vrijdag 13 februari 2015

Open brief aan de organisatie van de J.M.A. Biesheuvelprijs

Beste organisatoren van de J.M.A. Biesheuvelprijs

Gun mij even een moment van uw tijd.
Tijd, ik weet het, tijd is precies datgene wat u niet heeft, want morgen is de prijsuitreiking en u moet nog een hele stapel boeken lezen. Maar ik ben donateur – ach het bedrag is gering, maar dat doet niet ter zake toch? – dus heel graag, heel even wat tijd. Want ik heb een klacht.

Op uw website maakte u vorige week een nieuwe groslijst bekend, een lijst van boeken die in aanmerking komen voor de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ik las dit vanochtend pas. Het komt erop neer dat u zich na e-mails van boze auteurs genoodzaakt voelde uw toelatingsbeleid te verruimen. Het resultaat is dat de groslijst groeide van 11 naar 30 titels.

Van deze wonderbaarlijke vermenigvuldiging moet u ook wel even geschrokken zijn.

Ik vind het doorgaans heel verfrissend als mensen een fout toegeven, het is een belangrijke doch verwaarloosde vorm beschaving. En dan bedoel ik niet die verongelijkte sorry’s of slappeknieën-excuusjes die we zo dikwijls op televisie zien, maar een duidelijk en helder pardon dat wordt gevolgd door een ruimhartig gebaar.

U maakte dat gebaar. En toen ging het mis.

Ik houd er, mag ik hopen, geen al te bekrompen opvattingen op na omtrent wat een verhalenbundel genoemd mag worden. Maar de lijst met dertig titels die nu ‘genomineerd’ zijn maakt op mij een hopeloos rommelige indruk.

Het begon met De Volcontinu van Philip Snijder, als ik me niet vergis. Een uit verhalen opgebouwde roman. Constellaties (Roelof ten Napel) was ook al zo’n grensgeval, die stond al op de lijst, dus hup, Snijder ook. Een terechte beslissing, dunkt mij. Maar toen kreeg u de meute over u heen. ‘En ik dan? Dat is niet eerlijk!’ Ik ken deze situatie uit het onderwijs. Je wilt wegrennen, maar het kan niet, het is te laat...

Het droevige gevolg is dat er nu zelfs een aantal columnbundelingen op de lijst staan. Stukjes uit de krant die op elkaar gelegd zijn zeg maar, zoals die van Johan Goossens en Bert Keijzer. Niets ten nadele van die boeken, maar noemt u dat verhalenbundels? Een mooi boek dat ik op de lijst zag staan is Een zoon van Limburg van Chrétien Breukers. Ik weet niet of u het nog heeft kunnen lezen, het is een fijne verzameling autobiografische schetsen en overdenkingen over literatuur. Maar een verhalenbundel? Zo ja, dan nomineer ik ook Pieter Hoexum nog even, met Een kleine filosofie van het rijtjeshuis.

De meest onbegrijpelijke nominaties echter zijn die van de verzamelbundels Een koffer vol verhalen (Marmer) en Het beste uit 20 jaar Hard Gras, beide geschreven door ‘diverse auteurs’. Ik hoop niet dat ik omstandig moet uitleggen hoe krankzinnig het is om een Prijs toe te moeten kennen aan ‘diverse auteurs’. Als ze allemaal naar de prijsuitreiking komen dan kon u nog wel eens een nieuw probleem tegemoet zien. Dan is er nooit genoeg drank.

U begrijpt natuurlijk dat u na toevoeging van deze columns-met-een-nietje en, eh, verzamelkoffers opnieuw een lijst hebt gekregen die verre van compleet is. Ik wil dringend nog wat titels nomineren, namelijk de complete Tzum-reeks van Uitgeverij Kleine Uil (waaronder het heerlijke Huis van Bewaring van Erik Nieuwenhuis) en Brigadier Kodak (een verzameling in De Muur verschenen wielerverhalen) van Wiep Idzenga. O, en doe mijn eigen boek Schooldagen (Atlas Contact) er dan ook maar op. Waarom zou ik mezelf tekort doen?

En zullen volgend jaar nog wel een paar honderd titels bijkomen, want uitgaven in eigen beheer komen ook in aanmerking, zo stelt u. God, als al die lieve ploeteraars daar maar geen lucht van krijgen. Wie moet dat allemaal lezen?
Geef toe, het is waanzin. De verpletterende werkelijkheid, inderdaad.

Een vorm van waanzin overigens waar Maarten Biesheuvel de humor wel van zal kunnen inzien. Hoe u met zijn allen uw hoofden in een strop hebt gestoken, verdomd, het is eigenlijk wel grappig. Haha. O nee toch niet, want ik ben donateur van uw Prijs. En ik ben een schrijver wiens werk onterecht (naar uw non-criteria) niet op de lijst staat.

U zegt dat u leert van uw fouten. Dat zal volgend jaar ongetwijfeld een fraaie, uitgebalanceerde groslijst, dan wel longlist opleveren.

Ik wens u veel succes met de J.M.A. Biesheuvelprijs, en ik hoop dat de beste* moge winnen.

Met een innige groet,


Gerwin van der Werf


*PS dit is Rob van Essen met Hier wonen ook mensen, een echte en (vergeef mij de uitdrukking) klassieke verhalenbundel

Nagekomen bericht:

Het organisatie heeft razendsnel gereageerd op deze open brief, en stelt dat er sprake is van een misverstand. De gepubliceerde lijst is geen groslijst maar simpelweg een opsomming van alle titels die zijn ingezonden. De lijst is dus niet getoetst aan welk criterium dan ook. Arjen Fortuin: ‘Als iemand het telefoonboek van 1974 had ingezonden, had dat ook op die lijst gestaan.’

De boeken zijn wel door (leden van) de jury gelezen en in overweging genomen voor mededinging.


1 opmerking:

Gerwin in DWDD 28 januari 2010