vrijdag 30 december 2011

Closing Time

Als ik Closing Time van Tom Waits draai in deze tijd van het jaar, kruipt de weemoedigheid als een oud wijf tegen mij aan. Als het gaat om weemoed ben ik zelf een hunkerend kreng, dus zo’n kans laat ik niet lopen. ‘Never had no destination, could not get across...’ gromt hij in Grapefruit Moon. Rond sluitingstijd kan je niet meer vooruit denken. Je kijkt terug, en mijmert over je mislukkingen. Succes leent zich slecht voor reflectie. Succes is in beginsel oninteressant.

Dit jaar schreef ik 68 stukjes voor mijn weblog. Samen met de bijdragen aan Torpedo Magazine kom ik ruim over de 100 teksten die ik voor niemendal schreef. Over succes hoor je mij niet. Een leuke schnabbel bij een dag- of weekblad, of iets anders in klinkende munt, heeft het vooralsnog niet opgeleverd. Ik heb ook geen benul hoe je zoiets aanpakt. Een schrijver moet voortdurend zichtbaar zijn these days, roepen de profeten. Yeah right. Ik vind het wel even gescheten.

In januari van dit jaar schreef ik het laatste hoofdstuk van Wild. Daarna schreef ik nauwelijks nog iets anders dan die 100 stukkies. Het met afstand best gelezen artikel is ‘Wat je kan doen op de Veluwe’ (3.500 views) – niet bezocht, vermoed ik, door fans van Wild die interesse hebben in mijn research, maar door argeloze Henk en Ingrids die een stacaravan type 6MH-2 hebben gehuurd op Landal-park Voorthuizen. Rond oudjaar is het stuk ‘het afsteken van astronauten’ populair – ik vermoed onder runderen- en ook ‘Tuigdorp Telegraaf’ trekt nog dagelijks Telegraaflezers die verkeerd verbonden zijn. Ik heb overwogen een reeks sonnetten te publiceren onder de titel ‘Sonja Bakker Nude Sexy Bitch’. Maar nee, ik wil geen dingen meer doen ‘gewoon omdat het kan’, zoals ik bepaalde cynische types vaak hoor zeggen.... (eh, heeft u de link aangeklikt?).

Het is allemaal wel leuk, dat schrijven voor de verkeerde mensen, maar mijn werk lijdt eronder. Met ‘werk’ bedoel ik niet mijn inkomsten uit regelmatige arbeid, maar datgene wat ik het liefste doe: verdwijnen in mijn verhalen, knoeien met taal, met stokken op gedeukte ketels slaan en proberen de sterren tot tranen toe te roeren, zoals Flaubert het ongeveer zei. Hard falen, verder prutsen, hopen dat er dan een levende ziel is die het mooi vindt. Dat dus. Niet bedelen om aandacht, niet stug en met de kiezen op elkaar geklemd menen recht te hebben op de erkenning van hen die er toe lijken te doen in het spiegelpaleis der Letteren.

Het is genoeg geweest, voor een mooi poosje. Closing time. Het stemt mij passend weemoedig, maar het schenkt mij ook de illusie dat ik een daad stel, zo tegen sluitingstijd. Wij zijn voorlopig even dicht. Daarna zien we wel.

3 opmerkingen:

  1. Zolang het maar voorlopig is ... Nee, maar je hebt gelijk. Stukjes verdunnen je. Werk ze!

    en een mooi polyinterpretabel kronkelwoord:
    painedi. Iets met brood en pijn en jou.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik las je stukjes graag. Zag ze eigenlijk als een soort van vingeroefening voor jou en dacht vaak: Wat is hij toch verdomd goed gaan schrijven! Maar ja wie ben ik?
    Ik bewonder je prestaties om naast je lerarenbaan en je gezin in een paar jaar tijd twee romans te publiceren en ook alles wat je hier in je blog vermeldt. Wie en waarom moet jou nog erkenning geven?

    bulcull
    Ja je hebt inmiddels het recht om te schrijven over dat waarover jij wilt schrijven, zonder de erkenning van recescenten of pengenoten. Wat belangrijk blijft is dat er mensen zijn die je willen lezen. Maar dat is na het schrijven mooi meegenomen. Het geluk van schrijven ligt toch in het schrijven zelf, het vinden van de woorden en dat gebeurt toch in eenzaamheid.

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010