dinsdag 14 mei 2013

Tien Geboden zijn niet genoeg (Column Trouw 14 mei)


Tien minuten voor de officiële opening van het examen sta ik in de sporthal. Bijna iedereen zit al. Niemand spreekt. Dat is merkwaardig, want leerlingen praten altijd en houden daar pas mee op als je het vraagt. Nu vraagt niemand het. Niet nodig. Het is de spanning van de première. Bij de ingang van de zaal staat een kartonnen doos waar mobiele telefoons in gedropt moeten worden – voor wie het ding per ongeluk nog in zijn broekzak had. Bij de ingang staat ook Madeleine, de docente Nederlands, om de laatste leerlingen een hart onder  de riem te steken. ‘Succes, en denk aan wat ik gezegd heb hè!‘ ‘Wat heb je gezegd?’ vraag ik. Ze wuift het weg. Het is teveel, vermoed ik, teveel voor mij. ‘Weet je, ik zou op dit moment wel in hun hoofden willen kruipen!’ Laurens loopt langs. Vroeger was hij Gothic, maar dat is voorbij.  Hij heeft een pakje sigaretten in zijn borstzak, waarschijnlijk om er zodra hij die zaal weer uit mag meteen de brand in te steken.

Het bijna half twee. Waar is Rshaart? Rshaart komt van ver, uit Nieuw-Vennep, hij heeft het laatkomen tot kunst verheven. Daar is Rshaart! De hele zaal slaakt een zucht van verlichting. Bij de ingang laat hij twee blikjes cola op de vloer vallen, daarna zijn tas met koekjes. Het blijft stil.

Dan neemt de rector de tijd om het reglement voor te lezen. De Tien Geboden van het examen. De Tien Geboden zijn er vijftien. Tien is misschien toereikend in het gewone leven, niet bij een examen. Het is een heel verhaal, maar de aandacht van de leerlingen blijft tot het uiterste gespitst. Als de rode lamp brandt mag je de zaal niet uit. Je mag ‘niet zomaar gaan lopen’, een wc-bezoek moet worden gemeld door middel van handopsteking. Eindelijk, gebod vijftien: ‘Meegebrachte etenswaren mogen worden genuttigd, mits het openen van de verpakking niet leidt tot geritsel en gekraak.’ Dan gebeurt het. Een merkwaardig geluid stijgt op uit de zaal, het ritselt, knispert en kraakt in honderd toonaarden. Eén ritselend snoeppapiertje is één ritselend snoeppapiertje. Honderd papiertjes, dat is een postmodern muziekstuk. Het is fantastisch. Het duurt een halve minuut, en niemand spreekt een woord. De verpakkingen zijn geopend. Het examen is geopend.

Ik werp een blik in de opgaven voor het vak Nederlands. De titel luidt: ‘We moeten het zelf doen.’ En zo is het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Gerwin in DWDD 28 januari 2010