maandag 5 mei 2014

Shakespeare, Drugs, Mozart (column Trouw 30 april)

Eens per jaar moet ik het in de mentorles over drugs hebben. Er scheen ditmaal enige urgentie te zijn, men zei dat blowen weer in was. Blowen was in, en ik wist weer eens van niets. Ik kijk nooit echt uit naar die lessen over drugs, misschien omdat ik zelf een wereldvreemde braverik ben die nooit geblowed heeft. Maar wat moet, dat moet. Het is ten slotte werk.

Ik besluit een groepsdiscussie te organiseren. Ook iets heel griezeligs, maar ik doe het. Twee rijen stoelen tegenover elkaar, ik lees steeds een stelling voor. Wie het eens is met mijn stelling gaat ergens op de rij links van mij zitten. Oneens zit rechts. Als iedereen zit geef ik de partijen om beurten het woord. Mijn taak is verder beperkt tot het in goede banen leiden van het debat.

Daar zitten ze. Ze weten nog niet wat gaat komen, ze weten niet dat ik ze langzaam, via ongevaarlijke vragen over schoolzaken, gezondheid enzovoort naar die drugs leidt. Mijn eerste stelling is bedoeld als opwarmertje. Het krukkige Engels moet u er maar bij denken.
‘Dit is de geboortedag van Shakespeare. Iedereen behoort tenminste eenmaal in zijn schoolcarrière iets van Shakespeare gelezen te hebben. Eens links, oneens rechts.’
Na wat geloop zitten er vier leerlingen links van me, en twintig rechts. Justin, een jongen van Maleisische afkomst, is één van de vier voorstanders. Moedig neemt hij het woord, in onkreukbaar Engels.

‘Shakespeare heeft onze taal gedefinieerd, de manier waarop wij praten, onze toneeltraditie en onze cultuur.’ 
Heel even lijkt men met stomheid geslagen door zoveel wijsheid. Dan halen de tegenstanders hun botte bijlen tevoorschijn. 
‘Shakespeare is saai, niemand leest hem voor zijn plezier, hooguit some weird teachers. En waarom Shakespeare? Er zijn zoveel schrijvers!’ 
‘Noem er dan eens een paar?’ verweert Justin zich, maar ook dat wordt weggewuifd. 
‘Boeien! Er zijn er wel honderd!’ 
Shakespeare wordt vermorzeld door een bende zestienjarige barbaren, en ik ben machteloos. Ik heb dit zelfs geënsceneerd, ik heb die stoelen immers zo neergezet.
Alles van waarde is weerloos, zingt de zeer oude in mijn hoofd, en iedereen die waardevolle dingen verdedigt is nog weerlozer.

Er wordt verder gedebatteerd volgens mijn draaiboek, over frisdrankautomaten in school, over roken op het plein, en ja, uiteindelijk over blowen. Ik lees mijn stellingen voor, maar mijn gedachten dwalen steeds af. Shakespeare, denk ik steeds, ach Shakespeare. Shakespeare is toch veel belangrijker dan die paar blowtjes hier en daar? De volgende les heb ik 5 vwo. Die moeten leren over de Weense Klassieken. Dat is mijn terrein. Ik weet niks van drugs, weinig van Shakespeare, maar alles van Mozart. Ik kan ze toch gewoon vertellen dat Mozart een genie is en zijn muziek ongeëvenaard en onmisbaar? Daar hoeft toch geen discussie over te zijn? 

Shakespeare is zojuist voor mijn ogen gestorven, maar alle bliksems, dat zal Mozart niet overkomen!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010