vrijdag 4 oktober 2013

Doodsmak (column Trouw 2 okt)


De baas is van de fiets gevallen. Het was maar een klein berichtje in de krant, maar iedereen had het erover. Sander Dekker gevallen. Arme baas. Hij was met zijn racefiets over een hond gereden. De hond maakte het goed. Het goede bericht over de hond maakte de weg vrij om sympathie voor de bewindsman op te kunnen brengen. Hij had een gebroken pols, elleboog, rib en sleutelbeen. 

Allemachtig, ik zag het zo voor me, hoe hij vijf meter door de lucht vloog en op de Wassenaarse klinkers kwakte, gekleed in een lycra pakje, met geschoren benen, vastbesloten op zondagochtend op de fiets te excelleren. Excelleren, dat is het lievelingswoord van de staatssecretaris, het vat zo’n beetje zijn visie op onderwijs samen. Op een fiets begint excellentie bij 35 km per uur. De lat moet hoog, van middenmoters houdt hij niet. Maar goed, dan moet je geen hond voor je wielen krijgen.

Dekker twitterde dat het een ‘klassiek wielerongeluk’ was. Hierbij legde hij de lat dan toch wat laag. Bij klassieke wielerongelukken denk ik aan renners die als lemmingen een afgrond induiken, een sprintend peloton dat over een politieagent heen dendert, ik denk aan Johnny Hoogerland in het prikkeldraad. Maar hij was wel ‘letterlijk onthand’ met zijn twee gipsarmen. Dit twitterde hij. Met zijn tenen.

Bij dat ‘onthand’ moest ik denken aan Xander. Deze bijna-naamgenoot van de staatssecretaris zat ruim tien jaar geleden bij ons in 5 havo, hij speelde de hoofdrol in de schoolvoorstelling van dat jaar, Oedipus van Sofokles. Over klassiek gesproken. Ik maakte muziek met een orkestje bij die voorstelling. Xander moest vaak boven het orkest uitkomen met zijn stem, wat hem geen enkele moeite kostte. Hij zei dat hij soms bijna moest huilen van zijn eigen woorden. 

Xander is denk ik de allerhartelijkste kerel die ik in vijftien dienstjaren ben tegengekomen. Hij was groot, dik, roodharig, en onhandig. En hij brak allebei zijn polsen, een paar weken voor de première. Hij was, zeg maar, behoorlijk onthand, en wij - regisseur Cees en ik - niet minder. Toch konden wij ons lachen niet inhouden. Oedipus die zijn eigen ogen niet kon uitsteken. Dat was pas een Klassiek Ongeluk. Xander had andere zorgen. ‘Weet je wat het ergste is?’ zei hij. ‘Mijn moeder moet mijn kont afvegen.’

En bij dat beeld moet ik weer aan Sander Dekker denken.

Het is kinderachtig, ik weet het, maar bij onfortuin van de baas zit het voetvolk te ginnegappen. Het is de natuur. Misschien ben ik eigenlijk jaloers. Zes weken in het gips, zes weken niet hoeven excelleren, veel medelijden, zo onthand zijn dat je niet eens over je iPad kunt vegen. Ik droom een beetje weg...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010