zaterdag 17 december 2011

Raaf


Op onze school hebben wij heel wat kinderen onder onze hoede die – als wij daar niets aan doen - het ver gaan schoppen in deze wereld. Een van hen heet Raaf, hij zit in de brugklas. Hij is slim, manipulatief en leugenachtig. Hij knikt begrijpend als je hem onder vier ogen spreekt. In de klas echter dwaalt zijn blik af naar klasgenoten, want hij wil ze peilen en laten weten dat hij overal schijt aan heeft. Hij is uit op macht, over mij, over zijn klasgenoten. Het is hem nauwelijks te verwijten, het is een instinct – en hij is nooit gecorrigeerd. ‘Ben je tevreden Raaf’, vraag ik als hij een les niets gepresteerd heeft. ‘Bent u tevreden meneer?’ vraagt hij terug. Soms droom ik van een klas vol Raven en word ik wenend wakker.

Helaas, voordat het succes hem gaat toelachen, in de bankwereld, de wapenhandel of de vleesverwerkende industrie, komt hij mij tegen. Hij zal onderworpen worden aan mijn strenge tucht. Ik heb meedogenloze methodes. De meest rigoureuze komt hier op neer: ik bestrijd het tuig met hun eigen wapens. Er zijn er weinig die dat aankunnen. Raaffie zal niet weten wat hem overkomen is, als ik met hem gereed ben.

Het werkt zo: ik richt mijn pijlen niet op het rotzakje zelf, maar op zijn vriendjes, zijn hofhouding. Ik berisp ze, of geef ze complimentjes over van alles. En iedere les stuur ik er één uit. Omstandig en beslist. Na de les heb ik een prettig gesprek met hem. Ik vraag of hij komt om iets te leren. Ze zeggen allemaal ja, ook al weten ze het misschien helemaal niet zeker. Ik zeg dat ze dan beter niet in de buurt van Raaf kunnen gaan zitten. Ze krijgen geen straf. Wat blijkt? De jochies hebben zelf eigenlijk ook last van die Raaf. Ze zeggen het gewoon tegen me. 

Zo gaan ze een voor een voor de bijl, en keren ze zich van het monster af. Nu heeft het gedocht niemand meer om mee samen te spannen – en wat gebeurt er? Hij wordt lusteloos. Soms knijpt hij, of schopt hij iemand, uit ontreddering. Ik doe of ik het niet zie. Ik beloon daarentegen het goede gedrag van de ex-lakeien omstandig, geef ze extra verantwoordelijkheden. De hele klas bloeit op. We bereiken dingen. Raaf niet. Raaf is een zielig plasje op een stoel achter in de klas.

Pas als ik het Ungeheuer eenzaam en ellendig aantref tussen de gevonden gymspullen, zal ik mijn hand naar hem uitstrekken en met vrome blik vragen hoe het met hem gaat. De tranen zullen in zijn ogen opwellen. Zonder hem ook maar één keer te straffen heb ik hem naar mijn hand gezet. Ik zal ontferming tonen.

Daarna zal het beter met hem gaan, maar helemaal de oude wordt hij niet meer. Mocht u over een jaar of acht bij de aanschaf van een nieuwe keuken wordt geholpen door een chef verkoop die u ‘helemaal gratis’ een fonkelnieuwe combimagnetron en kookplaat aanbiedt bij de keukenkastjes met de woorden ‘ik ben pas tevreden als u het bent’, en hij heet Raaf - doe hem dan de groeten van mij.

1 opmerking:

Gerwin in DWDD 28 januari 2010