maandag 1 juni 2009

Numeri Primi

Ook in Nederland is “De eenzaamheid van de priemgetallen” een kleine hype geworden.

Het is zo’n boek dat erom schreeuwt mooi gevonden te worden. Na de laaiende enthousiaste recensies in Trouw en Parool hebben wij het thuis als de donder aangeschaft. 'Koop jij nog even gauw een zak afkokers, dan haal ik de eenzaamheid van de priemgetallen.'

Ik las de eerste twee scènes en wist dat dit iets was! Iets dat ik niet kon!

Dit weekeinde las ik voor het ‘echie’, van de kaft tot het nietje. Daarna smeet ik het van mij af. Ik vond het niets. Ik pakte het uit de schillenbak, probeerde het nog eens, en nog eens. Knap, pijnlijke scènes, knarsende ellende. Maar ik vind het nog steeds niets.

Waarom niet? Teveel narigheid? Te weinig humor?

Misschien, maar diezelfde bezwaren verhinderden mij niet “Knielen op een bed violen” in een ruk uit te lezen.

Het is het probleem van het vertelperspectief. 

Giordano wisselt voortdurend van perspectief. Behalve in de hoofden van de twee belangrijkste personages Alice en Mattia komen we voor bladzijde 100 omgeslagen is op de koffie in de bovenkamers van maar liefst nog vijf bijfiguren, die er verder in het verhaal overigens niets meer toe doen. Bij de scène die in het Parool in het bijzonder geroemd werd – een broeierig tafereel waarin Mattia en Alice zich verkleden als bruidspaar - schieten we van het ene hoofd in het andere, niet één keer, maar wel tien keer binnen het tijdsbestek van een pagina of drie.

Ik probeerde mij steeds af te vragen: is dat erg? Loop je spitsroeden als schrijver, wanneer je je van zo’n meervoudig perspectief bedient? Ik kom niet verder dan een laf antwoord op die vraag. Ik vind het erg. Ik vind het niks. Ik trek het niet. Ik voel mij gepiepeld, bedonderd, bekocht. Ik geef ineens geen stuiver meer voor die hele priemgetallen symboliek, die mij eerst zo intrigeerde. Zeik niet zo en doe normaal wil ik de personages toeschreeuwen. 

“Verander nooit van perspectief binnen één scène”, las ik ooit in een van de valkuilen van Hella Kuipers. Ik heb dat altijd voetstoots aangenomen, maar ik moet toegeven dat het een gevoelskwestie was. Ik wist niet goed waarom het niet deugde, head-hopping. Tot ik die priemgetallen las.

De lezer wordt gedwongen mee te leven met twee gekneusde zielen tegelijk. De scène verliest spanning, beide personages  dreigen je al snel Siberisch te laten. Ik ga mij ergeren, maar dat is waarschijnlijk mijn probleem. Een voorbeeld uit die bejubelde Parool-scene.

Mattia wist niet wat hij moest zeggen [...]

De stilte was voor hen beiden nauwelijks te verdragen. In de lege ruimte tussen hun gezichten kolkte het van de verwachtingen en verlegenheid.

‘vind je het leuk op je nieuwe school?’ vroeg Alice om iets te zeggen.

‘Ja’

‘Ze zeggen dat je een genie bent.’

Mattia zoog zijn wangen naar binnen en zette zijn tanden erin, tot hij proefde hoe de metalen smaak van bloed zijn mond vulde.

[...]‘en vind je mij leuk?’ flapte Alice eruit. Haar stem klonk een beetje snerpend en haar gezicht voelde gloeiend heet.

Miljoenen mensen lezen erover heen, het lijkt niemand te deren. Toch ben ik ervan overtuigd dat deze scène vele malen sterker zou zijn als zij vanuit één hoofd geschreven was. Is er geen enkele redacteur, bij die uitgeverij die Giordano als een vuurpijl op ons af heeft geschoten, die datzelfde geconstateerd heeft? En dan: hij kan best schrijven die jongen, heus waar, maar hij had zijn manuscript toch gewoon retour moeten krijgen met de bemoedigende woorden: ‘Wordt wel wat! Lees valkuil 53, herschrijf, en stuur dan nog eens in’. 

Wat jullie?

 

12 opmerkingen:

  1. Ik voel met je mee, wat zeg ik, ik lijd met je mee. Het was immers hetzelfde met Geert Kimpen, en oh, wat was ik een doorgewinterde slechterik en windbuil, en wat had ik er totaal nix van begrepen. Diepzinnigheid pretenderen maar vervolgens niet kunnen schrijven verraadt voor mij een schreeuwend gebrek aan talent gepaard aan een schreeuwend talent voor het indrukken van de juiste knoppen op de onderbuik van de mensheid. Zo'n talent waar ook de Wildersen van deze wereld mee gezegend zijn. Doodeng.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zou het boek bijna toch nog aanschaffen. Heb het een paar keer in mijn handen gehad en weer teruggelegd.
    Een gedachte die door mijn hoofd speelt bij het lezen van je stuk,(en nu speel ik even advocaat van de duivel): Zijn wij misschien te behoudend, schuwen we het experiment, of de vernieuwing te veel? Moeten we niet zo zeuren? (En dan schaar ik mij gemakshalve maar even onder de wij, zonder te weten of ik het wat dit boek betreft met je eens zou zijn). Ik herinner me dat je al langer, vaker iets tegen de alwetende verteller hebt, je kwam er in reacties wel eens op terug.
    Als ik het vergelijk met (montage)theater weet ik opeens niet of dit dan ook opgaat. Ik monteer scene's met verschillende personages en kan als regisseur en als kijker in ieders hoofd kijken. Natuurlijk kan ik (maker) het perspectief sturen, door licht, geluid, kijkrichting, wie welke tekst wanneer uitspreekt. Maar nog steeds is het aan de kijker met welk personage hij meegaat, wiens perspectief hij kiest. Zou dat bij een boek, heel misschien, soms ook niet zo kunnen werken voor een lezer? Ik gooi maar een balletje op, kijken wie het vangt en teruggooit...

    enessush (husssee! husssee! husssee!)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Nee, dit is geen kwestie van experimenteren, of het zou al moeten zijn dat iemand die totaal niet kan tekenen het dan maar groots "abstract" noemt en doet alsof hij Mondriaan is. Er is ook niets tegen een alwetende verteller, als die maar duidelijk aanwezig is. Je zegt het zelf: je monteert scènes met elke keer een ander personage. Daar is niets op tegen. Het gaat erom dat je duidelijk ziet dat zo'n slechte schrijver het perspectief onoordeelkundig (en onbewust) hanteert. Lees bv Saramago: de verteller wandelt met ons mee en legt alles uit. Springt heen en weer tussen ott en ovt, en tussen personages. Dat is een adembenemend experiment van iemand die het kán.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Volgens mij heeft het alles te maken met 'techniek'.
    Je moet als schrijver/verteller je personages geloofwaardig en invoelbaar zien te maken. De lezer moet 'mee' in die levens.

    In 'On Chesil Beach' van Ian McEwan - een van de beste boeken die ik in de laatste 2 jaar gelezen heb - zit je ook 'in' beide personages. Je begrijpt ze en daarom doet het ook zo'n pijn dat er van alles schuurt en misgaat. Het is onontkoombaar.

    Hoe doet hij dat?
    Hij neemt rustig de tijd om zijn personages te introduceren. Tegen de tijd dat ze elkaar ontmoeten heb je als lezer al voldoende informatie over hun motieven, verwachtingen, belangen om te kunnen begrijpen (en invullen) waarom er van alles gaat 'knellen'. Hij hoeft dan ook niet meer uit te spellen wat ze beiden denken wanneer ze met elkaar spreken - en dus heen en weer te springen in die hoofden - want dat kun je als lezer wel raden en trouwens ook opmaken uit hetgeen gezegd wordt. Show, don't tell.

    Op die manier zijn trouwens hele soaps opgebouwd: je gaat meeleven, je ziet hoe belangen botsen, hoe men elkaar misverstaat en soms zou je zelfs willen ingrijpen. Het is precies wat ST zegt.

    Het is dus niet zozeer het gebruik van een meervoudig perspectief of de aanwezigheid van een alwetende verteller waardoor een boek niet werkt, maar het is - denk ik - een kwestie van gebrekkige techniek. Hij zou het misschien anders moeten insteken, ik weet het niet want ik heb het boek (nog) niet gelezen.
    Maar als het gebrekkige techniek is, dan kun je dat zowel de schrijver als zijn redacteur aanrekenen.

    Prevoc - epvorc - crovep - vroecp!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Op Pinkpop speelde een paar bandjes met een technische beheersing die op zijn gunstigst magertjes genoemd kon worden. Toch maakt dat geen fluit uit. Maar wie Bach speelt met gebrekkige techniek gaat af door het valluik, daar willen wij nooit meer iets van horen. Als het technische niveau niet bij de ambitie past haak ik af. Ik vrees dat dit bij de 'priemgetallen' het geval is. Maar ik snap het niet! Wint die gast prijzen om zijn mooie koppie? Of ben ik toch een petroleumpisser? Beide kan ook.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Geheim van Ridderspoor: zie je eigen prestatie los van die van anderen. Trek hooguit lering uit degenen die je hoogacht Hou verder vast aan wat je goeddunkt. Al het andere is ballast.
    (Met dank aan de Dalai Labra)

    Osimmern!

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Dalai heeft weer gelijk. Laat ik een imitatie van de wijze man ten beste geven: easy to serve, hard to please (bij de 'petty man' is dat andersom). Ga vanavond weer eens Elsschot lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Ah! mijn naamgenoot! (tot en met de initialen!)
    Beter voorbeeld is er niet.
    (En wat zo leuk is: hij en mijn grote held Louis Paul Boon waardeerden elkaar zeer!)

    (het kronkelwoord - grannih - is in dezen niet leuk!)

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Verdraaid, daar heb ik nooit bij stilgestaan! Wat fraai is da, ik word er bijna jaloers van.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Die priemgetallen haal ik na deze recensie maar uit de bieb, dat scheelt aankoopkosten en priemgetallen in mijn kasboek. En dat is dan geheel vanuit mijn eigen perspectief hetgeen ongetwijfeld bij de lezer als zeer geloofwaardig over zal komen en bovendien de theorie van Friso en Hella ondersteunt.
    Maar laten wij de meervoudige persoonlijkheden als potentiële lezerdoelgroep niet uitvlakken. Ik zou ook graag hun mening t.a.v. 'Priemgetallen' weten.

    wrope, proew, owper, epwor oprew

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Haha, die worden er waarschijnlijk helemaal kregel van. Ik houd nog steeds overeind dat die knul wel kan schrijven hoor - itt G. Kimpen, de nemesis van Hella, die kon er niets van - maar hij zou een klasje terug moeten. Bij wijze van experiment zou je een verhaal over een aantal schizofrenen in een tehuis moeten schrijven, vanuit alle mogelijke perspectieven tegelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Dat lijkt me leuk, dan zijn wij van de partij!

    phtsw

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010