vrijdag 5 april 2013

Bezemwagen (Column Trouw 3 april)


Ik moet een keer ophouden over die reis, en dat zal ik ook doen, maar vandaag vertel ik nog over Kees. 

We lopen veel, en ik loop vaak naast Kees. Dat is geen toeval. Kees had niet zoveel zin in de reis omdat zijn vrienden niet mee waren. Nu weet hij niet goed in welk groepje hij thuishoort: dat van de stoere mannen of van, tja, de rest. De kopgroep of de bezemwagen. Er is geen rivaliteit, maar de waterscheiding is glashelder. In de kopgroep bepalen Sjaak en Joost het tempo. De jongens in de bezemwagen weten dat aanhaken zinloos is – ze draaien op het kleine verzet, om in wielertermen te blijven. Kees wil niet op het kleine verzet. 

Het resultaat is dat hij vaak naast mij loopt. Zo kom ik erachter dat hij van de Beatles houdt, dat zijn ouders gescheiden zijn, en dat hij een vriendin heeft. Hij is zachtaardig, invoelend - een goeie jongen. Toch maakt hij een wat hulpeloze indruk. Vaderlijke gevoelens komen boven. Ik zal hem uit de wind houden.

Sevilla. De voorlaatste avond. Ze willen stappen, en ik buig een beetje mee. Dus zitten we in een café vol jeugd, een tent waar ik zonder mijn 22 pubers niet eens naar binnen zou mogen. De meiden vinden het leuk mij voor te stellen aan de Spaanse jongens: ‘This is our teacher!’ ‘Ola!’ roep ik, en kijk de knullen vuil aan. Zo, die kijken wel uit verder. 

Aan de bar zitten vier blonde stoten. Ze dragen alle vier een zweetbandje met de Deense vlag erop. Onze kopmannen worden onrustig, want Kees is in geanimeerd gesprek met één van hen. Ik zeg dat ze zich geen zorgen hoeven te maken, Kees heeft immers een vriendin.

Er wordt gelachen, gepraat, er gebeurt van alles, vreemden duwen tegen mij aan, iemand geeft mij een biertje. Dan zie ik het: Kees staat te zoenen met die Deense meid. En niet zo’n beetje ook. Kees gaat met haar naar buiten. Als hij weer binnenkomt heeft hij de zweetband om zijn kop. Hij kijkt verrukt. De kopgroep is stilgevallen, men incasseert het verlies. Dan fluistert Joost iets in Kees’ oor. Het gezicht van Kees betrekt. Ik zie het allemaal gebeuren. Kees loopt naar mij toe. ‘We moeten even praten,’ zegt hij. ‘O ja?’ antwoord ik, ‘hoezo?’ ‘Nou, u heeft verteld dat ik een vriendin had. Dat was niet zo handig’ ‘Maar het is toch waar?’ stribbel ik tegen. ‘Jawel, maar het loopt al een tijdje niet zo lekker. Ik zit er al weken over te denken het uit te maken, en nu...’

Ik drink mijn glas leeg, wuif mijn vadergevoelens uit, en zak terug tot diep achterin de bezemwagen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010