donderdag 20 augustus 2009

Sauternes (2)

Al met al kon ik tevreden zijn, er werd niet geklaagd over het eten en mijn geld was veilig zolang mijn zus die pseudo-poëzie over nachtlicht uitventte. Op een of andere manier kwam haar wijnkoper ter sprake. Ik geloof dat Werner begon, hij had gezien dat de zaak van haar ex failliet was of zo, en mijn zus wist daarna van geen ophouden. Die man was niet zakelijk, jammerde ze, gruwelijk egocentrisch, vrouwengek. Wat dat laatste met zijn faillissement te maken had begreep ik niet goed.

Wijnkoper vind ik een aanstellerig woord. Ik zei dat die wijnkoper beter wijn had kunnen vérkopen in plaats van kopen. Werner snoof en trok met zijn schouders, verder werd er niet om gelachen. Mijn zus begon te vertellen over wat ze allemaal van die kerel geleerd had over wijn – een riedel die ik al duizend keer aan heb moeten horen. Het kwam erop neer dat ze zelf een bescheiden handeltje wilde opzetten, gewoon van huis uit, met maar één soort exclusieve wijn. Dat was het moment waarop ik nattigheid voelde. Ik probeerde het weg te wuiven, begon lukraak over het dessert – roomijs met rode vruchten. Het enige dat mij dat opleverde was dat zij het bestek op de borden legden en de vaat daarna mijn kant opschoven.

Werner had enkel aandacht voor mijn zus, zelfs haar borsten negeerde hij. Wat dat dan voor wijn was, wilde hij weten. Werner heeft twee klimaatkasten ter grootte van een douchecabine op zijn werkkamer. Daartussenin staat een kleine, antieke kast met enkel boeken van zijn eigen uitgeverij. Mijn zus antwoordde dat het een speciale Franse dessertwijn was, en dat hij het misschien niet kende. Zoiets moet je Werner niet twee keer zeggen. Hij kroop bijna over tafel.

“Sauternes?” vroeg hij.

“Sauternes” zei mijn zus.

Hij sloeg met zijn handen op tafel. Het bestek rinkelde op het aardewerk, teken voor mij om de boel snel te stapelen en naar de keuken te brengen.

“Ha!” zei Werner. Hij draaide zijn verrukte kop naar mij.

“Wat hebben we ook weer toe?” vroeg hij.

“IJs. Vruchten. Rood” zei ik. Hij liet zich niet uit het veld slaan. Natuurlijk niet, geestdrift wordt alleen maar gevoed door halsstarrigheid en stil ongenoegen.

“Ha!” zei hij opnieuw. Hij stond op en liep de kamer uit.

Ik stond in de keuken, met mijn rug naar mijn zus.

“Ik zou wat geld moeten hebben als startkapitaal, samples inkopen” zei ze.

“Ja” zei ik. Ik probeerde zoveel mogelijk lawaai te maken bij het borden spoelen.

“Daarna verkoopt die wijn zichzelf” zei ze.

“O”, zei ik.


(wordt vervolgd)

2 opmerkingen:

  1. Ja leuk. Als feuilleton-aflevering iets te weinig spanning.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik vind het nog steeds een heerlijk verhaal! Moest wel weer even googelen: klimaatkasten, nooit van gehoord. De spellingscontrole kent het ook niet. Dikke rode streep. Wat me opviel:de ik persoon zegt dat ze een riedel wel duizend keer heeft aangehoord. Wat er op neer kwam dat... en dan ... dat ze op dat moment nattigheid voelde. Volgens mij nieuwe informatie wat niet klopt met duizend keer.
    Ik heb ook wat moeite met de zin: Het enige dat mij dat opleverde was...Moet de eerste 'dat' geen 'wat' zijn? Nog een puntje. De zin:Werner had enkel aandacht voor mijn zus, zelfs haar borsten negeerde hij. Vind ik een beetje raar. De borsten zijn toch ook van de zus? Op de een of andere manier klopt het niet. Als er nou zou staan: Werner hing aan mijn zus lippen of zoiets dan kan het wel. Alleen zus is niet genoeg.

    BeantwoordenVerwijderen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010