vrijdag 14 oktober 2011

Fokkin groen

Ik stond wat te dromen voor het stoplicht, met de zon op mijn gezicht. Dat was mijn eerste fout. Iemand achter mij riep “heeee!”, en met reden, want het stoplicht bleek op groen te zijn gesprongen. Dof gekletter van metaal, achter mij. Twee jongens slingerden aan mijn rechterzijde voorbij, maar één verloor de controle door de drieste manoeuvre. Aan zijn stuur, boven zijn voorwiel, zat zo’n plastic krat gemonteerd, het leunde op een stevig frame.

Dit is de laatste trend onder jongeren op fietsgebied, een zwaar krat voorop. Daar kunnen ze hun schooltas in doen, of een meisje, mits ze niet te groot is. Later als ze zelf groot zijn kan het plastic krat er af, dan kunnen ze met gemak twee bierkratten vervoeren. Of twee meisjes. De meisjes zelf vlechten kunstbloemen door de openingen van hun kratje. Dat hadden wij vroeger allemaal niet! Hun halve bakfietsen passen in geen enkel fietsenrek –dus dat is cool- en de jongsten (11 tot 14 jaar) vallen er heel akelig mee, omdat het stuur topzwaar is. Het is een naar gezicht, zo’n dubbelklappend stuur, en het geeft een ziekmakend geluid, maar het schijnt ook heel awesome te zijn. Enfin, het stuur van deze jongen sloeg dubbel, een handvat kroop in zijn knieholte, de punt van het krat kwam in zijn maag. De jongen viel tegen het asfalt.

Ik stapte af, het was toch alweer rood. De tweede fout. Ik vroeg de jongen of het ging. ‘Het was verdomme groen man’, zei hij. ‘Al een fokkin uur!’ ‘De zon scheen’, zei ik. Alsof dat een goed argument is, de zon, voor wat dan ook. ‘De fokkin zon scheen’ had misschien beter gewerkt. De knul krabbelde op, ik zag dat hij pijn had, maar hij gaf geen krimp. Hij trok zijn fiets-met-krat overeind en raapte zijn tas op. Het ging te langzaam naar de zin van een automobilist voor wie het nu groen was en die zijn weg versperd zag. Hij begon te toeteren. Twee keer kort en één keer lang. Ik maakte een gebaar dat men kan interpreteren als ‘kalm aan, kalm aan’. Dat was mijn derde fout, want veel mensen interpreteren het helemaal niet als ‘kalm aan’, maar als iets dat hen aantast in het diepst van hun wezen. De chauffeur stapte uit. Dat wil zeggen, hij opende zijn portier. Het was voor hem toch alweer rood. Ik zag nog net er een tattoo boven zijn kraag uit groeide.

‘Groen!’ riep ik. En dat was ook zo. Alles ging heel snel. Een stuk of vijf nieuwe fietsers, sommige met een krat voorop, reden tegelijk met mij de straat over, mij beschermend tegen de boze automobilist. Ook de jongen die gevallen was peddelde weg, met zwabberend stuur. ‘Fokkin groen’ zei ik zacht voor mij uit, ‘fokkinfokkingroen’, zwaar stampend op de pedalen terwijl het zonlicht langs mijn gezicht veegde.

1 opmerking:

  1. Pfff.... heftig! Zit er (niet alleen het kratje) helemaal in. Alles goed afgelopen? De jongen geen miltscheur?

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010