maandag 24 oktober 2011

De Eyserbosweg en eh... het leven

De Eyserbosweg is de zwaarste klim van Nederland. Dat is en feit dat men niet zomaar kan weglachen. De lengte is 1 kilometer en 20 meter, de top ligt op 195 meter. Niet lachen zei ik, fiets er eerst maar eens tegen op, met die domme grijns op je smoelwerk.

‘De Eyserbosweg is als het leven’ zegt de senior met wie ik vanuit Vijlen een eindje opfiets. Hij verwacht misschien dat ik nu verder vraag, maar hij weet niet dat ik niet veel moet hebben van metaforen over ‘het leven.’ Het leven is een pijpkaneel (en iedereen zuigt zich suf), een frikadel (‘er zitten twee kanten aan en ze smaken allebei naar niks’), een Limburgse vlaai (‘wat rest is kruimels en veel spijt’), en ga zo maar door. Het doet de pijpkaneel, frikadel en vlaai weinig recht. Ik ken een oud Perzisch spreekwoord dat luidt: ‘het leven is een aubergine, je krijgt hem één keer in je hand en tien keer in je aars’. Pardon.

De fietsende grijsaard heeft helaas geen aanmoediging van mij nodig. Hij wil iets vertellen, dus hij zal het vertellen. Hij stamt nog uit de tijd dat er wedstrijden zaklopen op de Eyserbosweg werden georganiseerd, zegt hij. De sterke jongens van Eys sjouwden dan met een zak zand van 100 kg tegen de helling op, en wie levend boven kwam had gewonnen.

Het eerste stuk in het dorp lijkt het gemakkelijk te gaan. Je lacht en kijkt brutaal om je heen. Het leven begint bij de overmoed van de jeugd. Dan begint de weg te klimmen, je begrijpt dat je het niet cadeau gaat krijgen. De adolescentie. Halverwege voel je voor het eerst serieuze pijn, je schakelt terug, stelt je verwachtingen bij, vraagt je af wat er nog gaat komen. Volwassenheid...’

Het is een heel verhaal. We fietsen door Nijswiller. Hij mag zich wel haasten, want ik moet er weldra af voor de Eyserbosweg. Als ik straks het leven in de ogen kijk, wil ik die man niet naast mij hebben.

‘En dan komt de klap!’ vervolgt hij. ‘De weg gaat recht omhoog. Je bent alleen nog maar aan het overleven. Je schiet tekort, en je weet het. Geslagen door het leven. Haha.’

Ik bedank de man hartelijk voor de informatie en sla af. Hij laat de Eyserbosweg links liggen, hij kijkt wel lekker uit. In het dorp Eys neem ik nog een slok water. Nu ga ik het leven ontmoeten, na de kerk en de kroeg rechtsaf. Bam, daar is het. Een strook asfalt richting hemel. Helemaal verlaten. De levensmetafoor heeft me lelijk bij de kladden. Het eerste stuk is steiler dan ik dacht. Ik probeer achteloos te neuriën en schakel terug. Het wordt stil. Alleen met mijn ademhaling. Ik probeer door mijn neus te blijven ademen. Nog één tandje over. Ik kijk omhoog en zie het bos, daar waar de weg onzichtbaar wordt en onbarmhartig steil. Bij de eerste boom zet ik het lichtste verzet er op. Ik moet gaan staan op de pedalen, maar ik zal niet buigen. Het lijden neemt een aanvang. De benen kraken. Ik hijg als een ziek paard. Ik schiet tekort, het asfalt, dat mij terug probeert te duwen, is diep zwart en gescheurd als mijn wil.

Er komt een ouder echtpaar uit het bos lopen. ‘Ik doe het je niet na, jong!’ zegt de man bemoedigend. Ik ontbloot mijn tanden.

Goddank, de weg vlakt af. De crucifix op de vijfsprong komt in zicht. Ik strek mijn rug. Op de top gebeurt iets wonderlijks. Ik begin te wenen, hardop, uit het niets. Ik kijk om mij heen, gelukkig is er niemand die mij ziet. Ik zit daar op die racefiets schokkerig te huilen en besef dat ik al maanden niet zo ontspannen ben geweest.

Ik veeg het zout uit mijn gezicht en daal af naar de voet van de Keutenberg. Het is de endorfine. Ik wil mijzelf nog één maal pijn doen. De Keutenberg is 1700 meter lang, het maximale stijgingspercentage is 22%, de top ligt op 170 meter boven NAP.

Hoor ik daar iemand lachen?

4 opmerkingen:

  1. Sounds great Ger. Als iemand die vaak door andere fietsers is verteld dat'ie klimmers benen heeft (ik kan bij het beetpakken van mijn enkels met middelvinger en duim de punten van beiden aan elkaar leggen), zou ik graag een keer zo'n echte klim willen fietsen. Het klinkt als heerlijk afzien.
    Dan

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nog handiger dan klimmersbenen zijn klimmerslongen. Die heb ik niet. Je gaat dood, maar het duurt maar even

    BeantwoordenVerwijderen
  3. ... een kinderhemd, kort en bescheten (opa)

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010