donderdag 8 mei 2014

De Borrelpraat van Herman Koch (column Trouw, 7 mei)

Herman Koch heeft een hekel aan leraren. Dit laat hij weten in Trouw en De Morgen, in interviews ter promotie van zijn nieuwe roman. Stuk voor stuk zijn het zelfgenoegzame, praatgrage clowns, die leraren. 

Niet helemaal serieus te nemen natuurlijk, zo’n aanval van iemand die waarschijnlijk veertig jaar geleden voor het laatst een leraar in actie heeft gezien. Echter, Koch is de meest succesvolle Nederlandse schrijver van dit moment (Het Diner is in 33 talen verkrijgbaar), en als zo’n coryfee dit soort dingen zegt over mijn beroep, dan voel ik mij verplicht te reageren.

‘Mensen met een beetje persoonlijkheid worden geen leraar’, laat Koch in De Morgen optekenen. Zijn redenatie is ongeveer als volgt: leraren die een bloedhekel hebben aan het onderwijs, en er eigenlijk ongeschikt voor zijn, zijn vaak de beste leraren, omdat ze op een interessante manier vertellen en ‘persoonlijkheid’ bezitten. Leraren die wél geschikt zijn voor het vak zijn slechte en saaie leraren, die zichzelf te serieus nemen. Goede docenten zijn dus slecht, en slechte goed.

Kunt u de schrijver nog volgen? 

De enige goede leraar die Koch zich kon herinneren was er één die tegenover zijn leerlingen opsneed over zijn drankgebruik ‘we doen het rustig aan vanmorgen jongens, ik heb een hoeveelheid drank op waar een paard van zou omvallen’. Ja, echt een persoonlijkheid, zo’n man.

Ik geloof dat ik Koch zelf een beetje een praatgrage, drammerige leraar vindt die zijn gehoor niet weet te boeien en uit wanhoop steeds grotere wartaal uitslaat en grovere generaliseringen bedenkt. Maar goed, ik zal steekhoudende argumenten inbrengen tegen deze borrelpraat over leraren. 

Mijn eerste argument is de goedlachse Ronald van wiskunde. Misschien praat hij wat teveel (hij kan trouwens ook stevig drinken) maar hij zal zelfs Koch en zijn kinderen enthousiast krijgen voor wiskunde. Dan heb ik Jane, Jane die alle kinderen wil omarmen, de grootste schoft uit 5 vwo wil haar als moeder hebben en komt in de pauze een extra bijles scheikunde halen. Ruth, die net drie repetitieweekenden met het schoolorkest erop heeft zitten. Chris (geschiedenis), van wie de kinderen hopen dat hij de hele les zal vertellen, omdat ze dat veel leuker vinden dan in groepjes werken. José, die nauwgezet zoekt naar een opening bij een kind om liefde voor de Franse taal in te planten. En ik zet Cees in, bij wie de kinderen na een dramales huilend van het lachen naar buiten komen, en geloof me, hij laat eventueel drankgebruik van de avond ervoor beslist onvermeld.

Dit is het team dat ik opstel, en dan heb ik nog een stuk of wat dreamteams op de reservebank zitten. Benieuwd wie of wat Herman Koch daar tegenover stelt. Gewoon excuses zijn trouwens ook goed.


2 opmerkingen:

  1. Je vergeet Bert Lakeman helemaal te vermelden...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik voel me door Kochs commentaar evenzeer aangesproken als door de eerste de beste puber die leraren minacht. Het is een psychologische noodzaak van het puberbrein om zich laatdunkend uit te laten over volwassenen en andere autoriteiten, of dat puberbrein nu zestien jaar oud is of zestig.

    Kochs mening over leraren is evenveel waard als mijn mening over literaire schrijvers. Het verschil is dat ik met die laatste mening niet in de krant hoef.

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010