen heb gewoond en bevriend raakte met een dichter die vijf honden had die hij iedere dag om beurten uitliet, waarna hij bij thuiskomst direct en zonder haperen een gedicht neerschreef. Dat hij het dorp verder niet uit hoefde had hij te danken aan zijn goede gezondheid en aan de SRV-wagen die tweewekelijks de boodschappen kwam brengen. ‘Inmiddels bestaan die wagens niet meer,’ besloot ik mijn verhaal, ‘dus ik maak mij grote zorgen over de dichter.’

Probeert u zich het ongeduldige, verveelde smoelwerk van onze wereldreiziger voor te stellen. Ik had het eigenlijk wel een beetje met hem te doen. Het moet hem een kwelling zijn, de rest van zijn leven door te moeten brengen temidden van lui als ik, toeristen en thuisblijvers. It’s a lonely planet when you travel.

1 opmerking:

  1. Dat "ongeduldig en verveeld" is nét wat te fel van toon, alsof je je toch tegen hem aan 't verdedigen bent.
    Die laatste zin kan recht het citatenboek in, mooi!

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010